André van der Braak is nu twee jaar 'hoogleraar boeddhistische filosofie in dialoog met andere levensbeschouwelijke tradities aan de VU in Amsterdam', het eerste jaar bijzonder hoogleraar, en nu gewoon (en bijna fulltime).
Eigenlijk zou de omschrijving het moeten hebben over boeddhistische filosofieën , want het boeddhisme zelf is ook een conglomeraat van tradities, daarover later meer.
André is ook feitelijk de verantwoordelijke man bij de VU voor de opleiding tot 'boeddhistisch geestelijk verzorger' aka 'buddhist chaplain', want als ik anderen zoals (de coordinator van de specialization spiritual care) prof Ruard Ganzevoort vragen stel over die opleiding, verwijst hij me naar van der Braak. En dat is jammer.
Want die vragen (van mij) zijn nog steeds niet bevredigend beantwoord, zie bijvoorbeeld mijn blogs van het afgelopen halfjaar hierover:
joopromeijn.blogspot.nl/2013/12/weer-een-stapje-gezet-richting-vu.html
joopromeijn.blogspot.nl/2013/10/veracademisering-en-verwildering-in-wat.html
joopromeijn.blogspot.nl/2013/08/vu-kul-geen-update-over.html
In het internettijdschrift NieuwWij vat André kort en positief het boek 'Invention of World Religions' van Tomoko Masuzawa samen. Vervolgens gaat hij in op een lezing van de “Chinese antropoloog ...Adam Chau … heeft zich in zijn onderzoek deze vraag gesteld, en heeft een model ontwikkeld dat uitgaat van vijf verschillende manieren waarop religie in China wordt beoefend:
1. Discursief/tekstueel: het schrijven, lezen en bediscussiëren van religieuze teksten, en het voeren van religieuze debatten
2. Persoonlijke cultivering: mensen die streven naar zelfcultivering en persoonlijke groei in een religieus of een spiritueel kader
3. Liturgisch: het participeren in uitgebreide rituelen die door religieuze specialisten worden uitgevoerd, of zelfs het laten uitvoeren van die rituelen door die specialisten zonder er zelf aan deel te nemen
4. Onmiddellijk-praktisch: het gebruik van eenvoudige religieuze rituelen om onmiddellijk resultaat te boeken (wat wij “magie” zouden noemen)
5. Relationeel: het participeren in religieuze praktijken die gericht zijn op het in stand houden van de relaties tussen goden en mensen, de relaties met de voorouders, of de relaties van de gelovigen tot elkaar. "
Deze blog is het waard om in haar geheel te lezen, vooral de vragen er in zijn relevant.
Bron: www.nieuwwij.nl/nieuw-wij/de-diversiteit-van-religieuze-diversiteit/
Ik heb er een reactie op geschreven, die op 22 januari is geplaatst:
“Een interessant thema, helder verwoord. Twee suggesties naar aanleiding ervan:
– [Het] onderzoek van Adam Chau dat uitgaat van vijf verschillende manieren waarop religie in China wordt beoefend, zou ik ook wel eens in Nederland toegepast willen zien. Misschien zijn er hier vier, of zes, of andere?
- De constructie van het boeddhisme als één van de wereldgodsdiensten maakt (ik denk tenminste dat er een oorzakelijk verband is) dat de discussie tussen de diverse boeddhistische tradities nauwelijks gevoerd wordt en nauwelijks aandacht van anderen krijgt. Voorbeeld: wat vinden niet-Tibetaanse boeddhisten echt (los van vriendelijke lippendienst) van de Dalai Lama? "
(Overigens: niet iedereen is enthousiast over het boek van Tomoko Masuzawa; in een review in het vakblad Journal of the American Academy of Religion wordt ervan gezegd:
“ … but Masuzawa's own launching point for that enterprise is itself curiously polemical—or, to use a word favored in this kind of analysis, ideological. At the outset she takes up the axe for two very familiar critiques of Religious Studies:
(1) the field is peopled by a bunch of "unreconstituted religious essentialists" who are too friendly to religion in general, and religious experience in particular, to subject the discipline's categories to rigorous historical and critical analysis and
(2) faculty in departments of religion keep themselves institutionally and financially viable by continuing to offer world religion courses that they know, at least dimly, are intellectually irresponsible.
In other words, the history of the discipline is not getting done properly because scholars of religion are mostly naïve romantics and economic opportunists. ...“
Bron: http://muse.jhu.edu/journals/aar/summary/v074/74.1schmidt.html
Zou de kritiek van Masuzawa ook niet op de Faculteit der Godgeleerdheid van de VU kunnen slaan?)
Ik zou zeggen: André, richt je in je werk verder op waar je formeel voor bent aangesteld en wat ook je sterke punt is, de (vergelijkende) filosofie .
Je bent geen boeddhistisch geestelijk verzorger, dat is je stiel niet en (zover ik kan nagaan) ook je sterke kant niet. Dat dat de wens is van de VU die graag alle opleidingen geestelijke verzorging wil hebben, is hun ambitie. Je moet je niet laten sturen door andere krachten binnen de VU en binnen en om de BUN ten aanzien van die opleiding.
Kortom, André, maak duidelijk aan de VU dat deze master+ambtsopleiding per september 2014 niet meer jouw pakkie an is; dat je verder de boeddhistische filosofieën in dialoog (met elkaar en) met andere levensbeschouwelijke tradities gaat bestuderen en geven.
Posts tonen met het label dialoog tussen religies. Alle posts tonen
Posts tonen met het label dialoog tussen religies. Alle posts tonen
woensdag 22 januari 2014
maandag 20 januari 2014
Theologen en media, een VU-discussie over religieuze omroepen; en de toekomst van boeddhistische media
Verleden week ben ik naar een van de bijeenkomsten geweest die de VU, faculteit godgeleerdheid, organiseerde in hun zogeheten graduation week.
De bijeenkomst ging over de toekomst van religie in de media, schijnbaar een breed thema maar in werkelijkheid ging het (bijna) alleen over de publieke omroep.
De website Nieuwwij vatte het als volgt samen:
“De subsidie is ingetrokken voor de kleine godsdienstige en levensbeschouwelijke omroepen IKON, Human, RKK, de Joodse omroep, het hindoeïstische OHM, de boeddhistische omroep BOS en Zendtijd voor Kerken. Daardoor verandert het religieuze landschap in de media ingrijpend. Betekent dit dat religie zal verdwijnen uit de media? Of komt religie in andere vormen en op andere kanalen terug in de media? En gloort er toch een toekomstperspectief aan het media firmament voor afgestudeerde jonge theologen en religiewetenschappers?
Deze vragen kwamen vorige week aan bod tijdens een debat in Amsterdam in het kader van de VU Graduation Week. Onder leiding van Johan Roeland (docent media, religie en cultuur VU) gingen Job de Haan (voormalig hoofd radio van IKON), Bikram Lalbahadoersing, (voormalig medewerker van OHM) en Hennie Burggraaff (presentator NCRV-radio) met elkaar in debat over de toekomst voor religie in de media. ”
Bron: www.nieuwwij.nl/nieuws/heeft-god-toekomst-hilversum/
' ...(bijna) alleen over de publieke omroep ', schreef ik hierboven.
De NCRV, de IKON en (protestant-christelijke) theologen in het algemeen bepaalden grotendeels de discussie.
Er was een uitzondering: een inleiding (column genoemd, ik weet niet waarom) van Inger van Nes over het gebruik van met name twitter en facebook.
Ik heb, in de zaal en later in een schriftelijke reactie op deze column in hetzelfde 'Nieuwwij', het wat breder getrokken.
Hieronder mijn reactie, met verbetering van een paar foutjes:
“ Bij het nalezen even interessant als bij het aanhoren gisteren. Wel lopen er twee thema’s door elkaar:
(1) Is een apart christelijk (waarschijnlijk bedoeld: protestant) mediaplatform gewenst?
In mijn geval zou dat vertaald moeten worden als: is een apart boeddhistisch mediaplatform gewenst? Want het was toch niet bedoeld als – alleen – een discussie over het christendom in de media, maar over alle eind volgend jaar verdwijnende 2.42-omroepen?
Ik heb wel behoefte aan een – boeddhistisch in mijn geval – platform (eigenlijk een rare beeldspraak: een platform is een verhoging waar je makkelijk af kan vallen); daar hoef ik niet van alles uit te leggen maar kan meteen ter zake komen.
Boeddhisme ook bij de NCRV, zoals gisteren werd voorgesteld of aangeboden? Ook wel (als het maar niet gaat om het binnenhalen van een deel van de beschikbaar komende 9 of 12 miljoen voor levensbeschouwelijke programma’s na 2015); maar beslist niet alleen.
(2) Zijn sociale media als twitter en facebook niet veel geschikter dan media als omroepen?
Daar ben ik het mee eens; gisteren stelde ik dat in ieder geval voor de niet-christelijke religies na het verdwijnen van ‘hun’ omroepen eerder moeten kijken naar op internet gebaseerde media. Televisie is sowieso niet geschikt voor levensbeschouwelijke programma’s, is mijn ervaring (het wordt bijna altijd esthetiek of entertainment)
Maar dan niet alleen de media die Inger noemde; zij had het over de mobiliserende, de maatschappelijke, functie ervan. Dat is nodig en via het net mogelijk, maar levensbeschouwelijk medium heeft ook twee andere functies: de journalistieke en de inhoudelijke: expliciet de levensbeschouwing brengen
Dus ook podcasts, blogs, en (beschouwingen over) levensbeschouwelijke teksten, longreads heet dat tegenwoordig.”
Zie verder www.nieuwwij.nl/opinie/christelijke-media/
Mijn geringe animo voor de suggestie van Hennie Burggraaff van de NCRV-Radio, dat de boeddhisten bij de NCRV welkom zijn, was dat ze niet duidelijk maakte (ook na een gerichte vraag van mij vanuit de zaal) wat dat dan in kon houden, ook financieel en personeel.
Maar vooral omdat zij nogal de nadruk legde op de rol (van de KRO-NCRV zoals de gefuseerde omroep nu heet) van het verbinden van mensen en van religies. Ik voel me met sommige mensen meer verbonden als met anderen en ik zie verschillen, ook tussen levensbeschouwingen. 'Verbinden' is niet mijn prioriteit.
En een televisie-evenement als het programma als 'De Passie', waar enthousiast over werd gedaan, riep bij mij het gevoel op: hier wil ik niets mee te maken hebben.
Nog een opmerking over geld, in de vorm van over werkgelegenheid. Het was duidelijk een subdoel van deze VU-bijeenkomst, na te gaan of afgestudeerde theologen werk konden vinden in de media (in Hilversum kennelijk, al werd dat niet expliciet gezegd).
Veel nieuwe banen zullen er niet komen bij de publieke omroep, dat was wel duidelijk; en levensbeschouwelijke programma's, de corebusiness van theologen (althans de protestante levensbeschouwing) is maar klein deel van wat de publieke omroep gaat doen.
Blijft over het verdienmodel van andere media, van op het boeddhisme georiënteerde media in het bijzonder. Kunnen die professionals in dienst hebben, betaald uit hun inkomsten? Lijkt me heel onwaarschijnlijk. Het aantal mensen met affiniteit tot het boeddhisme is al kleiner dan velen denken en voorzover die affiniteit er is, is die voor een groot percentage vrijblijvend van aard, bijvoorbeeld als om abonneren of donaties wordt gevraagd.
Ik ben gematigd positief over de toekomst – de komende vijf a tien jaar, verder kan ik niet kijken – wat betreft boeddhistische blogs, podcasts etc., en misschien nog een paar tijdschriften; maar het blijft vrijwilligerswerk.
En wat er na 31 december 2015 in Hilversum gebeurt wat betreft boeddhistische programma's? Er komt toch een potje van 9 of 12 miljoen euro per jaar voor, zo wil de politiek (Tweede en daarna eroverheen de Eerste Kamer)?
Na afloop van de VU-bijeenkomst zei ik tegen een ook aanwezige ex-2.42omroep-directeur dat de invulling daarvan bepaald zal worden aan de hand van het advies deze maand van de Raad voor Cultuur (zie vraag van de staatssecretaris ). Hun website heeft nog geen nieuws hierover.
Zijn reactie: daar zal niet zoveel invloed van uit gaan, dat bepalen de omroepen zelf wel.
Ik ben cynisch genoeg om me te kunnen voorstellen dat het zo gaat; maar ook als er wel een echte regeling komt, zal het blijven gaan om incidentele programma's over (bijvoorbeeld) het boeddhisme, niet iets om je mee te kunnen identificeren als boeddhist.
De bijeenkomst ging over de toekomst van religie in de media, schijnbaar een breed thema maar in werkelijkheid ging het (bijna) alleen over de publieke omroep.
De website Nieuwwij vatte het als volgt samen:
“De subsidie is ingetrokken voor de kleine godsdienstige en levensbeschouwelijke omroepen IKON, Human, RKK, de Joodse omroep, het hindoeïstische OHM, de boeddhistische omroep BOS en Zendtijd voor Kerken. Daardoor verandert het religieuze landschap in de media ingrijpend. Betekent dit dat religie zal verdwijnen uit de media? Of komt religie in andere vormen en op andere kanalen terug in de media? En gloort er toch een toekomstperspectief aan het media firmament voor afgestudeerde jonge theologen en religiewetenschappers?
Deze vragen kwamen vorige week aan bod tijdens een debat in Amsterdam in het kader van de VU Graduation Week. Onder leiding van Johan Roeland (docent media, religie en cultuur VU) gingen Job de Haan (voormalig hoofd radio van IKON), Bikram Lalbahadoersing, (voormalig medewerker van OHM) en Hennie Burggraaff (presentator NCRV-radio) met elkaar in debat over de toekomst voor religie in de media. ”
Bron: www.nieuwwij.nl/nieuws/heeft-god-toekomst-hilversum/
' ...(bijna) alleen over de publieke omroep ', schreef ik hierboven.
De NCRV, de IKON en (protestant-christelijke) theologen in het algemeen bepaalden grotendeels de discussie.
Er was een uitzondering: een inleiding (column genoemd, ik weet niet waarom) van Inger van Nes over het gebruik van met name twitter en facebook.
Ik heb, in de zaal en later in een schriftelijke reactie op deze column in hetzelfde 'Nieuwwij', het wat breder getrokken.
Hieronder mijn reactie, met verbetering van een paar foutjes:
“ Bij het nalezen even interessant als bij het aanhoren gisteren. Wel lopen er twee thema’s door elkaar:
(1) Is een apart christelijk (waarschijnlijk bedoeld: protestant) mediaplatform gewenst?
In mijn geval zou dat vertaald moeten worden als: is een apart boeddhistisch mediaplatform gewenst? Want het was toch niet bedoeld als – alleen – een discussie over het christendom in de media, maar over alle eind volgend jaar verdwijnende 2.42-omroepen?
Ik heb wel behoefte aan een – boeddhistisch in mijn geval – platform (eigenlijk een rare beeldspraak: een platform is een verhoging waar je makkelijk af kan vallen); daar hoef ik niet van alles uit te leggen maar kan meteen ter zake komen.
Boeddhisme ook bij de NCRV, zoals gisteren werd voorgesteld of aangeboden? Ook wel (als het maar niet gaat om het binnenhalen van een deel van de beschikbaar komende 9 of 12 miljoen voor levensbeschouwelijke programma’s na 2015); maar beslist niet alleen.
(2) Zijn sociale media als twitter en facebook niet veel geschikter dan media als omroepen?
Daar ben ik het mee eens; gisteren stelde ik dat in ieder geval voor de niet-christelijke religies na het verdwijnen van ‘hun’ omroepen eerder moeten kijken naar op internet gebaseerde media. Televisie is sowieso niet geschikt voor levensbeschouwelijke programma’s, is mijn ervaring (het wordt bijna altijd esthetiek of entertainment)
Maar dan niet alleen de media die Inger noemde; zij had het over de mobiliserende, de maatschappelijke, functie ervan. Dat is nodig en via het net mogelijk, maar levensbeschouwelijk medium heeft ook twee andere functies: de journalistieke en de inhoudelijke: expliciet de levensbeschouwing brengen
Dus ook podcasts, blogs, en (beschouwingen over) levensbeschouwelijke teksten, longreads heet dat tegenwoordig.”
Zie verder www.nieuwwij.nl/opinie/christelijke-media/
Mijn geringe animo voor de suggestie van Hennie Burggraaff van de NCRV-Radio, dat de boeddhisten bij de NCRV welkom zijn, was dat ze niet duidelijk maakte (ook na een gerichte vraag van mij vanuit de zaal) wat dat dan in kon houden, ook financieel en personeel.
Maar vooral omdat zij nogal de nadruk legde op de rol (van de KRO-NCRV zoals de gefuseerde omroep nu heet) van het verbinden van mensen en van religies. Ik voel me met sommige mensen meer verbonden als met anderen en ik zie verschillen, ook tussen levensbeschouwingen. 'Verbinden' is niet mijn prioriteit.
En een televisie-evenement als het programma als 'De Passie', waar enthousiast over werd gedaan, riep bij mij het gevoel op: hier wil ik niets mee te maken hebben.
Nog een opmerking over geld, in de vorm van over werkgelegenheid. Het was duidelijk een subdoel van deze VU-bijeenkomst, na te gaan of afgestudeerde theologen werk konden vinden in de media (in Hilversum kennelijk, al werd dat niet expliciet gezegd).
Veel nieuwe banen zullen er niet komen bij de publieke omroep, dat was wel duidelijk; en levensbeschouwelijke programma's, de corebusiness van theologen (althans de protestante levensbeschouwing) is maar klein deel van wat de publieke omroep gaat doen.
Blijft over het verdienmodel van andere media, van op het boeddhisme georiënteerde media in het bijzonder. Kunnen die professionals in dienst hebben, betaald uit hun inkomsten? Lijkt me heel onwaarschijnlijk. Het aantal mensen met affiniteit tot het boeddhisme is al kleiner dan velen denken en voorzover die affiniteit er is, is die voor een groot percentage vrijblijvend van aard, bijvoorbeeld als om abonneren of donaties wordt gevraagd.
Ik ben gematigd positief over de toekomst – de komende vijf a tien jaar, verder kan ik niet kijken – wat betreft boeddhistische blogs, podcasts etc., en misschien nog een paar tijdschriften; maar het blijft vrijwilligerswerk.
En wat er na 31 december 2015 in Hilversum gebeurt wat betreft boeddhistische programma's? Er komt toch een potje van 9 of 12 miljoen euro per jaar voor, zo wil de politiek (Tweede en daarna eroverheen de Eerste Kamer)?
Na afloop van de VU-bijeenkomst zei ik tegen een ook aanwezige ex-2.42omroep-directeur dat de invulling daarvan bepaald zal worden aan de hand van het advies deze maand van de Raad voor Cultuur (zie vraag van de staatssecretaris ). Hun website heeft nog geen nieuws hierover.
Zijn reactie: daar zal niet zoveel invloed van uit gaan, dat bepalen de omroepen zelf wel.
Ik ben cynisch genoeg om me te kunnen voorstellen dat het zo gaat; maar ook als er wel een echte regeling komt, zal het blijven gaan om incidentele programma's over (bijvoorbeeld) het boeddhisme, niet iets om je mee te kunnen identificeren als boeddhist.
maandag 6 januari 2014
Boeddhisme langs de Zijderoute, een expeditie vanaf 1 maart in Amsterdam
Nu al verheug ik me op een bezoek aan Hermitage Amsterdam, waar vanaf 1 maart een expositie wordt gehouden over de Zijderoute, onder de titel ' Expeditie Zijderoute.'
Ooit gestart omdat de Chinezen behoefte hadden hun producten (zijde onder andere) te exporteren, is dit eeuwen lang een verzameling van routes geweest waarlangs niet alleen goederen werden vervoerd, maar ook culturele uitwisseling plaatsvond. Ons interesseert natuurlijk het meest de verspreiding van het Boeddhisme langs deze routes naar onder andere China, maar ook andere religies (later bv de Islam) werden zo verspreid.
Eén van de dingen die ik beter wil begrijpen, is wie dan wel het boeddhisme (de Dharma) verspreidden, ik heb begrepen dat het zowel zwervende (maar met een missionerend doel) monniken waren maar ook handelslieden die teksten, beeldjes etc. met zich meenamen.
Ik citeer de website van de Hermitage :
"Expeditie Zijderoute
Schatten uit de Hermitage
1 maart 2014 – 5 september 2014
Vanaf 1 maart 2014 ademt de Hermitage Amsterdam de lang verdwenen beschavingen langs de legendarische Zijderoute. De tentoonstelling Expeditie Zijderoute. Schatten uit uit de Hermitage laat de bezoeker zelf de handelsroutes afleggen, antieke schatten ontdekken en onherbergzame streken doorkruisen, waar eeuwen geleden karavanen langs koninkrijken, kloosters en nomadenstammen trokken. De schoonheid van ruim 260 objecten, waaronder muurschilderingen, boeddha’s, kostbaarheden van zijde, zilver, glas, goud, terracotta, die zijn opgegraven door Russische expedities in de 19e en 20e eeuw, vult de Hermitage tot en met 5 september 2014. De bezoeker reist in de voetsporen van monniken, handelsreizigers, Marco Polo, en de archeologen, die de verloren rijken van de Zijderoute ontdekten. Een van de vele topstukken in de tentoonstelling is de ruim 9 meter lange muurschildering van een godheid in gevecht met roofdieren, uit het koningspaleis in Varakhsha (7de-8ste eeuw, huidig Oezbekistan). Nooit eerder verliet deze trots van de archeologische collectie de Hermitage, maar die is na de restauratie, mogelijk gemaakt door de Vrienden van de Hermitage, ruim 6 maanden te zien in Amsterdam. "
Lees ook het achtergrondverhaal over de Zijderoute op de website van de Hermitage.
Ik kom hier vast wel op terug, als ik ergens in het voorjaar op expeditie naar Amsterdam geweest ben.

=======================================================================
Eén van de aanleidingen hierover de schrijven, is een discussie omtrent de jaarwisseling in het BoeddhistischDagblad naar aanleiding van een artikel van Linda Heuman in het blad Tricycle.
Jules Prast schrijft hierover: " Mag ik nog één keer aandacht vragen voor het bovengenoemde artikel in Tricycle uit 2011?
De vondst van de Gandhara-rollen duidt op het bestaan van verschillende overleveringen over de Boeddha. De Pali Canon is er daar maar eentje van. Het idee dat je sutra’s kunt vergelijken om een gemeenschappelijke kern te ontdekken, moet als verouderd worden beschouwd, wanneer je het artikel volgt.
Het woord van de historische Boeddha is in de nevel van de geschiedenis verdwenen, als het al ooit bestaan heeft. In de drang naar de reconstructie van een tekstuele stamboom onthult zich de menselijke behoefte aan houvast. Wij staan oog in oog met ons niet-weten.
Over een generatie of zo zullen we terugkijken op de huidige theorie. Maar eerst moet de onverbiddelijke waarheid nog even indalen in de doctrinaire geest der boeddhisten.
De Gandhara-rollen zijn ongeveer even explosief voor het ‘oude denken’ in het boeddhisme als de vondst van het Thomas-evangelie voor het orthodoxe christendom. Een paradigmawisseling. Gevestigde posities worden omvergeworpen. Er is verzet.
Ik denk dat we er beter aan zouden doen Linda Heuman te lezen en de discussie hierop te concentreren dan door te gaan met het recyclen van houvast waar geen houvast is. "
Ik reageer daar op:
" Op Jules’ dringende verzoek: “Mag ik nog één keer aandacht vragen voor het bovengenoemde artikel in Tricycle uit 2011? “; een reactie, net terug van een bezoek aan het Drents Museum over de ‘Dode Zee rollen’.
Het is al lang bij boeddhologen en nieuwsgierige boeddhisten bekend dat er allerlei versies zijn van de teksten zoals die in de Pali Canon staan. Ergens voor het begin van onze jaartelling in India en omringende landen gecomponeerd en verdere verspreid. De vroeg naar China gebrachte Agama’s zijn er het bekendste voorbeeld van.
Dus wat dat betreft is wat er in Gandhara gevonden is, niet schokkend, wel een interessante uitbreiding van onze historische kennis (die nog zeer incompleet is) van het vroege boeddhisme. Nieuw voor mij is dat de teksten als zo vroeg (voor onze jaartelling?) zijn opgeschreven; ik had begrepen dat het veel langer orale tradities waren geweest.
Een belangrijke site waarin de diverse sutta’s/sutra’s worden vergeleken, is: http://suttacentral.net/ ‘Early Buddhist texts, translations and parallels ‘: (deels zelfde) teksten in Pali, Sanskriet, Chinees, Tibetaans en (voorzover aanwezig) andere talen zoals Gandhari ! Tegelijk interessant en oefening in bescheidenheid.
Dus een ‘paradigma-wisseling’ zoals Jules (met de journaliste Linda Heuman) nogal zwaar aan zet, zie ik niet. Wiens paradigma moet er dan wisselen? Kennelijk alleen dat van orthodoxe aanhangers van de Pali Canon. Die zijn er, net zo als er nog Christenen zijn die alles wat er in de Bijbel staat (inclusief het spreken van de slang in Genesis) als letterlijk gebeurd zien.
Goed, nu weer ons eigen boeddhisme gaan beoefenen?"
Helaas heeft Jules Prast niet meer gereageerd op deze onderbouwde reactie van mij.
Anders had ik hem kunnen vragen of naar zijn weten er ook teksten met Mahayana-kenmerken gevonden zijn (bv het benadrukken van het bodhisattva-ideaal tegenover het als minder beschouwde arhat-doel); volgens mij is dat namelijk niet het geval, ik heb het tenminste niet gevonden.
Bron: BD 2 januari 2014 .
Update 8 januari
Inmiddels hebben Jules en ik onze gedachtenwisseling verder via een aantal mails voortgezet.
Ooit gestart omdat de Chinezen behoefte hadden hun producten (zijde onder andere) te exporteren, is dit eeuwen lang een verzameling van routes geweest waarlangs niet alleen goederen werden vervoerd, maar ook culturele uitwisseling plaatsvond. Ons interesseert natuurlijk het meest de verspreiding van het Boeddhisme langs deze routes naar onder andere China, maar ook andere religies (later bv de Islam) werden zo verspreid.
Eén van de dingen die ik beter wil begrijpen, is wie dan wel het boeddhisme (de Dharma) verspreidden, ik heb begrepen dat het zowel zwervende (maar met een missionerend doel) monniken waren maar ook handelslieden die teksten, beeldjes etc. met zich meenamen.
Ik citeer de website van de Hermitage :
"Expeditie Zijderoute
Schatten uit de Hermitage
1 maart 2014 – 5 september 2014
Vanaf 1 maart 2014 ademt de Hermitage Amsterdam de lang verdwenen beschavingen langs de legendarische Zijderoute. De tentoonstelling Expeditie Zijderoute. Schatten uit uit de Hermitage laat de bezoeker zelf de handelsroutes afleggen, antieke schatten ontdekken en onherbergzame streken doorkruisen, waar eeuwen geleden karavanen langs koninkrijken, kloosters en nomadenstammen trokken. De schoonheid van ruim 260 objecten, waaronder muurschilderingen, boeddha’s, kostbaarheden van zijde, zilver, glas, goud, terracotta, die zijn opgegraven door Russische expedities in de 19e en 20e eeuw, vult de Hermitage tot en met 5 september 2014. De bezoeker reist in de voetsporen van monniken, handelsreizigers, Marco Polo, en de archeologen, die de verloren rijken van de Zijderoute ontdekten. Een van de vele topstukken in de tentoonstelling is de ruim 9 meter lange muurschildering van een godheid in gevecht met roofdieren, uit het koningspaleis in Varakhsha (7de-8ste eeuw, huidig Oezbekistan). Nooit eerder verliet deze trots van de archeologische collectie de Hermitage, maar die is na de restauratie, mogelijk gemaakt door de Vrienden van de Hermitage, ruim 6 maanden te zien in Amsterdam. "
Lees ook het achtergrondverhaal over de Zijderoute op de website van de Hermitage.
Ik kom hier vast wel op terug, als ik ergens in het voorjaar op expeditie naar Amsterdam geweest ben.

=======================================================================
Eén van de aanleidingen hierover de schrijven, is een discussie omtrent de jaarwisseling in het BoeddhistischDagblad naar aanleiding van een artikel van Linda Heuman in het blad Tricycle.
Jules Prast schrijft hierover: " Mag ik nog één keer aandacht vragen voor het bovengenoemde artikel in Tricycle uit 2011?
De vondst van de Gandhara-rollen duidt op het bestaan van verschillende overleveringen over de Boeddha. De Pali Canon is er daar maar eentje van. Het idee dat je sutra’s kunt vergelijken om een gemeenschappelijke kern te ontdekken, moet als verouderd worden beschouwd, wanneer je het artikel volgt.
Het woord van de historische Boeddha is in de nevel van de geschiedenis verdwenen, als het al ooit bestaan heeft. In de drang naar de reconstructie van een tekstuele stamboom onthult zich de menselijke behoefte aan houvast. Wij staan oog in oog met ons niet-weten.
Over een generatie of zo zullen we terugkijken op de huidige theorie. Maar eerst moet de onverbiddelijke waarheid nog even indalen in de doctrinaire geest der boeddhisten.
De Gandhara-rollen zijn ongeveer even explosief voor het ‘oude denken’ in het boeddhisme als de vondst van het Thomas-evangelie voor het orthodoxe christendom. Een paradigmawisseling. Gevestigde posities worden omvergeworpen. Er is verzet.
Ik denk dat we er beter aan zouden doen Linda Heuman te lezen en de discussie hierop te concentreren dan door te gaan met het recyclen van houvast waar geen houvast is. "
Ik reageer daar op:
" Op Jules’ dringende verzoek: “Mag ik nog één keer aandacht vragen voor het bovengenoemde artikel in Tricycle uit 2011? “; een reactie, net terug van een bezoek aan het Drents Museum over de ‘Dode Zee rollen’.
Het is al lang bij boeddhologen en nieuwsgierige boeddhisten bekend dat er allerlei versies zijn van de teksten zoals die in de Pali Canon staan. Ergens voor het begin van onze jaartelling in India en omringende landen gecomponeerd en verdere verspreid. De vroeg naar China gebrachte Agama’s zijn er het bekendste voorbeeld van.
Dus wat dat betreft is wat er in Gandhara gevonden is, niet schokkend, wel een interessante uitbreiding van onze historische kennis (die nog zeer incompleet is) van het vroege boeddhisme. Nieuw voor mij is dat de teksten als zo vroeg (voor onze jaartelling?) zijn opgeschreven; ik had begrepen dat het veel langer orale tradities waren geweest.
Een belangrijke site waarin de diverse sutta’s/sutra’s worden vergeleken, is: http://suttacentral.net/ ‘Early Buddhist texts, translations and parallels ‘: (deels zelfde) teksten in Pali, Sanskriet, Chinees, Tibetaans en (voorzover aanwezig) andere talen zoals Gandhari ! Tegelijk interessant en oefening in bescheidenheid.
Dus een ‘paradigma-wisseling’ zoals Jules (met de journaliste Linda Heuman) nogal zwaar aan zet, zie ik niet. Wiens paradigma moet er dan wisselen? Kennelijk alleen dat van orthodoxe aanhangers van de Pali Canon. Die zijn er, net zo als er nog Christenen zijn die alles wat er in de Bijbel staat (inclusief het spreken van de slang in Genesis) als letterlijk gebeurd zien.
Goed, nu weer ons eigen boeddhisme gaan beoefenen?"
Helaas heeft Jules Prast niet meer gereageerd op deze onderbouwde reactie van mij.
Anders had ik hem kunnen vragen of naar zijn weten er ook teksten met Mahayana-kenmerken gevonden zijn (bv het benadrukken van het bodhisattva-ideaal tegenover het als minder beschouwde arhat-doel); volgens mij is dat namelijk niet het geval, ik heb het tenminste niet gevonden.
Bron: BD 2 januari 2014 .
Update 8 januari
Inmiddels hebben Jules en ik onze gedachtenwisseling verder via een aantal mails voortgezet.
Labels:
boeddhologie,
dialoog tussen religies,
Mahayana,
Pali-Canon
vrijdag 30 augustus 2013
Kan het boeddhisme ook van Mars komen? En de verenigbaarheid met de evolutieleer
Heel interessant astronomisch nieuws deze week, tenminste: interessant voor wie de oorsprong van het leven wil begrijpen.
Dit was het bericht:
“29 augustus 2013 • Is ons leven begonnen op Mars?
Er is een nieuwe aanwijzing gevonden dat het leven op aarde op Mars is begonnen. Tijdens de jaarlijkse Goldschmidt-conferentie, die deze week in Florence wordt gehouden, maken Amerikaanse geochemici bekend dat een geoxideerde minerale vorm van het element molybdeen, die mogelijk cruciaal is voor het ontstaan van leven, alleen beschikbaar was op Mars en niet op aarde. Volgens Steven Benner van het The Westheimer Institute for Science and Technology was molybdeen in deze sterk geoxideerde vorm ten tijde van het ontstaan van het eerste leven niet voorradig op aarde: drie miljard jaar geleden was er simpelweg te weinig zuurstof beschikbaar aan het aardoppervlak. Op Mars was dat anders, en volgens Benner is dat een sterke aanwijzing dat de eerste organismen dáár zijn ontstaan. De organismen zouden vervolgens zijn ‘meegelift’ met meteorieten die bij grote inslagen van Mars werden losgelagen. De suggestie van Benner kan twee paradoxen omtrent het ontstaan van leven op aarde oplossen. De eerste, de 'teerparadox', is dat organische moleculen onder invloed van warmte of licht de neiging hebben om in een levenloze, teerachtige substantie te veranderen. Elementen als molybdeen en boor – ook nu nog rijkelijk aanwezig op Mars – voorkomen dat. De tweede paradox is dat de jonge aarde grotendeels onder water stond, wat de vorming van ‘genetische moleculen’ zoals RNA bemoeilijkt. Ook op Mars was water, maar veel minder dan op onze planeet.
Bron: www.astronieuws.nl/
=====================================================
Een paar jaar geleden was er een ander nieuwsfeit, hoewel wellicht iets minder wetenschappelijk: Mannen komen van Mars, vrouwen komen van Venus
Een samenvatting van deze (m.i. wat manonvriendelijke maar vooral biologisch onbegrijpelijike) theorie uit 'Je begrijpt me niet'
" De verschillen tussen mannen en vrouwen zijn zo groot, dat het wel lijkt dat mannen en vrouwen van een andere planeet komen. Mannen komen van Mars, vrouwen van Venus. Dit is de boodschap van de Amerikaanse relatiedeskundige John Gray, die er een serie succesvolle boeken over schreef. Wat staat er ook alweer in die boeken? Hieronder een ultrakorte samenvatting.
Marsbewoners zijn gericht op macht en prestatie. Ze houden van activiteiten buitenshuis en zijn geinteresseerd in nieuws, weer en sport. Ze fantaseren over auto's, computers en techniek. Ze zijn individualistisch, gericht op zelfstandigheid en doelgericht. In problemen zijn ze oplossingsgericht. Als ze advies willen, vragen ze daarom. Ongevraagd advies wordt opgevat als kritiek en afwijzing.
Venusbewoners zijn sensitiever, meer gericht op het betrekkingsniveau. Ze steunen en helpen elkaar en ontlenen hun eigenwaardegevoel vooral aan hun relaties en gesprekken. Ze zijn dus erg contactgericht. Ze hebben een goede intuitie en spelen gemakkelijk op de behoeften van anderen in. Ze geven vlot en ongevraagd adviezen. "
=====================================================
Was de Dharma er al op Mars ?
Als het leven van Mars komt en de helft van de menselijke soort van Mars komt, zou het dan mogelijk zijn dat het boeddhisme van Mars komt ?
Liever gezegd: de Dharma? Want die was er al voor de ons bekende historische Boeddha, die zo'n 2600 jaar geleden leefde.
Eigenlijk wil ik me niet met mythologie bezighouden maar met twee serieuze vragen: een wetenschappelijke en een filosofische vraag.
(1) Is de leer van de boeddhismen verenigbaar met de evolutietheorie ?
Er is een periode geweest (die nu al weer bijna voorbij is) dat door boeddhisten trots werd gezegd dat het boeddhisme goed verenigbaar is met de natuurwetenschap (zie Donald Lopez, The Scientific Buddha: His Short and Happy Life , Amazon.com ) Veel beter dan bijvoorbeeld de leer van het Christendom.
Het is echter een heel werk, de vraag goed te beantwoorden: lijstjes kenmerken van de boeddhistische leer moeten vergeleken worden met lijstjes van de evolutieleer.
Een verschil is dat de boeddhismen (in het verleden) een eeuwigheid veronderstelt en de evolutietheorie (met de Big Bang theorie) een begin. Maar met een cyclisch tijdsbegrip komen we wel een eind.
Wat wel overeenkomt is dat beide 'leren' sterk niet de mens als kroon op de schepping zien, het zijn geen antropocentrische benaderingen van de veelheid van levensvormen; in de meeste reincarnatieopvattingen van de boeddhismen kunnen mensen reincarneren in dieren en (hoewel het moeilijk is) omgekeerd. Eén uitzondering: alleen de mens kan 'ontwaken', arahat worden zoals het in de Theravada heet.
Zowel in die vormen van boeddhisme waar het leerstuk van de 'boeddhanatuur' van alle levende wezens (dus ook dieren) centraal staat, wordt een dier via de stap van het mens worden een verlichte.
Eén van de belangrijkste principes van de evolutietheorie, dat van de natuurlijke selectie , heeft eigenlijk geen raakvlakken met het boeddhisme: het is noch verenigbaar noch onverenigbaar.
(2) Toen de menselijke soort nog niet bestond , of als in de toekomst de mens is uitgestorven, was c.q. is er dan toch de Dharma ?
Onder 'de Dharma' versta ik dan hier de 'wetten' van karma etc., de leerstukken van anatta, dukkha en anicca; en centrale concepten als sunyata en nirvana; het belang van metta en karuna, om de belangrijkste te noemen.
Weliswaar kon destijds (voor het ontstaan van de menselijke soort, zo'n tweehondereduizend jaar geleden dus) niemand de Dharma formuleren, maar daarom was die er nog wel; voor dieren bijvoorbeeld, ik denk aan het bestaan van dukkha.
Een stap verder: in principe was dat ook drie miljard jaar geleden het geval toen zo ongeveer het leven (op Aarde of op Mars) ontstond.
Ja dus (hoewel ik moet toegeven dat het niets betekent)
En daarvoor dan niet?
Maar om eerlijk te zijn: wat we hier 'de Dharma' noemen, is – inclusief de zogenaamde dharmische natuurwetten – een product van de menselijke geest; weliswaar ouder dan 2600 jaar (d.w.z. de leer van de Boeddha heeft voorlopers gehad) maar dan in de grootteorde van een paar honderd tot een paar duizend jaar ouder.
De Neanderthaler, hoewel onderhevig aan dukkha etc., heeft geen weet gehad van het boeddhisme; en degenen die van Mars (of Venus) kwamen dus ook niet.
Dit was het bericht:
“29 augustus 2013 • Is ons leven begonnen op Mars?
Er is een nieuwe aanwijzing gevonden dat het leven op aarde op Mars is begonnen. Tijdens de jaarlijkse Goldschmidt-conferentie, die deze week in Florence wordt gehouden, maken Amerikaanse geochemici bekend dat een geoxideerde minerale vorm van het element molybdeen, die mogelijk cruciaal is voor het ontstaan van leven, alleen beschikbaar was op Mars en niet op aarde. Volgens Steven Benner van het The Westheimer Institute for Science and Technology was molybdeen in deze sterk geoxideerde vorm ten tijde van het ontstaan van het eerste leven niet voorradig op aarde: drie miljard jaar geleden was er simpelweg te weinig zuurstof beschikbaar aan het aardoppervlak. Op Mars was dat anders, en volgens Benner is dat een sterke aanwijzing dat de eerste organismen dáár zijn ontstaan. De organismen zouden vervolgens zijn ‘meegelift’ met meteorieten die bij grote inslagen van Mars werden losgelagen. De suggestie van Benner kan twee paradoxen omtrent het ontstaan van leven op aarde oplossen. De eerste, de 'teerparadox', is dat organische moleculen onder invloed van warmte of licht de neiging hebben om in een levenloze, teerachtige substantie te veranderen. Elementen als molybdeen en boor – ook nu nog rijkelijk aanwezig op Mars – voorkomen dat. De tweede paradox is dat de jonge aarde grotendeels onder water stond, wat de vorming van ‘genetische moleculen’ zoals RNA bemoeilijkt. Ook op Mars was water, maar veel minder dan op onze planeet.
Bron: www.astronieuws.nl/
=====================================================
Een paar jaar geleden was er een ander nieuwsfeit, hoewel wellicht iets minder wetenschappelijk: Mannen komen van Mars, vrouwen komen van Venus
Een samenvatting van deze (m.i. wat manonvriendelijke maar vooral biologisch onbegrijpelijike) theorie uit 'Je begrijpt me niet'
" De verschillen tussen mannen en vrouwen zijn zo groot, dat het wel lijkt dat mannen en vrouwen van een andere planeet komen. Mannen komen van Mars, vrouwen van Venus. Dit is de boodschap van de Amerikaanse relatiedeskundige John Gray, die er een serie succesvolle boeken over schreef. Wat staat er ook alweer in die boeken? Hieronder een ultrakorte samenvatting.
Marsbewoners zijn gericht op macht en prestatie. Ze houden van activiteiten buitenshuis en zijn geinteresseerd in nieuws, weer en sport. Ze fantaseren over auto's, computers en techniek. Ze zijn individualistisch, gericht op zelfstandigheid en doelgericht. In problemen zijn ze oplossingsgericht. Als ze advies willen, vragen ze daarom. Ongevraagd advies wordt opgevat als kritiek en afwijzing.
Venusbewoners zijn sensitiever, meer gericht op het betrekkingsniveau. Ze steunen en helpen elkaar en ontlenen hun eigenwaardegevoel vooral aan hun relaties en gesprekken. Ze zijn dus erg contactgericht. Ze hebben een goede intuitie en spelen gemakkelijk op de behoeften van anderen in. Ze geven vlot en ongevraagd adviezen. "
=====================================================
Was de Dharma er al op Mars ?
Als het leven van Mars komt en de helft van de menselijke soort van Mars komt, zou het dan mogelijk zijn dat het boeddhisme van Mars komt ?
Liever gezegd: de Dharma? Want die was er al voor de ons bekende historische Boeddha, die zo'n 2600 jaar geleden leefde.
Eigenlijk wil ik me niet met mythologie bezighouden maar met twee serieuze vragen: een wetenschappelijke en een filosofische vraag.
(1) Is de leer van de boeddhismen verenigbaar met de evolutietheorie ?
Er is een periode geweest (die nu al weer bijna voorbij is) dat door boeddhisten trots werd gezegd dat het boeddhisme goed verenigbaar is met de natuurwetenschap (zie Donald Lopez, The Scientific Buddha: His Short and Happy Life , Amazon.com ) Veel beter dan bijvoorbeeld de leer van het Christendom.
Het is echter een heel werk, de vraag goed te beantwoorden: lijstjes kenmerken van de boeddhistische leer moeten vergeleken worden met lijstjes van de evolutieleer.
Een verschil is dat de boeddhismen (in het verleden) een eeuwigheid veronderstelt en de evolutietheorie (met de Big Bang theorie) een begin. Maar met een cyclisch tijdsbegrip komen we wel een eind.
Wat wel overeenkomt is dat beide 'leren' sterk niet de mens als kroon op de schepping zien, het zijn geen antropocentrische benaderingen van de veelheid van levensvormen; in de meeste reincarnatieopvattingen van de boeddhismen kunnen mensen reincarneren in dieren en (hoewel het moeilijk is) omgekeerd. Eén uitzondering: alleen de mens kan 'ontwaken', arahat worden zoals het in de Theravada heet.
Zowel in die vormen van boeddhisme waar het leerstuk van de 'boeddhanatuur' van alle levende wezens (dus ook dieren) centraal staat, wordt een dier via de stap van het mens worden een verlichte.
Eén van de belangrijkste principes van de evolutietheorie, dat van de natuurlijke selectie , heeft eigenlijk geen raakvlakken met het boeddhisme: het is noch verenigbaar noch onverenigbaar.
(2) Toen de menselijke soort nog niet bestond , of als in de toekomst de mens is uitgestorven, was c.q. is er dan toch de Dharma ?
Onder 'de Dharma' versta ik dan hier de 'wetten' van karma etc., de leerstukken van anatta, dukkha en anicca; en centrale concepten als sunyata en nirvana; het belang van metta en karuna, om de belangrijkste te noemen.
Weliswaar kon destijds (voor het ontstaan van de menselijke soort, zo'n tweehondereduizend jaar geleden dus) niemand de Dharma formuleren, maar daarom was die er nog wel; voor dieren bijvoorbeeld, ik denk aan het bestaan van dukkha.
Een stap verder: in principe was dat ook drie miljard jaar geleden het geval toen zo ongeveer het leven (op Aarde of op Mars) ontstond.
Ja dus (hoewel ik moet toegeven dat het niets betekent)
En daarvoor dan niet?
Maar om eerlijk te zijn: wat we hier 'de Dharma' noemen, is – inclusief de zogenaamde dharmische natuurwetten – een product van de menselijke geest; weliswaar ouder dan 2600 jaar (d.w.z. de leer van de Boeddha heeft voorlopers gehad) maar dan in de grootteorde van een paar honderd tot een paar duizend jaar ouder.
De Neanderthaler, hoewel onderhevig aan dukkha etc., heeft geen weet gehad van het boeddhisme; en degenen die van Mars (of Venus) kwamen dus ook niet.
maandag 8 juli 2013
Boeddhisme en conflict in Zuid-Azië, Bhikkhu Sujato (Buddhism and conflict in south Asia)
Geschreven door Bhikkhu Sujato , overgenomen uit http://sujato.wordpress.com/2013/07/08/buddhism-and-conflict-in-south-asia/
Vertalen op dit moment, door mij, zou dit betoog alleen maar verzwakken.
Voor mij centraal is zijn boodschap: "make the right kind of noise "
Yesterday we had the incredibly sad and disturbing news that a series of bombs had been set off in Bodhgaya. The heart of Buddhism, where the Buddha was enlightened, and the destination for millions of Buddhist pilgrims, had been subjected to a terrorist attack.
It seems that there were around 11 bombs planted, of which 4 went off in the temple complex itself, five elsewhere, and two were defused. Two monks were injured, and I don’t know how many others.
Bizarrely, this episdoe has been almost ignored by the international press. I can’t find a reference to it on the ABC, the SMH, or the Guardian; and only one minor article in the New York Times. The only major media oitlet with good coverage seems to be the Times of India. Why is this being ignored by the Western media? What would happen if Mecca, or the Vatican was subjected to multiple bomb blasts? Buddhists, get out there and make a noise! Don’t let this happen again!
BUT, and here’s the important part: make the right kind of noise.
The blasts were, it seems, planted by a group called the Indian Mujahadeen, an Islamist group that is responding to the persecution of the Mulsim Rohingya people in Myanmar. This is part of an extremely disturbing pattern of Muslim/Buddhist violence throughout virtually every major country in the region: Bangladesh, Thailand, Malaysia, Myanmar, Indonesia, Sri Lanka, and now India.
Recently I was in Canberra and I raised this issue repeatedly, both directly to the Foreign Minister, Bob Carr, and to the Attorney General’s Human Rights Forum. I emphasized that the Australian religious community, both Buddhist and Muslim, want peace, and we want our government to do everything it can to settle this dangerous situation before it spirals out of control. The Foreign Minister told me that they strongly supported granting citizenship for the Rohingya and that he was planning a trip to Rakhine province next month to emphasize the issue. I just hope the Government doesn’t get so embroiled in its own problems that they forget about the rest of the world.
In any case, this is one practical step that that we should all support: grant citizenship to the Rohingya. This is absolutely necessary, and an essential starting point. If this does not happen, the persecution in Myanmar will get worse, and the repercussions through the region will continue to escalate.
Of course, there is much more to be done. There is, and has been for some time, an insidious paranoia in the Buddhist community. There is always a tendency to look to conspiracies and blame the other. “It’s the Tamils!” “It’s the Christians!” “It’s the women!” “It’s the West!” “It’s…” and you can fill in the blanks here. Now, the cry is, “It’s the Muslims!”
All this comes from a sense of weakness, from a lack of confidence in the Buddhist world. Look at how the Buddha responded in the Mahaparinibbana Sutta, when asked about Ajatasattu’s chances of invading the Vajjians. As long as the Vajjians kept strong and unified, and lived well, they would not be overcome. Only by treachery and division would Ajatasatu succeed. And this is the message that the Buddha stated, quite explicitly and repeatedly: Buddhism is not threatened by forces from outside, but by weakness from within. When the Buddhist community stops paying attention to the Dhamma, stops living in the way taught by the Buddha, it will be easily overcome.
We need to begin our response, not by blaming others, but by asking ourselves, “How can we be stronger in the Dhamma?” The Buddhist world needs to begin some serious and long-overdue reforms. Here are a few urgent priorities:
•Provide a good education in actual Dhamma (not traditional fairy stories) to all Buddhists
•Sever the terrifying and toxic links between Buddhism and nationalism
•Retire the sectarian, nationalist, and ossified leadership of the Sangha, and let the Sangha operate by consensus, according to the Vinaya
•Toss out the ridiculous rituals and superstitions that serve only to perpetuate wrong view and obscure the Dhamma
•Provide living examples of how Dhamma creates and nourishes compassionate, wise, and peaceful people.
It’s a crazy, scary world out there. As the saying goes, just because you’re paranoid, it doesn’t mean they’re not out to get you. Sometimes people actually do bad things, and sometimes they do bad things to Buddhists. The Tamil Tigers were evil, murderous thugs. But that doesn’t mean that “Tamils” are like that. Likewise, some Muslims are stupid, violent, dogmatically-crazed jerks, and we need to protect people from them. But that doesn’t mean that “Muslims” are like that.
Look at America. After 9/11, reason and compassion went out the window. I remember reading a little article, just after 9/11, where one of the al-Qaeda leaders was interviewed. He said that they will just keep lighting fires. It’s easy for them to light them, and hard for the US to put them out. They don’t care how much they lose, or how long it takes. They will just keep lighting the fires until the US exhausts itself. A decade later, and it’s plain as day, this is exactly what is happening. And its working. The very purpose for which the US is fighting, the beloved freedoms and democratic rights, have been systematically eroded and jettisoned in an ever more deranged crusade, which has caused orders of magnitude more harm than even the 9/11 attacks themselves.
Don’t, as Buddhists, make the same mistake! Remember the Buddha’s words: hatred is never overcome by hatred, it is only ever overcome by love. The more you think about and go over the harms and damages to Buddhism, the worse it will get.
The thing to do, the only thing to do, is to love. To forgive. To move forward. To overcome all hatred, whether it is in the heart of a Buddhist, a Muslim, a Tamil, or an American. It is hatred that is the enemy, not Muslims
Vertalen op dit moment, door mij, zou dit betoog alleen maar verzwakken.
Voor mij centraal is zijn boodschap: "make the right kind of noise "
Yesterday we had the incredibly sad and disturbing news that a series of bombs had been set off in Bodhgaya. The heart of Buddhism, where the Buddha was enlightened, and the destination for millions of Buddhist pilgrims, had been subjected to a terrorist attack.
It seems that there were around 11 bombs planted, of which 4 went off in the temple complex itself, five elsewhere, and two were defused. Two monks were injured, and I don’t know how many others.
Bizarrely, this episdoe has been almost ignored by the international press. I can’t find a reference to it on the ABC, the SMH, or the Guardian; and only one minor article in the New York Times. The only major media oitlet with good coverage seems to be the Times of India. Why is this being ignored by the Western media? What would happen if Mecca, or the Vatican was subjected to multiple bomb blasts? Buddhists, get out there and make a noise! Don’t let this happen again!
BUT, and here’s the important part: make the right kind of noise.
The blasts were, it seems, planted by a group called the Indian Mujahadeen, an Islamist group that is responding to the persecution of the Mulsim Rohingya people in Myanmar. This is part of an extremely disturbing pattern of Muslim/Buddhist violence throughout virtually every major country in the region: Bangladesh, Thailand, Malaysia, Myanmar, Indonesia, Sri Lanka, and now India.
Recently I was in Canberra and I raised this issue repeatedly, both directly to the Foreign Minister, Bob Carr, and to the Attorney General’s Human Rights Forum. I emphasized that the Australian religious community, both Buddhist and Muslim, want peace, and we want our government to do everything it can to settle this dangerous situation before it spirals out of control. The Foreign Minister told me that they strongly supported granting citizenship for the Rohingya and that he was planning a trip to Rakhine province next month to emphasize the issue. I just hope the Government doesn’t get so embroiled in its own problems that they forget about the rest of the world.
In any case, this is one practical step that that we should all support: grant citizenship to the Rohingya. This is absolutely necessary, and an essential starting point. If this does not happen, the persecution in Myanmar will get worse, and the repercussions through the region will continue to escalate.
Of course, there is much more to be done. There is, and has been for some time, an insidious paranoia in the Buddhist community. There is always a tendency to look to conspiracies and blame the other. “It’s the Tamils!” “It’s the Christians!” “It’s the women!” “It’s the West!” “It’s…” and you can fill in the blanks here. Now, the cry is, “It’s the Muslims!”
All this comes from a sense of weakness, from a lack of confidence in the Buddhist world. Look at how the Buddha responded in the Mahaparinibbana Sutta, when asked about Ajatasattu’s chances of invading the Vajjians. As long as the Vajjians kept strong and unified, and lived well, they would not be overcome. Only by treachery and division would Ajatasatu succeed. And this is the message that the Buddha stated, quite explicitly and repeatedly: Buddhism is not threatened by forces from outside, but by weakness from within. When the Buddhist community stops paying attention to the Dhamma, stops living in the way taught by the Buddha, it will be easily overcome.
We need to begin our response, not by blaming others, but by asking ourselves, “How can we be stronger in the Dhamma?” The Buddhist world needs to begin some serious and long-overdue reforms. Here are a few urgent priorities:
•Provide a good education in actual Dhamma (not traditional fairy stories) to all Buddhists
•Sever the terrifying and toxic links between Buddhism and nationalism
•Retire the sectarian, nationalist, and ossified leadership of the Sangha, and let the Sangha operate by consensus, according to the Vinaya
•Toss out the ridiculous rituals and superstitions that serve only to perpetuate wrong view and obscure the Dhamma
•Provide living examples of how Dhamma creates and nourishes compassionate, wise, and peaceful people.
It’s a crazy, scary world out there. As the saying goes, just because you’re paranoid, it doesn’t mean they’re not out to get you. Sometimes people actually do bad things, and sometimes they do bad things to Buddhists. The Tamil Tigers were evil, murderous thugs. But that doesn’t mean that “Tamils” are like that. Likewise, some Muslims are stupid, violent, dogmatically-crazed jerks, and we need to protect people from them. But that doesn’t mean that “Muslims” are like that.
Look at America. After 9/11, reason and compassion went out the window. I remember reading a little article, just after 9/11, where one of the al-Qaeda leaders was interviewed. He said that they will just keep lighting fires. It’s easy for them to light them, and hard for the US to put them out. They don’t care how much they lose, or how long it takes. They will just keep lighting the fires until the US exhausts itself. A decade later, and it’s plain as day, this is exactly what is happening. And its working. The very purpose for which the US is fighting, the beloved freedoms and democratic rights, have been systematically eroded and jettisoned in an ever more deranged crusade, which has caused orders of magnitude more harm than even the 9/11 attacks themselves.
Don’t, as Buddhists, make the same mistake! Remember the Buddha’s words: hatred is never overcome by hatred, it is only ever overcome by love. The more you think about and go over the harms and damages to Buddhism, the worse it will get.
The thing to do, the only thing to do, is to love. To forgive. To move forward. To overcome all hatred, whether it is in the heart of a Buddhist, a Muslim, a Tamil, or an American. It is hatred that is the enemy, not Muslims
vrijdag 14 december 2012
De kracht van negatief denken - Waarheid, melancholie en een tragisch levensgevoel
Vooraf: deze titel is niet van mezelf maar is die van de vertaling van een artikel van de Princeton psycholoog Robert Woolfolk . Hem citeer ik later uitgebreider.
Het positieve denken is populair in het Westen, vooral in de V.S. maar ook in Nederland.
En ook in het boeddhisme . Op de een of andere manier is het populaire psychologische en ekonomische denken (‘je kunt worden en verdienen wat je wilt’) uit de zelfhulp-industrie vermengd geraakt met noties uit het boeddhisme.
Dat is eigenlijk merkwaardig want de oude boeddhistische teksten ademen een andere sfeer. (Ook Thich Nhat Hanh in zijn jongere jaren, in meer recente publikaties is die m.i. salonfähiger geworden.)
Laatst schreef iemand dat ik een voorbeeld ben van de ‘het glas is half leeg’ benadering, waarbij zij de voorkeur gaf aan het ‘het glas is half vol’-optimisme van iemand anders.
Ook kreeg ik te horen dat m’n blogs narcistisch waren. Kan zijn, ik ben pas een beginneling in het minder afstandelijk en abstract en meer persoonlijk maken van m’n teksten.
Nu dus over het feit dat ik mezelf niet als een positivo zie. Wel als een denker trouwens.
Dat is lastig want positief zijn is wel in de mode, ook onder boeddhisten. En denken trouwens niet.
De bekendste is Deepak Chopra, maar de Dalai Lama kan er ook wat van.
Over Deepak Chopra schreef Aaf Brandt Corstius onlangs: “ een Amerikaanse goeroe die elke zichzelf respecterende Hollywood-ster al weer als passé beschouwt maar die bij onze Nederlandse beroemdheden nog aansluiting vindt ... wat de Deepak Chopra-leer inhoudt, namelijk dat je: a. positief moet zijn, b. allemaal moet samenwerken ... ” Aaf eindigt haar column met: “ Dat is de troef van de moderne positivo: iedereen die het niet met hem eens is, steekt er zo zuur bij af. ”
Van de Dalai Lama las ik volgend aan hem toegeschreven citaat: “ In welke situatie wij ons ook bevinden, het is altijd mogelijk deze met een positieve houding te benaderen. ”
Of wat te denken van deze: “De Dalai Lama Dagkalender 2013 bevat de waardevolste citaten van de Dalai Lama. Hij wijst je op de noodzaak van tolerantie, eerlijkheid en vergeving. Hij moedigt je bovendien aan om je te concentreren op de goedheid en de schoonheid van alles wat je dagelijks omringt. Deze scheurkalender biedt je daarmee voor elke dag een bemoedigende en inspirerende spreuk. ”
Of dit citaat: “ See the positive side, the potential, and make an effort. ”
Op de website van Bodhitv was onlangs een artikel te lezen van Sanne Wurzer (zie hier )
De inleiding ervan:
“ Ergernissen en frustraties, we willen er allemaal het liefst zo snel mogelijk vanaf. Accepteren dat de dingen gaan zoals ze gaan is natuurlijk één bekende manier om dat voor elkaar te krijgen. Maar er zijn ook andere oplossingen, denkt Sanne Wurzer. ‘Zodra je een energieke match wordt met je eigen wens, manifesteert deze zich razendsnel.’ “
Gelukkig denkt niet iedereen daar zo over, zoals kan blijken uit een helder persoonlijk verhaal in de blog ‘Tiny Buddha’ met als titel: ´Why positive thinking didn´t work for me´ :
“ For a long time, nothing stressed me out as much as positivity.
I was a perfectionist growing up, always trying to bang my flawed round-shaped self into a perfect square hole that couldn’t possibly contain me.
Around 22, I decided to focus on personal development – a positive thing, I assumed.
I figured if I worked on improving a little every day, I’d feel a lot more positive about myself than I did when I focused on my flaws. ...
I never considered that wanting to be positive isn’t the same as being positive. ... “
Gelukkig ook is er sprake van enige tegenbeweging in de Anglosaksische (min of meer wetenschappelijke) psychologische literatuur.
Een deel ervan bevat trouwens wel een dubbele bodem omdat de strekking is:
Negatief denken (= niet bij voorbaat ervan uitgaan dat men wel positief resultaat zal bereiken omdat men het wil bereiken) blijkt in sommige gevallen juist positiever resultaat op te leveren dan positief denken.
Dus negatief denken wordt daarmee een vorm van positief denken: het vooruitgangsgeloof blijft intact.
Dat vind ik niet authentiek negatief genoeg.
De Engelse psychiater R. Lepcha plaatst een kanttekening bij het positief denken, onder de (door mij vertaalde) titel: ‘De valkuilen van positief denken, een mindful perspectief ’
“Als we in de zelfhulp-afdeling van een boekwinkel rondkijken, blijkt een overweldigend aantal van de zelfhulp-boeken en tijdschriften positief denken te preken, het produkt van een miljoen-dollar industrie dat ons in wezen vertelt dat we onze negatieve zelfbeelden moeten omdraaien in positieve teneinde succes te bereiken.
Er is intrinsiek niets mis met dit concept, behalve dan dat positief denken in de meeste gevallen op zich niet een diepe verandering brengt op een manier waarmee we toch gewoonlijk leven en werk benaderen.
Toch hebben al generaties van psychotherapeuten steeds geprobeerd om dat te doen, in een proces dat bekend staat als ’cognitieve herstructurering’ (cognitive restructuring); zij streven ernaar negatieve zelf-verwerpende attitudes te vervangen door positieve winnwende attitudes.
Veel recent onderzoek over ‘cognitive behavioural therapy’ heeft echter feitelijk laten zien dat mensen met een chronisch laag zelfbeeld zich juist slechter gaan voelen als ze van hun therapeuten een uitgesproken positief beeld van zichzelf te horen krijgen ... "
The Metta-Physics Magazine - Exploring the Science-Spirituality Interface Bron.
Een ander voorbeeld, deze keer niet zozeer psychologie in de zelfhulp maar over de ‘de tirannie van het optimisme’ in het bedrijfsleven. Over managers die alsmaar positief moeten denken.
Auteurs van ‘The Tyranny of Optimism zijn C. W. Von Bergen en Diane Bandow. Bron .
Niet wetenschappelijk- maar populair-psychologisch, uit de zelfhulp-hoek komt:
“De positieve kracht van negatief denken ...
De vuurloop als metafoor van het leven
Tijdens een zogenaamde vuurloop in juni 2012 liepen 21 deelnemers aan een seminar Unleash The Power Within brandwonden op. Deze vuurloop behoort tot de vaste onderdelen van de seminars van Anthony Robbins. Deze schrijver en motivational speaker is in Nederland het best bekend door zijn boek ‘Je onbekende vermogens’ waarin hij onder meer zijn inzichten over neurolinguïstisch programmeren uit de doeken doet. In zijn boek en zijn seminars hamert Robbins voortdurend op zijn overtuiging dat je mogelijkheden grenzeloos zijn mits je met de juiste overtuigingen op een positieve manier werkt aan wat je wezenlijk in je leven wilt bereiken.
De bedoeling van de vuurloop is dat je het gevoel krijgt dat je mogelijkheden inderdaad grenzeloos zijn, mits je de juiste mindset hebt. Voordat je de hete kolen op gaat, zeg je tegen jezelf: ‘Ik wil het, ik kan het en ik ga ervoor’. En je visualiseert hoe je succesvol de vuurloop volbrengt: met opgeheven hoofd en een rechte stevige pas. Tijdens de vuurloop zelf word je geacht ‘koel mos’ te visualiseren en hardop: ‘Koel mos, koel mos, koel mos’ te zeggen.
De fysiologische waarheid rond de vuurloop is dat geen van de deelnemers aan het seminar blaren of brandwonden krijgt, mits de deelnemer vlot en lichtvoetig enkele meters over een horizontale laag van smeulende kolen of smeulend hout op een onbrandbare onderlaag loopt.
....
Tot nu toe is echter de negatieve uitwerking van positieve visualisatie onderbelicht gebleven. Oliver Burkeman wil daarmee afrekenen in zijn boek ‘The Antidote: Happiness for People Who Can’t Stand Positive Thinking’. Visualisatie kan er namelijk toe leiden dat iemand het gevoel krijgt dat hij zijn doel al bereikt heeft en dat hij zich daarvoor dus niet meer enorm hoeft in te spannen.
....
Tot de inzichten van Tony Robbins behoort het bewust stellen van doelen. Managersspeak zit vol blabla over doelstellingen en het bereiken van doelen.
Maar het bepalen van doelen kan als onbedoeld neveneffect hebben dat je het gestelde doel voorbijschiet. Dit geldt vooral als je je al te zeer focust op een strak geformuleerd doel. Volgens diverse onderzoeken zouden medewerkers die gedreven worden door concrete doelen eerder geneigd zijn het niet zo nauw te nemen met ethische normen. ...
Oliver Burkeman wijst erop dat de filosofen uit de antieke oudheid en de spirituele leiders reeds inzagen dat het nodig is de balans te vinden tussen het positieve en het negatieve, tussen optimisme en pessimisme, en tussen een streven naar succes en zekerheden, en een openstaan voor mislukking en onzekerheden. ...
Met een knipoog naar Anthony Robbins advies om aan koel mos te denken als je over hete kolen loopt, adviseert Oliver Burke: ‘ Visualiseer je hete kolen niet als koel mos, maar als hete kolen. ' “
Bron: hier .
Ook de Rotterdamse geluksonderzoeker en (als ik zijn website lees) positivo Ad Bergsma maakt deze kanttekening bij de positieve psychologie maar toch met een positieve draai:
" Positieve psychologie kan niet zonder negativiteit . "
BRON .
‘ Wij die veroordeeld zijn tot geluk moeten vooral ons recht op
ongeluk gaan verdedigen, als we tenminste vrij willen blijven.’ . . . Pascal Bruckner
Voor wie nog niet in de gaten heeft dat het liedje van de positieve psychologie met name in de Verenigde Staten een hit is geworden, zal ik nog één keer het refrein herhalen, zoals dat naar voren is gebracht door voorman Martin Seligman (2002) op de eerste pagina van zijn boek Gelukkig zijn kun je leren.
‘De afgelopen vijftig jaar hebben psychologen zich met grote inzet op slechts één onderwerp gestort – geestesziekten – en ze hebben daarbij heel wat successen geboekt. (…)Maar we hebben een hoge prijs betaald voor deze stap voorwaarts. Door ons te richten op de omstandigheden die het leven ellendig maken, zijn de omstandigheden die het leven de moeite
waard maken op de achtergrond geraakt. (…) De tijd is daarom rijp voor een wetenschap die probeert inzicht te krijgen in positieve emotie, competentie en deugd.’
Het punt in dit artikel is niet dat het succes van de positieve psychologie voor een deel gebaseerd is op slimme retoriek, die het moet hebben van het voorspiegelen van een karikaturaal beeld van de ‘gewone’ psychologie. Ik zal in plaats daarvan betogen dat niet de gewone psychologie, maar juist de positieve psychologie in het zwaard van de eenzijdigheid dreigt te vallen.
De in zwart-wit geschetste tegenstelling tussen negatieve en positieve aspecten van het functioneren dreigt de positieve psychologie een karikatuur van zichzelf te maken. De stroming lijkt over het hoofd te zien dat negatieve gevoelens en gedachten een constructieve rol kunnen spelen in iemand leven. Of zoals Barbara Held (2002, 2004) het heeft uitgedrukt: De positieve psychologie is nodeloos negatief over negativiteit.
....
De obsessie met het positieve maakt dat de functie van het negatieve wordt verwaarloosd. Dat het voorbeeld van Seligman toch aangehaald wordt om de voordelen van optimisme te bezingen, toont aan dat zowel leken als psychologen een blinde vlek hebben voor de schaduwkanten van positief denken.
….
Hoe de positieve drang in het dagelijks leven kan ontsporen, beschrijft de journaliste Barbara Ehrenreich … Toen bij haar borstkanker werd geconstateerd, was zij daar natuurlijk overstuur van. Maar toen ze uiting gaf aan haar verontwaardiging en woede over haar situatie, adviseerden lotgenoten haar een therapeut te zoeken om zulke negatieve gevoelens uit te bannen. De meest extreme positieve denkers hielden haar voor dat ze haar ziekte beter kon zien als een geschenk waar ze dankbaar voor moest zijn, iets waar Ehrenreich weinig voor voelde. Negativiteit zou haar overleven in gevaar brengen, hoewel daar geen enkele evidentie voor is (Coyne, Tennen & Ranchor, 2010).
….....
Vechten tegen negativiteit kan bovendien negatieve gevoelens en piekeren versterken. In opvattingen over mindfulness wordt ervan uitgegaan dat het verwelkomen van negativiteit en er welwillende aandacht aan besteden, leidt tot het sneller voorbij gaan van negatieve stemmingen. Streven naar perfect geluk dat geen ruimte biedt voor negatieve gebeurtenissen, is een ongezonde vorm van perfectionisme (Lundh, 2004).
…...
Deze korte, en incomplete opsomming moet volstaan om te laten zien hoe belangrijk negatief affect is in het leven van mensen. '
Tot zover enkele passages uit het lezenswaardige artikel van Bergsma, wel is het positiviteit tijdelijk vermomd als voorzichtige negativiteit.
Bovenstaande bevat vooral argumenten waarom soms positief denken niet werkt, maar gaat overwegend wel van het positief-denken-paradigma uit
Ik tendeer echter naar een ander, een meer intrinsiek niet-positief model.
Namelijk van het alomtegenwoordig zijn van dukkha , meestal vertaald als ‘lijden’, meer precies als: onbevredigendheid (van het leven), ongemak, etc.
In ieder geval niet als:
‘ While dukkha is usually defined as suffering, “mental dysfunction” is closer to the original meaning. ’
Bron: hier .
In feite worden hiermee alle boeddhisten (d.w.z. degenen die dukkha, anicca en anatta als centrale principes van het bestaan zien) tot psychiatrische patiënten gelabeled.
Eerder dit:
Een vrij technisch maar gezaghebbend (gezien het aantal keer dat het geciteerd wordt) psychologisch artikel: " The Negative Side of Positive Psychology " door Barbara Held .
Journal of Humanistic Psychology, 2004; (in totaal 39 pagina’s)
Summary
This article explores three ways in which the positive psychology, movement’s construction and presentation of itself are negative.
First, the negative side is construed as the negative side effects of positive psychology’s dominant, separatist message.
Second, the negative side is construed as the negativity that can be found within the positive psychology movement. Here the author elaborates on the negative or dismissive reactions of some spokespersons for the movement to ideas or views that run counter to the movement’s dominant message: (a) negativity about negativity itself, which is explored by way of research in health psychology and coping styles; and (b) negativity about the wrong kind of positivity, namely, allegedly unscientific positivity, especially that which Seligman purports to find within humanistic psychology. This constitutes an epistemological
position that contributes to “reality problems” for positive psychologists. The author concludes with the implications of positive psychology’s “Declaration of Independence” for psychology’s much discussed fragmentation woes. She appeals to the wisdom of William James for guidance in finding a third, more positive meaning of positive psychology’s negative side. This third meaning can be gleaned from a not-yet-dominant but more integrative message emerging within the movement, one compatible with the reactions of some humanistic psychologists to positive psychology.
Het hele artikel is hier te vinden.
Minstens zo uitgesproken is de ook veel geciteerde Robert Woolfolk , waarmee ik dit essay begon.
“ The Power of Negative Thinking:
Truth, Melancholia, and the Tragic Sense of Life " ,
Een aantal passages hieruit, in mijn vertaling:
“ In dit korte essay beargumenteer ik dat de huidige ‘positieve psychologie’ –beweging ten onrechte belangrijke aspecten die essentieel zijn voor het menselijk bestaan, niet benadrukt. Door een uiteenzetting van enkele historische, interculturele en literaire voorbeelden bepleit ik het belang van een soort ‘negatieve psychologie’ die fundamenteel is voor adekwaat begrip van de menselijke situatie.
...
De bepleiters van de positieve psychologie van Maslow tot Seligman hebben gesuggereerd dat de psychologie teveel gericht is op allerlei negativiteiten: ziekte, wanorde en defecten. Maar ik durf te stellen dat de Amerikaanse psychologie, in tegenstelling tot deze claim, heeft gefaald om op adekwate wijze het belang van bepaalde vormen van ‘negativiteit’ te waarderen. Ik durf te stellen dat negatief denken niet alleen waardevol is maar zelfs onmisbaar en noodzakelijk en stel dat we te weinig aandacht geven aan het onderkennen, confronteren, accepteren en misschien zelfs verwelkomen van lijden en verlies. Ik stel dat er ergere dingen in het leven kunnen zijn dan het ervaren van negatieve gevoelens. Ergere dingen zoals onwetendheid, banaliteit, lichtgelovigheid, zelfs misleiding, narcisme, ongevoeligheid, bekrompenheid en isolatie; allemaal zaken die het programma van de positieve psychologie potentieel lijken te bevorderen. ”
Vervolgens beschrijft de auteur het voorbeeld van koning Xerxes van Perzië, een veldheer die op het toppunt van z’n succes de sterfelijkheid van de mens en de vergeefsheid van alle inspanningen benadrukt. Dit is oude therapie, zegt Woolfolk: Griekse therapie van Herodotus, Sophocles en Socrates. Dat is zelfkennis waarin de menselijke tekortkomingen en beperkingen zoals overmoed hun plaats hebben. Hij noemt de sombere, soms ronduit depressieve kanten van een aantal Amerikaanse staatslieden uit het verleden zoals Abraham Lincoln.
Woolfolk noemt het Boeddhisme dat op een bepaalde manier een negatieve denkwijze is maar ook de Islam. “ Moslims zien, in het algemeen, droefheid, ontstemming en andere sombere grondstemmingen emoties als begeleidende verschijnselen van religieuze piëteit en kermerken van de pijnlijke consequenties van het juist leven in een onrechtvaardige wereld. Het vermogen om smart te ervaren wordt gezien als kenmerk van de diepte van de persoonlijkheid ... Droef kunnen zijn wordt geassocieerd met volwassenheid, rijpheid. Iemand die te makkelijk aan z’n gelukkig zijn uiting geeft, wordt beschouwd als sociaal incompetent.
...
De ‘negatieve psychologie’ die ik heb beschreven en aanbevolen, is niet zozeer een antipode van de hedendaagse trend, het is eerder een beschrijving van een andere dimensie of misschien de uiteenzetting van de existentiële bestaansbasis. Argumenteren over de vraag of we niet beter af zijn met gezondheid of juist ziekte, kracht of juist zwakte oversimplificeert psychologie en maakt het ééndimensionaal. Als de psychologie vermijdt een banale en prozaische afbakening te zijn, doet het er goed aan, aandacht te schenken aan een aantal oude bronnen die ruimte geven aan tragische, aan eindige en aan negatieve aspecten van het menselijk bestaan. “
Bron: hier
Bovenstaande gaat overwegend over positieve en/of negatieve psychologie.
Nuttig voor ons begrip maar uiteindelijk het boeddhisme en het beoefenen daarvan geen psychologische maar een ‘spirituele’ beoefening. Of noem het ‘religieus’ of ‘filosofisch plus’ of 'soteriologisch'.
Uiteindelijk kom ik hiermee weer terug op de Vier Edele Waarheden , waarvan de eerste is:
" Dit monniken, is de edele waarheid van lijden : Geboorte is lijden, ouderdom is lijden, ziekte is lijden, dood is lijden, verdriet en weeklagen , pijn, smart en wanhoop zijn lijden; gevoegd worden bij het onaangename is lijden, gescheiden worden van het geliefde is lijden, niet krijgen wat men wil, is lijden -- kortom, de vijf groepen (die het object zijn) van hechten, zijn lijden. "
Bron: Sleuteltotinzicht Daar staan ook de Pali-termen in; en de overige Edele Waarheden, over het beeindigen van dukkha.
Het positieve denken is populair in het Westen, vooral in de V.S. maar ook in Nederland.
En ook in het boeddhisme . Op de een of andere manier is het populaire psychologische en ekonomische denken (‘je kunt worden en verdienen wat je wilt’) uit de zelfhulp-industrie vermengd geraakt met noties uit het boeddhisme.
Dat is eigenlijk merkwaardig want de oude boeddhistische teksten ademen een andere sfeer. (Ook Thich Nhat Hanh in zijn jongere jaren, in meer recente publikaties is die m.i. salonfähiger geworden.)
Laatst schreef iemand dat ik een voorbeeld ben van de ‘het glas is half leeg’ benadering, waarbij zij de voorkeur gaf aan het ‘het glas is half vol’-optimisme van iemand anders.
Ook kreeg ik te horen dat m’n blogs narcistisch waren. Kan zijn, ik ben pas een beginneling in het minder afstandelijk en abstract en meer persoonlijk maken van m’n teksten.
Nu dus over het feit dat ik mezelf niet als een positivo zie. Wel als een denker trouwens.
Dat is lastig want positief zijn is wel in de mode, ook onder boeddhisten. En denken trouwens niet.
De bekendste is Deepak Chopra, maar de Dalai Lama kan er ook wat van.
Over Deepak Chopra schreef Aaf Brandt Corstius onlangs: “ een Amerikaanse goeroe die elke zichzelf respecterende Hollywood-ster al weer als passé beschouwt maar die bij onze Nederlandse beroemdheden nog aansluiting vindt ... wat de Deepak Chopra-leer inhoudt, namelijk dat je: a. positief moet zijn, b. allemaal moet samenwerken ... ” Aaf eindigt haar column met: “ Dat is de troef van de moderne positivo: iedereen die het niet met hem eens is, steekt er zo zuur bij af. ”
Van de Dalai Lama las ik volgend aan hem toegeschreven citaat: “ In welke situatie wij ons ook bevinden, het is altijd mogelijk deze met een positieve houding te benaderen. ”
Of wat te denken van deze: “De Dalai Lama Dagkalender 2013 bevat de waardevolste citaten van de Dalai Lama. Hij wijst je op de noodzaak van tolerantie, eerlijkheid en vergeving. Hij moedigt je bovendien aan om je te concentreren op de goedheid en de schoonheid van alles wat je dagelijks omringt. Deze scheurkalender biedt je daarmee voor elke dag een bemoedigende en inspirerende spreuk. ”
Of dit citaat: “ See the positive side, the potential, and make an effort. ”
Op de website van Bodhitv was onlangs een artikel te lezen van Sanne Wurzer (zie hier )
De inleiding ervan:
“ Ergernissen en frustraties, we willen er allemaal het liefst zo snel mogelijk vanaf. Accepteren dat de dingen gaan zoals ze gaan is natuurlijk één bekende manier om dat voor elkaar te krijgen. Maar er zijn ook andere oplossingen, denkt Sanne Wurzer. ‘Zodra je een energieke match wordt met je eigen wens, manifesteert deze zich razendsnel.’ “
Gelukkig denkt niet iedereen daar zo over, zoals kan blijken uit een helder persoonlijk verhaal in de blog ‘Tiny Buddha’ met als titel: ´Why positive thinking didn´t work for me´ :
“ For a long time, nothing stressed me out as much as positivity.
I was a perfectionist growing up, always trying to bang my flawed round-shaped self into a perfect square hole that couldn’t possibly contain me.
Around 22, I decided to focus on personal development – a positive thing, I assumed.
I figured if I worked on improving a little every day, I’d feel a lot more positive about myself than I did when I focused on my flaws. ...
I never considered that wanting to be positive isn’t the same as being positive. ... “
Gelukkig ook is er sprake van enige tegenbeweging in de Anglosaksische (min of meer wetenschappelijke) psychologische literatuur.
Een deel ervan bevat trouwens wel een dubbele bodem omdat de strekking is:
Negatief denken (= niet bij voorbaat ervan uitgaan dat men wel positief resultaat zal bereiken omdat men het wil bereiken) blijkt in sommige gevallen juist positiever resultaat op te leveren dan positief denken.
Dus negatief denken wordt daarmee een vorm van positief denken: het vooruitgangsgeloof blijft intact.
Dat vind ik niet authentiek negatief genoeg.
De Engelse psychiater R. Lepcha plaatst een kanttekening bij het positief denken, onder de (door mij vertaalde) titel: ‘De valkuilen van positief denken, een mindful perspectief ’
“Als we in de zelfhulp-afdeling van een boekwinkel rondkijken, blijkt een overweldigend aantal van de zelfhulp-boeken en tijdschriften positief denken te preken, het produkt van een miljoen-dollar industrie dat ons in wezen vertelt dat we onze negatieve zelfbeelden moeten omdraaien in positieve teneinde succes te bereiken.
Er is intrinsiek niets mis met dit concept, behalve dan dat positief denken in de meeste gevallen op zich niet een diepe verandering brengt op een manier waarmee we toch gewoonlijk leven en werk benaderen.
Toch hebben al generaties van psychotherapeuten steeds geprobeerd om dat te doen, in een proces dat bekend staat als ’cognitieve herstructurering’ (cognitive restructuring); zij streven ernaar negatieve zelf-verwerpende attitudes te vervangen door positieve winnwende attitudes.
Veel recent onderzoek over ‘cognitive behavioural therapy’ heeft echter feitelijk laten zien dat mensen met een chronisch laag zelfbeeld zich juist slechter gaan voelen als ze van hun therapeuten een uitgesproken positief beeld van zichzelf te horen krijgen ... "
The Metta-Physics Magazine - Exploring the Science-Spirituality Interface Bron.
Een ander voorbeeld, deze keer niet zozeer psychologie in de zelfhulp maar over de ‘de tirannie van het optimisme’ in het bedrijfsleven. Over managers die alsmaar positief moeten denken.
Auteurs van ‘The Tyranny of Optimism zijn C. W. Von Bergen en Diane Bandow. Bron .
Niet wetenschappelijk- maar populair-psychologisch, uit de zelfhulp-hoek komt:
“De positieve kracht van negatief denken ...
De vuurloop als metafoor van het leven
Tijdens een zogenaamde vuurloop in juni 2012 liepen 21 deelnemers aan een seminar Unleash The Power Within brandwonden op. Deze vuurloop behoort tot de vaste onderdelen van de seminars van Anthony Robbins. Deze schrijver en motivational speaker is in Nederland het best bekend door zijn boek ‘Je onbekende vermogens’ waarin hij onder meer zijn inzichten over neurolinguïstisch programmeren uit de doeken doet. In zijn boek en zijn seminars hamert Robbins voortdurend op zijn overtuiging dat je mogelijkheden grenzeloos zijn mits je met de juiste overtuigingen op een positieve manier werkt aan wat je wezenlijk in je leven wilt bereiken.
De bedoeling van de vuurloop is dat je het gevoel krijgt dat je mogelijkheden inderdaad grenzeloos zijn, mits je de juiste mindset hebt. Voordat je de hete kolen op gaat, zeg je tegen jezelf: ‘Ik wil het, ik kan het en ik ga ervoor’. En je visualiseert hoe je succesvol de vuurloop volbrengt: met opgeheven hoofd en een rechte stevige pas. Tijdens de vuurloop zelf word je geacht ‘koel mos’ te visualiseren en hardop: ‘Koel mos, koel mos, koel mos’ te zeggen.
De fysiologische waarheid rond de vuurloop is dat geen van de deelnemers aan het seminar blaren of brandwonden krijgt, mits de deelnemer vlot en lichtvoetig enkele meters over een horizontale laag van smeulende kolen of smeulend hout op een onbrandbare onderlaag loopt.
....
Tot nu toe is echter de negatieve uitwerking van positieve visualisatie onderbelicht gebleven. Oliver Burkeman wil daarmee afrekenen in zijn boek ‘The Antidote: Happiness for People Who Can’t Stand Positive Thinking’. Visualisatie kan er namelijk toe leiden dat iemand het gevoel krijgt dat hij zijn doel al bereikt heeft en dat hij zich daarvoor dus niet meer enorm hoeft in te spannen.
....
Tot de inzichten van Tony Robbins behoort het bewust stellen van doelen. Managersspeak zit vol blabla over doelstellingen en het bereiken van doelen.
Maar het bepalen van doelen kan als onbedoeld neveneffect hebben dat je het gestelde doel voorbijschiet. Dit geldt vooral als je je al te zeer focust op een strak geformuleerd doel. Volgens diverse onderzoeken zouden medewerkers die gedreven worden door concrete doelen eerder geneigd zijn het niet zo nauw te nemen met ethische normen. ...
Oliver Burkeman wijst erop dat de filosofen uit de antieke oudheid en de spirituele leiders reeds inzagen dat het nodig is de balans te vinden tussen het positieve en het negatieve, tussen optimisme en pessimisme, en tussen een streven naar succes en zekerheden, en een openstaan voor mislukking en onzekerheden. ...
Met een knipoog naar Anthony Robbins advies om aan koel mos te denken als je over hete kolen loopt, adviseert Oliver Burke: ‘ Visualiseer je hete kolen niet als koel mos, maar als hete kolen. ' “
Bron: hier .
Ook de Rotterdamse geluksonderzoeker en (als ik zijn website lees) positivo Ad Bergsma maakt deze kanttekening bij de positieve psychologie maar toch met een positieve draai:
" Positieve psychologie kan niet zonder negativiteit . "
BRON .
‘ Wij die veroordeeld zijn tot geluk moeten vooral ons recht op
ongeluk gaan verdedigen, als we tenminste vrij willen blijven.’ . . . Pascal Bruckner
Voor wie nog niet in de gaten heeft dat het liedje van de positieve psychologie met name in de Verenigde Staten een hit is geworden, zal ik nog één keer het refrein herhalen, zoals dat naar voren is gebracht door voorman Martin Seligman (2002) op de eerste pagina van zijn boek Gelukkig zijn kun je leren.
‘De afgelopen vijftig jaar hebben psychologen zich met grote inzet op slechts één onderwerp gestort – geestesziekten – en ze hebben daarbij heel wat successen geboekt. (…)Maar we hebben een hoge prijs betaald voor deze stap voorwaarts. Door ons te richten op de omstandigheden die het leven ellendig maken, zijn de omstandigheden die het leven de moeite
waard maken op de achtergrond geraakt. (…) De tijd is daarom rijp voor een wetenschap die probeert inzicht te krijgen in positieve emotie, competentie en deugd.’
Het punt in dit artikel is niet dat het succes van de positieve psychologie voor een deel gebaseerd is op slimme retoriek, die het moet hebben van het voorspiegelen van een karikaturaal beeld van de ‘gewone’ psychologie. Ik zal in plaats daarvan betogen dat niet de gewone psychologie, maar juist de positieve psychologie in het zwaard van de eenzijdigheid dreigt te vallen.
De in zwart-wit geschetste tegenstelling tussen negatieve en positieve aspecten van het functioneren dreigt de positieve psychologie een karikatuur van zichzelf te maken. De stroming lijkt over het hoofd te zien dat negatieve gevoelens en gedachten een constructieve rol kunnen spelen in iemand leven. Of zoals Barbara Held (2002, 2004) het heeft uitgedrukt: De positieve psychologie is nodeloos negatief over negativiteit.
....
De obsessie met het positieve maakt dat de functie van het negatieve wordt verwaarloosd. Dat het voorbeeld van Seligman toch aangehaald wordt om de voordelen van optimisme te bezingen, toont aan dat zowel leken als psychologen een blinde vlek hebben voor de schaduwkanten van positief denken.
….
Hoe de positieve drang in het dagelijks leven kan ontsporen, beschrijft de journaliste Barbara Ehrenreich … Toen bij haar borstkanker werd geconstateerd, was zij daar natuurlijk overstuur van. Maar toen ze uiting gaf aan haar verontwaardiging en woede over haar situatie, adviseerden lotgenoten haar een therapeut te zoeken om zulke negatieve gevoelens uit te bannen. De meest extreme positieve denkers hielden haar voor dat ze haar ziekte beter kon zien als een geschenk waar ze dankbaar voor moest zijn, iets waar Ehrenreich weinig voor voelde. Negativiteit zou haar overleven in gevaar brengen, hoewel daar geen enkele evidentie voor is (Coyne, Tennen & Ranchor, 2010).
….....
Vechten tegen negativiteit kan bovendien negatieve gevoelens en piekeren versterken. In opvattingen over mindfulness wordt ervan uitgegaan dat het verwelkomen van negativiteit en er welwillende aandacht aan besteden, leidt tot het sneller voorbij gaan van negatieve stemmingen. Streven naar perfect geluk dat geen ruimte biedt voor negatieve gebeurtenissen, is een ongezonde vorm van perfectionisme (Lundh, 2004).
…...
Deze korte, en incomplete opsomming moet volstaan om te laten zien hoe belangrijk negatief affect is in het leven van mensen. '
Tot zover enkele passages uit het lezenswaardige artikel van Bergsma, wel is het positiviteit tijdelijk vermomd als voorzichtige negativiteit.
Bovenstaande bevat vooral argumenten waarom soms positief denken niet werkt, maar gaat overwegend wel van het positief-denken-paradigma uit
Ik tendeer echter naar een ander, een meer intrinsiek niet-positief model.
Namelijk van het alomtegenwoordig zijn van dukkha , meestal vertaald als ‘lijden’, meer precies als: onbevredigendheid (van het leven), ongemak, etc.
In ieder geval niet als:
‘ While dukkha is usually defined as suffering, “mental dysfunction” is closer to the original meaning. ’
Bron: hier .
In feite worden hiermee alle boeddhisten (d.w.z. degenen die dukkha, anicca en anatta als centrale principes van het bestaan zien) tot psychiatrische patiënten gelabeled.
Eerder dit:
Een vrij technisch maar gezaghebbend (gezien het aantal keer dat het geciteerd wordt) psychologisch artikel: " The Negative Side of Positive Psychology " door Barbara Held .
Journal of Humanistic Psychology, 2004; (in totaal 39 pagina’s)
Summary
This article explores three ways in which the positive psychology, movement’s construction and presentation of itself are negative.
First, the negative side is construed as the negative side effects of positive psychology’s dominant, separatist message.
Second, the negative side is construed as the negativity that can be found within the positive psychology movement. Here the author elaborates on the negative or dismissive reactions of some spokespersons for the movement to ideas or views that run counter to the movement’s dominant message: (a) negativity about negativity itself, which is explored by way of research in health psychology and coping styles; and (b) negativity about the wrong kind of positivity, namely, allegedly unscientific positivity, especially that which Seligman purports to find within humanistic psychology. This constitutes an epistemological
position that contributes to “reality problems” for positive psychologists. The author concludes with the implications of positive psychology’s “Declaration of Independence” for psychology’s much discussed fragmentation woes. She appeals to the wisdom of William James for guidance in finding a third, more positive meaning of positive psychology’s negative side. This third meaning can be gleaned from a not-yet-dominant but more integrative message emerging within the movement, one compatible with the reactions of some humanistic psychologists to positive psychology.
Het hele artikel is hier te vinden.
Minstens zo uitgesproken is de ook veel geciteerde Robert Woolfolk , waarmee ik dit essay begon.
“ The Power of Negative Thinking:
Truth, Melancholia, and the Tragic Sense of Life " ,
Een aantal passages hieruit, in mijn vertaling:
“ In dit korte essay beargumenteer ik dat de huidige ‘positieve psychologie’ –beweging ten onrechte belangrijke aspecten die essentieel zijn voor het menselijk bestaan, niet benadrukt. Door een uiteenzetting van enkele historische, interculturele en literaire voorbeelden bepleit ik het belang van een soort ‘negatieve psychologie’ die fundamenteel is voor adekwaat begrip van de menselijke situatie.
...
De bepleiters van de positieve psychologie van Maslow tot Seligman hebben gesuggereerd dat de psychologie teveel gericht is op allerlei negativiteiten: ziekte, wanorde en defecten. Maar ik durf te stellen dat de Amerikaanse psychologie, in tegenstelling tot deze claim, heeft gefaald om op adekwate wijze het belang van bepaalde vormen van ‘negativiteit’ te waarderen. Ik durf te stellen dat negatief denken niet alleen waardevol is maar zelfs onmisbaar en noodzakelijk en stel dat we te weinig aandacht geven aan het onderkennen, confronteren, accepteren en misschien zelfs verwelkomen van lijden en verlies. Ik stel dat er ergere dingen in het leven kunnen zijn dan het ervaren van negatieve gevoelens. Ergere dingen zoals onwetendheid, banaliteit, lichtgelovigheid, zelfs misleiding, narcisme, ongevoeligheid, bekrompenheid en isolatie; allemaal zaken die het programma van de positieve psychologie potentieel lijken te bevorderen. ”
Vervolgens beschrijft de auteur het voorbeeld van koning Xerxes van Perzië, een veldheer die op het toppunt van z’n succes de sterfelijkheid van de mens en de vergeefsheid van alle inspanningen benadrukt. Dit is oude therapie, zegt Woolfolk: Griekse therapie van Herodotus, Sophocles en Socrates. Dat is zelfkennis waarin de menselijke tekortkomingen en beperkingen zoals overmoed hun plaats hebben. Hij noemt de sombere, soms ronduit depressieve kanten van een aantal Amerikaanse staatslieden uit het verleden zoals Abraham Lincoln.
Woolfolk noemt het Boeddhisme dat op een bepaalde manier een negatieve denkwijze is maar ook de Islam. “ Moslims zien, in het algemeen, droefheid, ontstemming en andere sombere grondstemmingen emoties als begeleidende verschijnselen van religieuze piëteit en kermerken van de pijnlijke consequenties van het juist leven in een onrechtvaardige wereld. Het vermogen om smart te ervaren wordt gezien als kenmerk van de diepte van de persoonlijkheid ... Droef kunnen zijn wordt geassocieerd met volwassenheid, rijpheid. Iemand die te makkelijk aan z’n gelukkig zijn uiting geeft, wordt beschouwd als sociaal incompetent.
...
De ‘negatieve psychologie’ die ik heb beschreven en aanbevolen, is niet zozeer een antipode van de hedendaagse trend, het is eerder een beschrijving van een andere dimensie of misschien de uiteenzetting van de existentiële bestaansbasis. Argumenteren over de vraag of we niet beter af zijn met gezondheid of juist ziekte, kracht of juist zwakte oversimplificeert psychologie en maakt het ééndimensionaal. Als de psychologie vermijdt een banale en prozaische afbakening te zijn, doet het er goed aan, aandacht te schenken aan een aantal oude bronnen die ruimte geven aan tragische, aan eindige en aan negatieve aspecten van het menselijk bestaan. “
Bron: hier
Bovenstaande gaat overwegend over positieve en/of negatieve psychologie.
Nuttig voor ons begrip maar uiteindelijk het boeddhisme en het beoefenen daarvan geen psychologische maar een ‘spirituele’ beoefening. Of noem het ‘religieus’ of ‘filosofisch plus’ of 'soteriologisch'.
Uiteindelijk kom ik hiermee weer terug op de Vier Edele Waarheden , waarvan de eerste is:
" Dit monniken, is de edele waarheid van lijden : Geboorte is lijden, ouderdom is lijden, ziekte is lijden, dood is lijden, verdriet en weeklagen , pijn, smart en wanhoop zijn lijden; gevoegd worden bij het onaangename is lijden, gescheiden worden van het geliefde is lijden, niet krijgen wat men wil, is lijden -- kortom, de vijf groepen (die het object zijn) van hechten, zijn lijden. "
Bron: Sleuteltotinzicht Daar staan ook de Pali-termen in; en de overige Edele Waarheden, over het beeindigen van dukkha.
maandag 24 september 2012
Mindfulness – therapie, spirituele oefening of levenshouding? En geestelijke verzorging
In mijn permanente aandacht voor de inhoud van de boeddhistisch geestelijke verzorging (iemand moet het doen) een scriptie van de Universiteit voor Humanistiek van begin dit jaar, gemaakt aan het eind van een driejarige opleiding tot humanistisch geestelijk verzorger.
Titel:
Mindfulness – therapie, spirituele oefening of levenshouding?
Ondertitel:
Een kwalitatief exploratief onderzoek naar de rol van (boeddhistische) levensbeschouwelijke aspecten in de inzet van mindfulness door psychotherapeuten en geestelijk verzorgers in de (geestelijke) gezondheidszorg
door Floor van Orsouw
Masterscriptie Geestelijke Begeleiding
Begeleider: Dr. C. W. Anbeek.
Zie het hele werkstuk hier.
Hieronder citeer ik – met toestemming van de auteur - de:
"Samenvatting
Mindfulness – 'het zonder oordeel en met aanvaarding richten van de aandacht op ervaringen in het hier en nu (Kabat-Zinn 2004)' - is in de afgelopen jaren een populair verschijnsel geworden: trainingen en cursussen duiken overal in de samenleving op. In de (geestelijke) gezondheidszorg wordt mindfulness succesvol als therapie ingezet.
Vanwege mijn eigen positieve ervaringen met meditatie en yoga, vroeg ik mij af of mindfulness ingezet kan worden in de geestelijke verzorging. Hoewel mindfulness losgesneden is van zijn oorspronkelijke levensbeschouwelijke context, is algemeen bekend dat mindfulnessmeditatie afkomstig is uit het boeddhisme. Voor mijn scriptie voor de master geestelijke begeleiding aan de Universiteit voor Humanistiek heb ik door middel van exploratief kwalitatief onderzoek - literatuuronderzoek en gesprekken met een drietal psychotherapeuten/ psychologen en twee humanistische en twee protestantse geestelijk verzorgers - een antwoord proberen te vinden op de vraag:
'Welke rol spelen de (boeddhistische) levensbeschouwelijke aspecten van mindfulness in de inzet van mindfulness door psychotherapeuten en geestelijk verzorgers, die opgeleid zijn tot mindfulnesstrainer, in de (geestelijke) gezondheidszorg?'
In deze vraag komen drie thema’s samen die van belang zijn voor de geestelijke verzorging: de inzet van mindfulness/meditatie door geestelijk verzorgers, de levensbeschouwelijke aspecten van mindfulness en de relatie tussen geestelijke verzorging en psychotherapie. In het literatuuronderzoek heb ik onderzocht wat het begrip mindfulness inhoudt, wat de huidige toepassingen zijn en wat haar boeddhistische achtergrond is en hoe die boeddhistische achtergrond zich verhoudt tot psychotherapie, geestelijke verzorging en humanisme. Daar blijkt onder meer uit dat mindfulness een product is van een westers boeddhisme, dat op verschillende punten niet meer lijkt op de religies die in het Oosten gepraktiseerd worden. Daarna wordt gekeken naar de uitkomsten van de interviews en wordt een vergelijking gemaakt tussen de psychotherapeuten en geestelijk verzorgers met betrekking tot de rol die (boeddhistische) levensbeschouwelijke aspecten spelen in de inzet van mindfulness. Alle geïnterviewden zijn van mening dat kennis van de levensbeschouwelijke achtergrond van mindfulness en meditatie-ervaring van de trainer van belang zijn. De psychotherapeuten richten zich op kennis van het boeddhisme en zien mindfulness naast therapie vooral als levenshouding. De geestelijk verzorgers kijken meer naar de overeenkomsten met spirituele oefeningen uit verschillende tradities en plaatsen mindfulness daardoor in een breder levensbeschouwelijk kader. Zij zien mindfulness vooral als spirituele oefeningen die passen in hun levenshouding, die naast boeddhistische inzichten gevoed wordt door de levensbeschouwing die zij ambtshalve vertegenwoordigen. Samenwerking tussen geestelijk verzorgers en andere disciplines in het geven van mindfulness vindt al plaats, maar zou mijns inziens uitgebreid kunnen worden. De psychologische kennis van de therapeuten en hun ervaring met het geven van therapie kan gecomplementeerd worden met de levensbeschouwelijke kennis en hun grondhouding die gericht is op het intermenselijke en niet-weten van de geestelijk verzorgers. Een aanbeveling aan universiteiten die geestelijk verzorgers opleiden is om meer aandacht besteden aan meditatie in verschillende levensbeschouwingen."
Een paar opmerkingen bij deze scriptie.
Het onderzoek van van Orsouw was gericht op geestelijk verzorging door degenen die opgeleid zijn tot mindfulnesstrainer; de vraag is of dit ook geldt voor andere meditatievormen uitgevoerd/begeleid door boeddhistisch geestelijk verzorgers (=geestelijk verzorgers die boeddhist zijn).
Positief vind ik ook dat mindfulnessn en de levensbeschouwelijke dimensie van het menselijk bestaan nadrukkelijk met elkaar worden verbonden.
Kortom: een bruikbare bouwsteen bij het vormgeven van de opleiding BGV door de VU
Titel:
Mindfulness – therapie, spirituele oefening of levenshouding?
Ondertitel:
Een kwalitatief exploratief onderzoek naar de rol van (boeddhistische) levensbeschouwelijke aspecten in de inzet van mindfulness door psychotherapeuten en geestelijk verzorgers in de (geestelijke) gezondheidszorg
door Floor van Orsouw
Masterscriptie Geestelijke Begeleiding
Begeleider: Dr. C. W. Anbeek.
Zie het hele werkstuk hier.
Hieronder citeer ik – met toestemming van de auteur - de:
"Samenvatting
Mindfulness – 'het zonder oordeel en met aanvaarding richten van de aandacht op ervaringen in het hier en nu (Kabat-Zinn 2004)' - is in de afgelopen jaren een populair verschijnsel geworden: trainingen en cursussen duiken overal in de samenleving op. In de (geestelijke) gezondheidszorg wordt mindfulness succesvol als therapie ingezet.
Vanwege mijn eigen positieve ervaringen met meditatie en yoga, vroeg ik mij af of mindfulness ingezet kan worden in de geestelijke verzorging. Hoewel mindfulness losgesneden is van zijn oorspronkelijke levensbeschouwelijke context, is algemeen bekend dat mindfulnessmeditatie afkomstig is uit het boeddhisme. Voor mijn scriptie voor de master geestelijke begeleiding aan de Universiteit voor Humanistiek heb ik door middel van exploratief kwalitatief onderzoek - literatuuronderzoek en gesprekken met een drietal psychotherapeuten/ psychologen en twee humanistische en twee protestantse geestelijk verzorgers - een antwoord proberen te vinden op de vraag:
'Welke rol spelen de (boeddhistische) levensbeschouwelijke aspecten van mindfulness in de inzet van mindfulness door psychotherapeuten en geestelijk verzorgers, die opgeleid zijn tot mindfulnesstrainer, in de (geestelijke) gezondheidszorg?'
In deze vraag komen drie thema’s samen die van belang zijn voor de geestelijke verzorging: de inzet van mindfulness/meditatie door geestelijk verzorgers, de levensbeschouwelijke aspecten van mindfulness en de relatie tussen geestelijke verzorging en psychotherapie. In het literatuuronderzoek heb ik onderzocht wat het begrip mindfulness inhoudt, wat de huidige toepassingen zijn en wat haar boeddhistische achtergrond is en hoe die boeddhistische achtergrond zich verhoudt tot psychotherapie, geestelijke verzorging en humanisme. Daar blijkt onder meer uit dat mindfulness een product is van een westers boeddhisme, dat op verschillende punten niet meer lijkt op de religies die in het Oosten gepraktiseerd worden. Daarna wordt gekeken naar de uitkomsten van de interviews en wordt een vergelijking gemaakt tussen de psychotherapeuten en geestelijk verzorgers met betrekking tot de rol die (boeddhistische) levensbeschouwelijke aspecten spelen in de inzet van mindfulness. Alle geïnterviewden zijn van mening dat kennis van de levensbeschouwelijke achtergrond van mindfulness en meditatie-ervaring van de trainer van belang zijn. De psychotherapeuten richten zich op kennis van het boeddhisme en zien mindfulness naast therapie vooral als levenshouding. De geestelijk verzorgers kijken meer naar de overeenkomsten met spirituele oefeningen uit verschillende tradities en plaatsen mindfulness daardoor in een breder levensbeschouwelijk kader. Zij zien mindfulness vooral als spirituele oefeningen die passen in hun levenshouding, die naast boeddhistische inzichten gevoed wordt door de levensbeschouwing die zij ambtshalve vertegenwoordigen. Samenwerking tussen geestelijk verzorgers en andere disciplines in het geven van mindfulness vindt al plaats, maar zou mijns inziens uitgebreid kunnen worden. De psychologische kennis van de therapeuten en hun ervaring met het geven van therapie kan gecomplementeerd worden met de levensbeschouwelijke kennis en hun grondhouding die gericht is op het intermenselijke en niet-weten van de geestelijk verzorgers. Een aanbeveling aan universiteiten die geestelijk verzorgers opleiden is om meer aandacht besteden aan meditatie in verschillende levensbeschouwingen."
Een paar opmerkingen bij deze scriptie.
Het onderzoek van van Orsouw was gericht op geestelijk verzorging door degenen die opgeleid zijn tot mindfulnesstrainer; de vraag is of dit ook geldt voor andere meditatievormen uitgevoerd/begeleid door boeddhistisch geestelijk verzorgers (=geestelijk verzorgers die boeddhist zijn).
Positief vind ik ook dat mindfulnessn en de levensbeschouwelijke dimensie van het menselijk bestaan nadrukkelijk met elkaar worden verbonden.
Kortom: een bruikbare bouwsteen bij het vormgeven van de opleiding BGV door de VU
dinsdag 28 augustus 2012
Een boeddhistische meetlat voor politieke partijen? Boeddhisme en humanisme vergeleken
In het dagblad Trouw vandaag een artikel over de programma's van de politieke partijen langs 'de humanistische meetlat', uitgevoerd door het Humanistisch Verbond; zie hier .
Dat roept natuurlijk de vraag op of er ook zoiets als een boeddhistische meetlat bestaat of kan worden ontwikkeld? Zelfs over de vraag wie daartoe bevoegd zou zijn, zouden we al niet eens worden; anders gezegd: niemand kan dat.
Toch valt er, in het verlengde van m'n vorige blog (Stemmen boeddhisten wijzer?) wel iets over te zeggen.
Ik wil echter iets anders doen: nagaan of de humanistische meetlat ook boeddhistisch genoeg is? Er wordt immers soms gezegd dat boeddhisme en humanisme nogal verwante levcensbeschouwingen zijn.
Hoewel de kop boven deze blog (boeddhisme en humanisme) belachtelijk pretentieus is, wil ik toch de 'humanistische meetlat' zelf eens proberen te meten.
Op elk van de standpunten van de Humanistische Alliantie geef ik wat (persoonlijk) kommentaar:
Fundamentele vrijheden: het boeddhisme benadrukt juist de (bijna existentiële) onvrijheid;
Een menselijke economie: zeker, en vergeet de andere levende wezens niet;
Europa van waarden en democratie: het zal wel;
Scheiding van kerk en staat: zou wel moeten maar is boeddhisme niet altijd zo goed in;
Gelijke rechten: hierin is het nogal patriarchale boeddhisme vatbaar voor verbetering;
Duurzaam in woord en daad: helemaal mee eens;
Medisch-ethische zelfbeschikking: hier kunnen de wegen wel eens behoorlijk uiteen lopen;
Menswaardit vreemdelingen- en asielbeleid: helemaal mee eens;
Privacy-bescherming: helemaal mee eens;
Echte zorg: dit standspunt begrijp ik niet, vermoedelijk wel mee eens;
Creatief burgerschap: vermoedelijk niet een boeddhistische prioriteit;
Onderwijs als fundament: fundament van wat? Veel boeddhisten houden (helaas) niet van leren;
Ontwikkelingssamenwerking: helemaal mee eens.
Ondanks mijn sympathie voor het humanisme en voor de hier genoemde standpunten zit er toch wel een behoorlijk verschil tussen deze standpunten en die van de meeste boeddhistische tradities.
Ik denk dat we verschil het best te kunnen typeren met behulp van de stelling:
In het boeddhisme is de mens niet de maat van alle dingen.
Wat ik me afvraag: stel nou dat de BOS onderdeel wordt van de omroep VPRO-HUMAN; de (politiek-levensbeschouwelijke) standpunten van VPRO en HUMAN liggen vermoedelijk dicht bij elkaar, maar hoe moet de BOS zich hier positioneren? Toch niet neutraal?
O ja, hun conclusie: “Mensen hebben verantwoordelijkheid voor hun eigen leven én voor de samenleving als geheel. En mensen zijn niet alleen rationeel, ze zijn niet louter economische wezens. Ze zijn ook emotie, ervaring, beleving en tot heel veel in staat, als ze daarin worden gevoed door goed onderwijs, kunst en cultuur en goede zorg. Die visie zien we bij GroenLinks en D66, iets minder bij de PvdA en veel minder bij de VVD. Het programma van het CDA was op dit punt lastig in te delen, met dat programma kun je alle kanten op."
De Partij voor de Dieren had ik hier ook verwacht, en Mens en Spirit ook enigszins.
Samenvattend:
Een boeddhistische meetlat is vermoedelijk van elastieke aard, boeddhisten zijn vermoedelijk (althans de meeste, ik ken een paar uitzonderingen) minder materialistisch dan de gemiddelde Nederlandse kiezer. Inderdaad: het zijn net mensen.
Dat roept natuurlijk de vraag op of er ook zoiets als een boeddhistische meetlat bestaat of kan worden ontwikkeld? Zelfs over de vraag wie daartoe bevoegd zou zijn, zouden we al niet eens worden; anders gezegd: niemand kan dat.
Toch valt er, in het verlengde van m'n vorige blog (Stemmen boeddhisten wijzer?) wel iets over te zeggen.
Ik wil echter iets anders doen: nagaan of de humanistische meetlat ook boeddhistisch genoeg is? Er wordt immers soms gezegd dat boeddhisme en humanisme nogal verwante levcensbeschouwingen zijn.
Hoewel de kop boven deze blog (boeddhisme en humanisme) belachtelijk pretentieus is, wil ik toch de 'humanistische meetlat' zelf eens proberen te meten.
Op elk van de standpunten van de Humanistische Alliantie geef ik wat (persoonlijk) kommentaar:
Fundamentele vrijheden: het boeddhisme benadrukt juist de (bijna existentiële) onvrijheid;
Een menselijke economie: zeker, en vergeet de andere levende wezens niet;
Europa van waarden en democratie: het zal wel;
Scheiding van kerk en staat: zou wel moeten maar is boeddhisme niet altijd zo goed in;
Gelijke rechten: hierin is het nogal patriarchale boeddhisme vatbaar voor verbetering;
Duurzaam in woord en daad: helemaal mee eens;
Medisch-ethische zelfbeschikking: hier kunnen de wegen wel eens behoorlijk uiteen lopen;
Menswaardit vreemdelingen- en asielbeleid: helemaal mee eens;
Privacy-bescherming: helemaal mee eens;
Echte zorg: dit standspunt begrijp ik niet, vermoedelijk wel mee eens;
Creatief burgerschap: vermoedelijk niet een boeddhistische prioriteit;
Onderwijs als fundament: fundament van wat? Veel boeddhisten houden (helaas) niet van leren;
Ontwikkelingssamenwerking: helemaal mee eens.
Ondanks mijn sympathie voor het humanisme en voor de hier genoemde standpunten zit er toch wel een behoorlijk verschil tussen deze standpunten en die van de meeste boeddhistische tradities.
Ik denk dat we verschil het best te kunnen typeren met behulp van de stelling:
In het boeddhisme is de mens niet de maat van alle dingen.
Wat ik me afvraag: stel nou dat de BOS onderdeel wordt van de omroep VPRO-HUMAN; de (politiek-levensbeschouwelijke) standpunten van VPRO en HUMAN liggen vermoedelijk dicht bij elkaar, maar hoe moet de BOS zich hier positioneren? Toch niet neutraal?
O ja, hun conclusie: “Mensen hebben verantwoordelijkheid voor hun eigen leven én voor de samenleving als geheel. En mensen zijn niet alleen rationeel, ze zijn niet louter economische wezens. Ze zijn ook emotie, ervaring, beleving en tot heel veel in staat, als ze daarin worden gevoed door goed onderwijs, kunst en cultuur en goede zorg. Die visie zien we bij GroenLinks en D66, iets minder bij de PvdA en veel minder bij de VVD. Het programma van het CDA was op dit punt lastig in te delen, met dat programma kun je alle kanten op."
De Partij voor de Dieren had ik hier ook verwacht, en Mens en Spirit ook enigszins.
Samenvattend:
Een boeddhistische meetlat is vermoedelijk van elastieke aard, boeddhisten zijn vermoedelijk (althans de meeste, ik ken een paar uitzonderingen) minder materialistisch dan de gemiddelde Nederlandse kiezer. Inderdaad: het zijn net mensen.
dinsdag 14 augustus 2012
Moet geestelijke verzorging door boeddhisten en voor boeddhisten zijn ?
De laatste maanden heb ik me weer verder verdiept in boeddhistisch geestelijke verzorging (BGV).
Nu niet meer zoals tot nu toe door BZI, VU, Justitie en deels ook door mij vanuit het beleid beredeneerd maar vanuit de inhoud.
Ik heb hierover inmiddels al een serie blogs geschreven; klik voor een overzicht daarvan in de tagcloud (de rubriek ‘labels’ in de rechterkolom) het trefwoord ‘geestelijk verzorger’.
Geestelijke verzorging vindt, al dan niet vanuit een bepaalde denominatie, vooral plaats in instellingen voor gezondheidszorg. In dit blog identificeer ik me daar vooral mee.
Daarnaast, in veel kleinere aantallen in de krijgsmacht, voor gevangenen en door vrijgevestigden; daar ga ik het veel minder over hebben.
Het laatste rijtje is wat merkwaardig: vòòr en dòòr lopen door elkaar.
Dat is ook de bedoeling want ik wil thematiseren wat onder BGV kan worden verstaan:
1. gegeven door een geestelijk verzorger, tevens boeddhist, aan een boeddhist;
2. gegeven door een buddhist chaplain (zoals de VU ze wil gaan opleiden), een geïntegreerde boeddhist-plus-geestelijk verzorger, aan een boeddhist;
3. als 1, gegeven aan een niet-boeddhist;
4. als 2, gegeven aan een niet-boeddhist;
5. gegeven door een niet-boeddhist (maar religieus-levensbeschouwelijk breed geschoold geestelijk verzorger) aan een boeddhist.
Het is een twijfelgeval of dit laatse (5e) model als BGV gezien moet worden; ik voer het hier wel op om hieronder genoemde redenen.
Als ik hier 'boeddhist' schrijf, bedoel ik zowel degene die zich voluit zelf boeddhist noemt als degene die een 'daadwerkelijke affiniteit ' met het boeddhisme heeft.
Iemand met 'een beetje afiniteit' heeft geen specifieke naam, is een soort 'ietsist'; zoals het Commissariaat voor de Media fijntjes in een beleidsstuk opmerkt: “Zo worden mensen die wel eens een publicatie aanschaffen of een cursus over de desbetreffende hoofdstroming volgen niet gerekend tot de achterban.”
Waarom zou een niet-boeddhist BGV door een boeddhist willen hebben ?
Uit de beschrijvingen van wat BGV-ers in dienst van het ministerie van Veiligheid en Justitie (Dienst Geestelijke verzorging) doen, destilleer ik twee motieven bij de gevangenen die waarschijnlijk ook voor anderen zullen gelden:
a. de boeddhist heeft bepaalde specifieke methodiek-vaardigheden zoals het geven van meditatie (bv het op dit moment populaire mindfulness).
b. de ontvanger vindt het boeddhisme en boeddhisten sympathiek en verwacht van een BGV-er het soort geestelijke verzorging dat hem/haar bevalt.
Ik neem aan dat de initiatiefnemers van de opleiding master plus ambtsopleiding (VU en BZI) er geen bezwaar tegen hebben dat een door hen opgeleide buddhist chaplain (hierboven bedoeld in 2 en 4) zijn of haar zegenrijke werk doet met een niet-boeddhist als client/patient. Graag zelfs, veronderstel ik dat deze initiatiefnemers zullen zeggen, dat betekent immers aanzienlijk meer werkgelegenheid.
Maar is het noodzakelijk, heeft geestelijke verzorging door een boeddhist een meerwaarde ?
De meerwaarde zou kunnen zijn dat het boeddhisme bijna van nature zelf al geestelijke verzorging is, de thema´s waarover het in het boeddhisme gaat, zijn ook de vragen van geestelijke verzorging.
Maar is dat wel zo, vinden andere levensbeschouwingen dat ook niet van zichzelf?
Er zijn een paar kenmerken van het boeddhisme behoorlijk uniek, de nadruk op de karakteristieken 'anatta' (niet-zelf) en 'anicca' (onbestendigheid) en op 'sunyata' (leegte) horen daarbij; het is voor iemand van een andere religie niet eenvoudig zich die eigen te maken en als geestelijk verzorger te kunnen hanteren in gesprekken, maar hoeveel boeddhisten kunnen dat wel?
Er is nog één ander aspect dat voor mij een meerwaarde betekent; dat is boeddhisten stil kunnen zijn, niet altijd hoeven te praten, als uitdrukking van hun innerlijke stilte, hun concentratie. Natuurlijk is ook dit verschil met andere levensbeschouwingen niet absoluut maar in mijn inschatting is het er wel wezenlijk.
Waardering
Mijn waardering voor het niet aan één religie verbonden geestelijke verzorging is versterkt door het lezen over de master-programma´s als beroepsopleiding geestelijk verzorger bij de Universiteiten van Groningen, Utrecht, Nijmegen, waar ik een paar weken geleden al op duidde; zie hier .
Mijn suggesties in die blog heb ik inmiddels aan genoemde opleidingen voor kommentaar voorgelegd. Als daaruit concrete resultaten komen, publiceer ik die in een toekomstige blog.
Zie hun de websites:
Utrecht : informatie over de master
Nijmegen: informatie over de master
Groningen: informatie over de master
Eén voorbehoud moet ik bij m'n positieve waardering wel maken.
Het is me bij het lezen van de teksten niet duidelijk inhoever de christelijke wortels van de opleidingen nog doorwerken in het huidige denken van de docenten.
Zo ademt de tekst over de master in Nijmegen een heel andere (ik denk: een katholieke) sfeer dan die van Utrecht en die van Groningen (en trouwens ook van de niet-boeddhistische vakken van de bachelor bij de VU waarbij het niet moeilijk raden is naar de eigen levensbeschouwing van de docenten). Mijn indruk is dat men in Groningen en ook wel in Utrecht (hoewel de informatie daarvan meer summier is) het protestante verleden voldoende achter zich gelaten heeft om van een echte interreligieuze opleiding te kunnen spreken.
Van wie ?
De omgekeerde vraag is: kan een boeddhist (die bv client/patient in een gezondheidszorg-instelling is) niet net zo goed bij zingvevingsvragen door een geestelijk verzorger van een niet-boeddhist krijgen? (bij de humanisten heet het 'raadsman')?
Als ik mezelf in die rol plaats (gezien m´n gevorderde leeftijd niet zo moeilijk), zou m´n antwoord zijn: als het maar een kwalitatief goeie is, iemand die niet zijn of haar eigen visie op leven en dood op mij probeert over te krijgen, kan het net zo goed een niet-boeddhist zijn. Ja dus.
Misschien wil ik daarnaast dan wel met een boeddhistische vriend over een paar specifieke vragen van gedachten te wisselen.
Maar dan wel in een boeddhistische traditie waarin ik me thuis voel, de verschillen tussen de tradities zijn groot, bij de beoefenaar van de ene traditie zou ik makkelijk vertrouwelijk zijn, bij een ander nauwelijks.
Wanneer wel van een boeddhist ?
Er is een uitzondering: wanneer het uitvoeren van rituelen of andere zeer specifieke vormen van beoefening gewenst worden. In het Aziatische boeddhisme speelt het devotionele een grote rol; maar bij hoeveel boeddhisten in Nederland speelt dat? Vijfhonderd tot duizend misschien?
Als we het uitbreiden tot 'het toevlucht nemen' dan zal het om een paar duizend mensen gaan; maar: er is een toevlucht-nemer, geen toevlucht-gever, het is volgens mij niet persé een BGV-er bij nodig, al verdient het wel de voorkeur.
Een andere mogelijkheid: de client/patient heeft vraagt om een Dharma-toespraak, zoals leraren uit de diverse boeddhistische tradities die geven. Afgezien van m'n vermoeden dat het opnieuw om kleine aantallen gaat, zijn hier ook andere mogelijkheden dan dat een geestelijk verzorger dit zelf doet, er zijn boeddhistische leraren en er zijn tal van talks op het internet te vinden.
In totaal gaat om een grootte-orde enkele duizenden boeddhisten waarvoor geestelijke verzorging door een BGV-er meerwaarde heeft. En dan bedoel ik totale aantallen. Welk deel daarvan is tegelijk client/patient in een instelling van gezondheidszorg? Minder dan honderd, vermoed ik.De rest, het overgrote deel vcan boeddhische patienten/clienten, kan even goed met zijn of haar vragen door de niet-boeddhistisch geestelijk verzorger geholpen of begeleid worden.
Samenvatting en conclusie
Naar mijn mening is slechts in zeer beperkte mate specifiek boeddhistische geestelijke verzorging voor clienten/patienten in instellingen voor gezondheidszorg nodig.
Vervolgens zou het nuttig en wenselijk zijn voor de geestelijke verzorging in het algemeen als daar elementen van het boeddhisme bij komen; anders gezegd: dat geestelijk verzorgers kennis hebben of krijgen van het boeddhisme.
Wat betreft werkgelegenheidskansen is het voor 'buddhist chaplains' zoals de VU die gaat opleiden zeer gewenst dat zij breed inzetbaar zijn, dus ook geestelijke verzorging aan niet-boeddhisten kunnen geven, net zo als afgestudeerden van andere universiteiten.
Nu niet meer zoals tot nu toe door BZI, VU, Justitie en deels ook door mij vanuit het beleid beredeneerd maar vanuit de inhoud.
Ik heb hierover inmiddels al een serie blogs geschreven; klik voor een overzicht daarvan in de tagcloud (de rubriek ‘labels’ in de rechterkolom) het trefwoord ‘geestelijk verzorger’.
Geestelijke verzorging vindt, al dan niet vanuit een bepaalde denominatie, vooral plaats in instellingen voor gezondheidszorg. In dit blog identificeer ik me daar vooral mee.
Daarnaast, in veel kleinere aantallen in de krijgsmacht, voor gevangenen en door vrijgevestigden; daar ga ik het veel minder over hebben.
Het laatste rijtje is wat merkwaardig: vòòr en dòòr lopen door elkaar.
Dat is ook de bedoeling want ik wil thematiseren wat onder BGV kan worden verstaan:
1. gegeven door een geestelijk verzorger, tevens boeddhist, aan een boeddhist;
2. gegeven door een buddhist chaplain (zoals de VU ze wil gaan opleiden), een geïntegreerde boeddhist-plus-geestelijk verzorger, aan een boeddhist;
3. als 1, gegeven aan een niet-boeddhist;
4. als 2, gegeven aan een niet-boeddhist;
5. gegeven door een niet-boeddhist (maar religieus-levensbeschouwelijk breed geschoold geestelijk verzorger) aan een boeddhist.
Het is een twijfelgeval of dit laatse (5e) model als BGV gezien moet worden; ik voer het hier wel op om hieronder genoemde redenen.
Als ik hier 'boeddhist' schrijf, bedoel ik zowel degene die zich voluit zelf boeddhist noemt als degene die een 'daadwerkelijke affiniteit ' met het boeddhisme heeft.
Iemand met 'een beetje afiniteit' heeft geen specifieke naam, is een soort 'ietsist'; zoals het Commissariaat voor de Media fijntjes in een beleidsstuk opmerkt: “Zo worden mensen die wel eens een publicatie aanschaffen of een cursus over de desbetreffende hoofdstroming volgen niet gerekend tot de achterban.”
Waarom zou een niet-boeddhist BGV door een boeddhist willen hebben ?
Uit de beschrijvingen van wat BGV-ers in dienst van het ministerie van Veiligheid en Justitie (Dienst Geestelijke verzorging) doen, destilleer ik twee motieven bij de gevangenen die waarschijnlijk ook voor anderen zullen gelden:
a. de boeddhist heeft bepaalde specifieke methodiek-vaardigheden zoals het geven van meditatie (bv het op dit moment populaire mindfulness).
b. de ontvanger vindt het boeddhisme en boeddhisten sympathiek en verwacht van een BGV-er het soort geestelijke verzorging dat hem/haar bevalt.
Ik neem aan dat de initiatiefnemers van de opleiding master plus ambtsopleiding (VU en BZI) er geen bezwaar tegen hebben dat een door hen opgeleide buddhist chaplain (hierboven bedoeld in 2 en 4) zijn of haar zegenrijke werk doet met een niet-boeddhist als client/patient. Graag zelfs, veronderstel ik dat deze initiatiefnemers zullen zeggen, dat betekent immers aanzienlijk meer werkgelegenheid.
Maar is het noodzakelijk, heeft geestelijke verzorging door een boeddhist een meerwaarde ?
De meerwaarde zou kunnen zijn dat het boeddhisme bijna van nature zelf al geestelijke verzorging is, de thema´s waarover het in het boeddhisme gaat, zijn ook de vragen van geestelijke verzorging.
Maar is dat wel zo, vinden andere levensbeschouwingen dat ook niet van zichzelf?
Er zijn een paar kenmerken van het boeddhisme behoorlijk uniek, de nadruk op de karakteristieken 'anatta' (niet-zelf) en 'anicca' (onbestendigheid) en op 'sunyata' (leegte) horen daarbij; het is voor iemand van een andere religie niet eenvoudig zich die eigen te maken en als geestelijk verzorger te kunnen hanteren in gesprekken, maar hoeveel boeddhisten kunnen dat wel?
Er is nog één ander aspect dat voor mij een meerwaarde betekent; dat is boeddhisten stil kunnen zijn, niet altijd hoeven te praten, als uitdrukking van hun innerlijke stilte, hun concentratie. Natuurlijk is ook dit verschil met andere levensbeschouwingen niet absoluut maar in mijn inschatting is het er wel wezenlijk.
Waardering
Mijn waardering voor het niet aan één religie verbonden geestelijke verzorging is versterkt door het lezen over de master-programma´s als beroepsopleiding geestelijk verzorger bij de Universiteiten van Groningen, Utrecht, Nijmegen, waar ik een paar weken geleden al op duidde; zie hier .
Mijn suggesties in die blog heb ik inmiddels aan genoemde opleidingen voor kommentaar voorgelegd. Als daaruit concrete resultaten komen, publiceer ik die in een toekomstige blog.
Zie hun de websites:
Utrecht : informatie over de master
Nijmegen: informatie over de master
Groningen: informatie over de master
Eén voorbehoud moet ik bij m'n positieve waardering wel maken.
Het is me bij het lezen van de teksten niet duidelijk inhoever de christelijke wortels van de opleidingen nog doorwerken in het huidige denken van de docenten.
Zo ademt de tekst over de master in Nijmegen een heel andere (ik denk: een katholieke) sfeer dan die van Utrecht en die van Groningen (en trouwens ook van de niet-boeddhistische vakken van de bachelor bij de VU waarbij het niet moeilijk raden is naar de eigen levensbeschouwing van de docenten). Mijn indruk is dat men in Groningen en ook wel in Utrecht (hoewel de informatie daarvan meer summier is) het protestante verleden voldoende achter zich gelaten heeft om van een echte interreligieuze opleiding te kunnen spreken.
Van wie ?
De omgekeerde vraag is: kan een boeddhist (die bv client/patient in een gezondheidszorg-instelling is) niet net zo goed bij zingvevingsvragen door een geestelijk verzorger van een niet-boeddhist krijgen? (bij de humanisten heet het 'raadsman')?
Als ik mezelf in die rol plaats (gezien m´n gevorderde leeftijd niet zo moeilijk), zou m´n antwoord zijn: als het maar een kwalitatief goeie is, iemand die niet zijn of haar eigen visie op leven en dood op mij probeert over te krijgen, kan het net zo goed een niet-boeddhist zijn. Ja dus.
Misschien wil ik daarnaast dan wel met een boeddhistische vriend over een paar specifieke vragen van gedachten te wisselen.
Maar dan wel in een boeddhistische traditie waarin ik me thuis voel, de verschillen tussen de tradities zijn groot, bij de beoefenaar van de ene traditie zou ik makkelijk vertrouwelijk zijn, bij een ander nauwelijks.
Wanneer wel van een boeddhist ?
Er is een uitzondering: wanneer het uitvoeren van rituelen of andere zeer specifieke vormen van beoefening gewenst worden. In het Aziatische boeddhisme speelt het devotionele een grote rol; maar bij hoeveel boeddhisten in Nederland speelt dat? Vijfhonderd tot duizend misschien?
Als we het uitbreiden tot 'het toevlucht nemen' dan zal het om een paar duizend mensen gaan; maar: er is een toevlucht-nemer, geen toevlucht-gever, het is volgens mij niet persé een BGV-er bij nodig, al verdient het wel de voorkeur.
Een andere mogelijkheid: de client/patient heeft vraagt om een Dharma-toespraak, zoals leraren uit de diverse boeddhistische tradities die geven. Afgezien van m'n vermoeden dat het opnieuw om kleine aantallen gaat, zijn hier ook andere mogelijkheden dan dat een geestelijk verzorger dit zelf doet, er zijn boeddhistische leraren en er zijn tal van talks op het internet te vinden.
In totaal gaat om een grootte-orde enkele duizenden boeddhisten waarvoor geestelijke verzorging door een BGV-er meerwaarde heeft. En dan bedoel ik totale aantallen. Welk deel daarvan is tegelijk client/patient in een instelling van gezondheidszorg? Minder dan honderd, vermoed ik.De rest, het overgrote deel vcan boeddhische patienten/clienten, kan even goed met zijn of haar vragen door de niet-boeddhistisch geestelijk verzorger geholpen of begeleid worden.
Samenvatting en conclusie
Naar mijn mening is slechts in zeer beperkte mate specifiek boeddhistische geestelijke verzorging voor clienten/patienten in instellingen voor gezondheidszorg nodig.
Vervolgens zou het nuttig en wenselijk zijn voor de geestelijke verzorging in het algemeen als daar elementen van het boeddhisme bij komen; anders gezegd: dat geestelijk verzorgers kennis hebben of krijgen van het boeddhisme.
Wat betreft werkgelegenheidskansen is het voor 'buddhist chaplains' zoals de VU die gaat opleiden zeer gewenst dat zij breed inzetbaar zijn, dus ook geestelijke verzorging aan niet-boeddhisten kunnen geven, net zo als afgestudeerden van andere universiteiten.
zondag 5 augustus 2012
Oratie André van der Braak op 14 september bij de VU
Op vrijdag 14 september houdt André van der Braak zijn inaugurele rede als hoogleraar boeddhisme aan de Vrije Universiteit
Tijd: vanaf 15.45 uur
Plaats: Aula van het hoofdgebouw van de VU,
Titel: De vele gezichten van compassie:
het boeddhisme te midden van culturele en religieuze diversiteit
André zal deze rede uitspreken ter gelegenheid van de aanvaarding van de Nicolaas Pierson leerstoel voor Boeddhistische filosofie in dialoog met ander levensbeschouwelijke tradities.
Zie de VU-aankondiging hier.
Het is in het algemeen de bedoeling van een inaugurele rede oftewel oratie dat de nieuwe hoogleraar beschrijft wat hij of zij in wetenschappelijk opzicht de komende jaren gaat doen.
Wat me benieuwd zijn onder andere de volgende zaken:
- Zal het nu over meer dan alleen Zen-boeddhisme gaan, tot nu toe heb ik een zekere Zen-eenzijdigheid bespeurd in zijn VU-rol?
- Hoe gaat André (althans in zijn voornemens) om met het spanningsveld wetenschapsbeoefening versus onderwijstaken? De opdracht van de Nicolaas Pierson Stichting (zie onder) spreekt slechts beperkt van een onderwijstaak terwijl de start van de bachelor boeddhisme dit jaar en mogelijk de master boeddhisme volgend jaar veel tijd van hem gaat vragen. Weet hij de druk van de VU te weerstaan?
- In de hoop dat André toch nog tijd voor onderzoek, voor wetenschapsbeoefening vrij weet te maken: waarop zal dat aansluiten?
Zal het ook boeddhologie genoemd mogen worden? Waarschijnlijk niet de filologische variant maar wellicht een meer godsdienstwetenschappelijke benadering?
Zal hij zich willen verdiepen in nieuwe (Westerse) vormen van boeddhisme zoals het ‘secular buddhism’, door mij vertaald als ‘vrijzinnig boeddhisme’?
- Ontmoeting tussen levensbeschouwelijke/religieuze tradities is duidelijk een zwaartepunt, maar zal er ook ruimte zijn voor dialoog tussen de diverse boeddhistische tradities, want dat is in het Nederlandse boeddhisme een beetje een taboe-onderwerp?
Zal André een door hem gemodereerde discussie tussen boeddhisten willen gaan organiseren (en dan niet met dezelfde leraren die we steeds op de BOS kunnen horen)?
- En dan het thema compassie.
Zal de nieuwe hoogleraar het modieuze (het ongevaarlijke want wie is er nou tegen compassie?) karakter van dit thema weten te vermijden?
Ziet hij compassie (karuna) als één van de Brahmavihara, in relatie tot de andere drie?
Betekent de ‘diversiteit’ uit de titel van de oratie ook: de kunst van het met elkaar oneens te zijn?
Is trouwens ‘religieuze diversiteit’net zo iets als de (nogal bedreigde) biodiversiteit, die ook nodig is voor de evolutie, in dit geval dus de evolutie van de religie(s)?
‘Compassie’ is ook de kern van de bodhisattva-belofte, gaat het (André / de VU) alleen om het voornemen (het mooie gevoel) of moet er ook iets naar andere mensen toe mee gedààn worden?
Misschien wat veel vragen voor een uur, maar een paar zouden m.i. toch wel aan de orde moeten komen.
Deze inaugurele rede wordt in het openbaar gehouden. Vooraf opgeven is niet nodig.
Ik ga er Deo Volente heen
En ik zal achteraf een critische analyse proberen te bloggen over de inhoud.
Die is dat vast wel waard.
Uit de advertentie van de VU mei 2011 met behulp waarvan André is geworven (gepredestineerd)
"De leerstoelhouder zal:
- onderzoek ontwikkelen en verrichten op het terrein van de ontmoeting van boeddhistische filosofische tradities met andere levensbeschouwelijke en religieuze tradities;
- onderzoek op het gebied van de leerstoel stimuleren, coördineren en ondersteunen, onder andere in de vorm van het begeleiden van promotieonderzoek;
- deelnemen aan één van de onderzoeksprogramma’s van de Faculteit der Godgeleerdheid, ondergebracht in het interfacultaire VU Institute for the Study of Religion, Culture and Society (VISOR);
- onderzoeksvoorstellen doen en (externe) onderzoeksmiddelen verwerven;
- participeren in internationale multidisciplinaire onderzoeksprojecten binnen het domein van de leerstoel;
- onderwijs op het gebied van de boeddhistische traditie in dialoog met andere levensbeschouwelijke en religieuze tradities ontwikkelen en uitvoeren, met een focus op de raakvlakken tussen boeddhistisch en westers continentaal denken."
Tijd: vanaf 15.45 uur
Plaats: Aula van het hoofdgebouw van de VU,
Titel: De vele gezichten van compassie:
het boeddhisme te midden van culturele en religieuze diversiteit
André zal deze rede uitspreken ter gelegenheid van de aanvaarding van de Nicolaas Pierson leerstoel voor Boeddhistische filosofie in dialoog met ander levensbeschouwelijke tradities.
Zie de VU-aankondiging hier.
Het is in het algemeen de bedoeling van een inaugurele rede oftewel oratie dat de nieuwe hoogleraar beschrijft wat hij of zij in wetenschappelijk opzicht de komende jaren gaat doen.
Wat me benieuwd zijn onder andere de volgende zaken:
- Zal het nu over meer dan alleen Zen-boeddhisme gaan, tot nu toe heb ik een zekere Zen-eenzijdigheid bespeurd in zijn VU-rol?
- Hoe gaat André (althans in zijn voornemens) om met het spanningsveld wetenschapsbeoefening versus onderwijstaken? De opdracht van de Nicolaas Pierson Stichting (zie onder) spreekt slechts beperkt van een onderwijstaak terwijl de start van de bachelor boeddhisme dit jaar en mogelijk de master boeddhisme volgend jaar veel tijd van hem gaat vragen. Weet hij de druk van de VU te weerstaan?
- In de hoop dat André toch nog tijd voor onderzoek, voor wetenschapsbeoefening vrij weet te maken: waarop zal dat aansluiten?
Zal het ook boeddhologie genoemd mogen worden? Waarschijnlijk niet de filologische variant maar wellicht een meer godsdienstwetenschappelijke benadering?
Zal hij zich willen verdiepen in nieuwe (Westerse) vormen van boeddhisme zoals het ‘secular buddhism’, door mij vertaald als ‘vrijzinnig boeddhisme’?
- Ontmoeting tussen levensbeschouwelijke/religieuze tradities is duidelijk een zwaartepunt, maar zal er ook ruimte zijn voor dialoog tussen de diverse boeddhistische tradities, want dat is in het Nederlandse boeddhisme een beetje een taboe-onderwerp?
Zal André een door hem gemodereerde discussie tussen boeddhisten willen gaan organiseren (en dan niet met dezelfde leraren die we steeds op de BOS kunnen horen)?
- En dan het thema compassie.
Zal de nieuwe hoogleraar het modieuze (het ongevaarlijke want wie is er nou tegen compassie?) karakter van dit thema weten te vermijden?
Ziet hij compassie (karuna) als één van de Brahmavihara, in relatie tot de andere drie?
Betekent de ‘diversiteit’ uit de titel van de oratie ook: de kunst van het met elkaar oneens te zijn?
Is trouwens ‘religieuze diversiteit’net zo iets als de (nogal bedreigde) biodiversiteit, die ook nodig is voor de evolutie, in dit geval dus de evolutie van de religie(s)?
‘Compassie’ is ook de kern van de bodhisattva-belofte, gaat het (André / de VU) alleen om het voornemen (het mooie gevoel) of moet er ook iets naar andere mensen toe mee gedààn worden?
Misschien wat veel vragen voor een uur, maar een paar zouden m.i. toch wel aan de orde moeten komen.
Deze inaugurele rede wordt in het openbaar gehouden. Vooraf opgeven is niet nodig.
Ik ga er Deo Volente heen
En ik zal achteraf een critische analyse proberen te bloggen over de inhoud.
Die is dat vast wel waard.
Uit de advertentie van de VU mei 2011 met behulp waarvan André is geworven (gepredestineerd)
"De leerstoelhouder zal:
- onderzoek ontwikkelen en verrichten op het terrein van de ontmoeting van boeddhistische filosofische tradities met andere levensbeschouwelijke en religieuze tradities;
- onderzoek op het gebied van de leerstoel stimuleren, coördineren en ondersteunen, onder andere in de vorm van het begeleiden van promotieonderzoek;
- deelnemen aan één van de onderzoeksprogramma’s van de Faculteit der Godgeleerdheid, ondergebracht in het interfacultaire VU Institute for the Study of Religion, Culture and Society (VISOR);
- onderzoeksvoorstellen doen en (externe) onderzoeksmiddelen verwerven;
- participeren in internationale multidisciplinaire onderzoeksprojecten binnen het domein van de leerstoel;
- onderwijs op het gebied van de boeddhistische traditie in dialoog met andere levensbeschouwelijke en religieuze tradities ontwikkelen en uitvoeren, met een focus op de raakvlakken tussen boeddhistisch en westers continentaal denken."
dinsdag 5 juni 2012
Voel ik verbondenheid ?
Vaak wordt als belangrijkste kenmerk van het boeddhisme genoemd het gevoel van verbondenheid met al het leven in de wereld. In het Engels gaat het om de term ‘connectedness’
Helemaal duidelijk is die nadruk me niet. Ik geloof dat bedoeld wordt dat je dat gevoel mòèt hèbben en dat bedoeld wordt dat je dat gevoel krijgt door de juiste beoefening.
Voor sommigen geldt een snellere route: die verbondenheid is er al, is er altijd al geweest, je moet hem alleen nog maar ontdekken en ervaren, een soort gemeenschappelijke Boeddha-Natuur dus.
Soms wordt ook de term ‘liefde’ gebruikt in plaats van ‘verbondenheid’ maar wegens de misverstanden die die term op kan roepen, laat ik dat woord liever maar buiten beschouwing. Het gaat dan om een speciaal soort, namelijk om objectloze, liefde.
En tja, dat is ook wat: ik voel die verbondenheid niet zo. Zeker niet met alle levende wezens in het universum waarvan ik het grootste deel volstrekt niet ken, en accepteer dat ze bestaan zonder dat ik ze ken.
En sterker nog: ik heb ook helemaal geen behoefte me met zoveel leven verbonden te voelen. Ik juich het toe dat er veel leven is, biodiversiteit is voor mij een grote waarde, maar ik denk dat de kunst om langs elkaar heen te leven veel groter is dan de kunst van je verbonden weten.
Met enige regelmaat probeer ik weer op te roepen waarom ook al weer boeddhist ben geworden, zo’n jaar of twaalf geleden. Of ‘geworden’ is niet helemaal juist uitgedrukt, beter kan ik zeggen: waarom ik eraan toegaf toen ik ontdekte boeddhist te zijn.
Mijn motieven waren – en zijn – veel meer ontologisch (noot *) van aard dan emotioneel.
Begrippen als anatta, anicca, en suññata/sunyata en de theorie van de twee werkelijkheden waren en zijn veel belangrijker dan ‘verbondenheid’ en een holistische (en m.i.onjuiste) interpretatie als ‘wederzijdse afhankelijkheid’ van het principe paticcasamuppāda. (zie noot **)
Voel ik dan geen liefde en verbondenheid met andere levende wezens?
Toch wel, met sommigen meer dan met anderen (ik ben nu eenmaal niet volmaakt)
Het is alleen voor mij geen doel. Het is een resultaat, misschien een neveneffect van mijn boeddhistische beoefening, in de vorm van toegenomen mildheid bijvoorbeeld.
Af en toe laat ik in een minuut of zo het ontstaan van het universum en van het leven op aarde tot en met de komst van de mens (miljarden jaren dus) langs me schieten, voor zover ik weet hoe dat gaat en gegaan is. Dan zie ik sterren en melkwegstelsels, zwarte gaten en planeten door het heelal schieten; enkele (misschien vele) bewoond met levende wezens. Een verbijsterende en onbegrijpelijke hoeveelheid; zoveel dat ik denk dat is nergens goed voor. Het hoeft ook nergens goed voor te zijn. Het is er gewoon. Ik vind het leuk daarvan deel uit te maken, eventjes.
Soms dan, een andere keer denk ik, met Blaise Pascal, : "Le silence éternel de ces espaces infinis m’effraie" [De eeuwige stilte van die oneindige ruimte beangstigt mij] (Pensées 206 / 201)
Welk principe ook ten grondslag ligt aan al deze voortdurend van vorm veranderende materie en leven: ik zou het niet weten.
Maar ik weet wel dat het de naam van ‘verbondenheid’ geven aan dit principe betekenisloos is.
Op het gevaar af als gevoelloos benoemd te worden:
aan ‘verbondenheid’ (en ‘liefde’) wordt in het hedendaags westers boeddhisme hogelijk overdreven waarde toegekend; ik vind het te vaak narcistisch gebruikte begrippen. Ik kijk ook nooit in spiegels (en hoor wel van anderen als m’n haar niet goed zit).
Er is m.i. nog een andere reden waarom ‘verbondenheid’ en ‘liefde’ zo populair zijn. Namelijk dat met behulp ervan beweerd kan worden dat alle religies in wezen hetzelfde ideaal uitdragen, dat van de liefde. De Dalai Lama (althans als hij tegen westerlingen praat) en iemand als Karen Armstrong doen dat nog al. Tot mijn verbazing, want waarom zouden alle religies één moeten zijn? Wat is er tegen diversiteit? Ja, dat het conflicten op kan leveren; maar ik zou zeggen: zie de tegenstellingen maar onder ogen. Zie ook mijn blogs ´God is niet één en Boeddha ook niet´ deel één en deel twee .
Leerstellig gaat het bij ‘verbondenheid’ uiteindelijk om het tot uitdrukking brengen van het nondualistische. Nu is Theravada nauwelijks tot niet nondualistisch, zeker in vergelijking tot het Mahayana-boeddhisme.
Zie hier. Maar ook hier .
Ik ga dit artikel van Bhikkhu Bodhi niet samenvatten, alleen met instemming constateren dat hij ook niets moeten hebben van dit in het boeddhisme geslopen advaita vedanta idee.
Tenslotte, men zou kunnen zeggen: metta en de andere Brahmavihara’s, die vind je toch wel wezenlijk voor je beoefening?
Zeker, maar in het begin gebruikte al in critische zin de term ‘objectloze’ liefde, ik vind dat te makkelijk.
‘Metta’, ‘karuna’ en ‘mudita’ zijn niet objectloos maar hebben betrekking op wezens met hun hebbelijkheden en onhebbelijkheden. Ook aan het eind van mijn metta-meditatie versmelt ik niet met alle andere levende wezens.
*) De ontologie is de zijnsleer; de leer van het zijn als zodanig, van de algemene eigenschappen der dingen.
Traditioneel is ontologie een tak van de filosofie, binnen de metafysica. Ze beschrijft de eigenschappen, of breder: het zijn van het geheel van dingen, 'entiteiten' of ook zijnden genoemd, waarvan aangenomen wordt dat ze bestaan of beter: zijn.
In meer boeddhistische taal: 'de dingen zien zoals ze werkelijk zijn'.
**) (Noot, 6 juni toegevoegd)
Over die onjuiste holistische interpretatie van pratītyasamutpāda of paticcasamuppada
(te vertalen als "afhankelijk ontstaan") zie het artikel 'A Brief History of Interdependence' door David McMahan. Niet makkelijk, wel leerzaam.
Helemaal duidelijk is die nadruk me niet. Ik geloof dat bedoeld wordt dat je dat gevoel mòèt hèbben en dat bedoeld wordt dat je dat gevoel krijgt door de juiste beoefening.
Voor sommigen geldt een snellere route: die verbondenheid is er al, is er altijd al geweest, je moet hem alleen nog maar ontdekken en ervaren, een soort gemeenschappelijke Boeddha-Natuur dus.
Soms wordt ook de term ‘liefde’ gebruikt in plaats van ‘verbondenheid’ maar wegens de misverstanden die die term op kan roepen, laat ik dat woord liever maar buiten beschouwing. Het gaat dan om een speciaal soort, namelijk om objectloze, liefde.
En tja, dat is ook wat: ik voel die verbondenheid niet zo. Zeker niet met alle levende wezens in het universum waarvan ik het grootste deel volstrekt niet ken, en accepteer dat ze bestaan zonder dat ik ze ken.
En sterker nog: ik heb ook helemaal geen behoefte me met zoveel leven verbonden te voelen. Ik juich het toe dat er veel leven is, biodiversiteit is voor mij een grote waarde, maar ik denk dat de kunst om langs elkaar heen te leven veel groter is dan de kunst van je verbonden weten.
Met enige regelmaat probeer ik weer op te roepen waarom ook al weer boeddhist ben geworden, zo’n jaar of twaalf geleden. Of ‘geworden’ is niet helemaal juist uitgedrukt, beter kan ik zeggen: waarom ik eraan toegaf toen ik ontdekte boeddhist te zijn.
Mijn motieven waren – en zijn – veel meer ontologisch (noot *) van aard dan emotioneel.
Begrippen als anatta, anicca, en suññata/sunyata en de theorie van de twee werkelijkheden waren en zijn veel belangrijker dan ‘verbondenheid’ en een holistische (en m.i.onjuiste) interpretatie als ‘wederzijdse afhankelijkheid’ van het principe paticcasamuppāda. (zie noot **)
Voel ik dan geen liefde en verbondenheid met andere levende wezens?
Toch wel, met sommigen meer dan met anderen (ik ben nu eenmaal niet volmaakt)
Het is alleen voor mij geen doel. Het is een resultaat, misschien een neveneffect van mijn boeddhistische beoefening, in de vorm van toegenomen mildheid bijvoorbeeld.
Af en toe laat ik in een minuut of zo het ontstaan van het universum en van het leven op aarde tot en met de komst van de mens (miljarden jaren dus) langs me schieten, voor zover ik weet hoe dat gaat en gegaan is. Dan zie ik sterren en melkwegstelsels, zwarte gaten en planeten door het heelal schieten; enkele (misschien vele) bewoond met levende wezens. Een verbijsterende en onbegrijpelijke hoeveelheid; zoveel dat ik denk dat is nergens goed voor. Het hoeft ook nergens goed voor te zijn. Het is er gewoon. Ik vind het leuk daarvan deel uit te maken, eventjes.
Soms dan, een andere keer denk ik, met Blaise Pascal, : "Le silence éternel de ces espaces infinis m’effraie" [De eeuwige stilte van die oneindige ruimte beangstigt mij] (Pensées 206 / 201)
Welk principe ook ten grondslag ligt aan al deze voortdurend van vorm veranderende materie en leven: ik zou het niet weten.
Maar ik weet wel dat het de naam van ‘verbondenheid’ geven aan dit principe betekenisloos is.
Op het gevaar af als gevoelloos benoemd te worden:
aan ‘verbondenheid’ (en ‘liefde’) wordt in het hedendaags westers boeddhisme hogelijk overdreven waarde toegekend; ik vind het te vaak narcistisch gebruikte begrippen. Ik kijk ook nooit in spiegels (en hoor wel van anderen als m’n haar niet goed zit).
Er is m.i. nog een andere reden waarom ‘verbondenheid’ en ‘liefde’ zo populair zijn. Namelijk dat met behulp ervan beweerd kan worden dat alle religies in wezen hetzelfde ideaal uitdragen, dat van de liefde. De Dalai Lama (althans als hij tegen westerlingen praat) en iemand als Karen Armstrong doen dat nog al. Tot mijn verbazing, want waarom zouden alle religies één moeten zijn? Wat is er tegen diversiteit? Ja, dat het conflicten op kan leveren; maar ik zou zeggen: zie de tegenstellingen maar onder ogen. Zie ook mijn blogs ´God is niet één en Boeddha ook niet´ deel één en deel twee .
Leerstellig gaat het bij ‘verbondenheid’ uiteindelijk om het tot uitdrukking brengen van het nondualistische. Nu is Theravada nauwelijks tot niet nondualistisch, zeker in vergelijking tot het Mahayana-boeddhisme.
Zie hier. Maar ook hier .
Ik ga dit artikel van Bhikkhu Bodhi niet samenvatten, alleen met instemming constateren dat hij ook niets moeten hebben van dit in het boeddhisme geslopen advaita vedanta idee.
Tenslotte, men zou kunnen zeggen: metta en de andere Brahmavihara’s, die vind je toch wel wezenlijk voor je beoefening?
Zeker, maar in het begin gebruikte al in critische zin de term ‘objectloze’ liefde, ik vind dat te makkelijk.
‘Metta’, ‘karuna’ en ‘mudita’ zijn niet objectloos maar hebben betrekking op wezens met hun hebbelijkheden en onhebbelijkheden. Ook aan het eind van mijn metta-meditatie versmelt ik niet met alle andere levende wezens.
*) De ontologie is de zijnsleer; de leer van het zijn als zodanig, van de algemene eigenschappen der dingen.
Traditioneel is ontologie een tak van de filosofie, binnen de metafysica. Ze beschrijft de eigenschappen, of breder: het zijn van het geheel van dingen, 'entiteiten' of ook zijnden genoemd, waarvan aangenomen wordt dat ze bestaan of beter: zijn.
In meer boeddhistische taal: 'de dingen zien zoals ze werkelijk zijn'.
**) (Noot, 6 juni toegevoegd)
Over die onjuiste holistische interpretatie van pratītyasamutpāda of paticcasamuppada
(te vertalen als "afhankelijk ontstaan") zie het artikel 'A Brief History of Interdependence' door David McMahan. Niet makkelijk, wel leerzaam.
donderdag 12 april 2012
Mooie rol voor ex-BUN-voorzitter in Islam debat Maar zijn boeddhisten echt zo lief en tolerant?
Een paar weken geleden is een rapport van de Universiteit van Amsterdam uitgebracht met als titel
Religie, binding en polarisatie.
De reacties van de leiding van levensbeschouwelijke organisaties op islamkritische uitingen.
Het onderzoek is uitgevoerd in opdracht van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het Ministerie van Veiligheid en Justitie.
Het rapport is hier te downloaden.
Het onderzoek is overigens in de eerste helft van 2011 uitgevoerd want als voorzitter van de BUN wordt nog onbekommerd Richard de Jongh genoemd, en die was van januari tot begin augustus van dat jaar voorzitter.
Ik citeer uit het persbericht van de UvA ( hier )
“Levensbeschouwelijke organisaties in Nederland doen niet mee aan de polarisatie rond moslims en de islam. In reactie op islamkritiek en anti-islamitische uitingen hebben de mainstream islamitische, christelijke en joodse organisaties de banden aangehaald. ... Vellenga en Wiegers onderzochten hoe de leiding van levensbeschouwelijke organisaties reageerden op islamkritische uitingen en welke factoren van invloed zijn geweest op deze reacties. Vijf islamkritische of anti-islamitische uitingen staan centraal in het onderzoek: de film Submission (2004), de Deense cartoonaffaire (2005 - 2006), de film Fitna (2008), de film An Interview with Mohammed (2008) en het Zwitserse minarettenverbod (2009). Vellenga en Wiegers deden onderzoek onder 21 landelijke levensbeschouwelijke organisaties in Nederland: tien islamitische, vijf christelijke, drie joodse, een hindoeïstische, een boeddhistische en een humanistische."
Mij interesseert uiteraard het deel van het rapport (paragraaf 5.3 op pagina 192-197) over de boeddhistische organisatie. De BUN dus.
Het blijkt dat alleen één ex-voorzitter van de BUN is geïnterviewd (“V” zal ik hem noemen omdat het me voor komt dat teveel roem niet goed voor hem of haar is) is die van 2007 tot begin 2009 voorzitter was en aan het eind van die periode ambtenaar bij het ministerie van Justitie werd.
De missie van die voorzitter was het om – naar eigen zeggen - het boeddhisme “maatschappelijk te verankeren.” (pagina 192) Zo hoor je nog eens wat.
Op basis van citaten van V wordt een kenschets gegeven van wat het (Westerse) boeddhisme is, een nogal persoonlijke selectie, vind ik.
Dat geldt ook de analyse. Ik heb de verslagen van de ledenvergaderingen van de BUN uit de betreffende periode gelezen, en hun Nieuwsbrieven, ze bevatten slechts summiere informatie over deze maatschappelijke verankering en over het met minister Hirsch Ballin aan de tafel zitten van de BUN-leider in 2008. Als het rapport dus zegt “Er zijn geen aanwijzingen in het interview met V voor de stelling dat er van binnenuit of van buitenaf (sterke) druk op de leiding van de BUN is uitgeoefend om op een bepaalde manier te reageren op de betreffende islamkritische uitingen” (pagina 196), dan denk ik: logisch, vrijwel geen boeddhist wist dat de leiding van de BUN met het thema Islamkritiek bezig was.
Ook wordt meegedeeld: “Hoewel de BUN-leiding niet gereageerd heeft op de geselecteerde uitingen van islamkritiek, heeft V daarover wel een opvatting."(pagina 195) En dan volgt een serie persoonlijke opvattingen zoals “... de moeite met het “gesloten wereldbeeld” zoals dat onder bijvoorbeeld orthodox-gereformeerden in Nederland aantreft” (pagina 196).
Volgens mij is het onjuist dat deze ex-voorzitter, toen al Justitie-ambtenaar, deze persoonlijke opvattingen ter berde bracht in het interview.
Hieronder geef ik de samenvatting (door de onderzoekers) van het hoofdstuk 5.3 over de BUN
Op dit rapport wil ik enig kommentaar geven
(1) In zekere zin wordt achteraf door de voormalige ‘leiding van de BUN’ verantwoording afgelegd over dit beleid. Grote problemen heb ik er niet mee. Gezien de haatgevoelens van de film ‘Fitna’ en de heftige reacties die ze opriep in 2008, kan ik me de vredestichtende rol van de BUN wel voorstellen.
(2) De eerste zinnen van de samenvatting vind ik te kort door de bocht. We weten helemaal niet of de “de aangesloten boeddhistische verbanden verdeeld” waren of zouden zijn geweest over bedoelde “islamkritische uitingen”; in het openbaar reageren is had m.i. het BUN-bestuur best kunnen doen. Raar vind ik ook dat dat de ex-voorzitter openbaarheid niet in het belang van de BUN-leden achtte.
(3) Het hele hoofdstuk (dat is: het interview) bevestigt de populaire visie dat het boeddhisme buitengewoon tolerant is ten opzichte van andere religies en ook buitengewoon vredelievend en vredestichtend is.
Het is fijn als boeddhist om zo waargenomen te worden. Maar klopt het ook?
Die vraag moet ik op twee niveaus beantwoorden:
(a) Op het niveau van de leer, de Dharma.
In alle boeddhistische tradities wordt – voorzover ik weet – vredelievendheid en non-agressie gepreekt.
Maar tolerantie ten aanzien van andere religies of zelfs ten aanzien van andere boeddhistische tradities is toch maar beperkt. De Boeddha bestrijdt (zeker in de Pali Canon) onjuiste visies met grote stelligheid en duidelijkheid want die brengen degene die daarin gelooft, niet tot ‘Ontwaken’. En sommige Mahayana-teksten zijn soms ronduit beledigend voor wat ze Hinayana noemen. Ook hoor ik wel eens over het elkaar bestrijden van Tibetaans-boeddhistische scholen.
(b) Op het niveau van de politiek.
In het Westen en zeker in Nederland is het boeddhisme geen politieke factor van enige betekenis. Maar in Aziatische landen wel en daar wordt wel degelijk machtspolitiek gevoerd door boeddhistische regimes die bepaald niet (alleen) gebaseerd zijn op principes als vredelievendheid en tolerantie. Soms met expliciete steun van monniken, zoals in Sri Lanka. Een ander voorbeeld: Bhutan.
En zelfs in en om onze eigen Nederlandse BUN is er wel machtsstrijd: niets menselijk is ons (boeddhisten) vreemd.
(4) Wat vindt het Boeddhisme (liever gezegd: ‘een boeddhist') eigenlijk van de Islam? Los dus van de politieke en soms gewapende strijd in landen als Thailand (met een islamitische minderheid in het zuiden van het land), puur als religie dus?
Mijn indruk is dat de meeste autochtone boeddhisten in Nederland er eenvoudigweg geen mening over hebben, of hoogstens vaag dezelfde mening als vergelijkbare niet-boeddhisten uit dezelfde maatschappelijke en culturele klasse (blank, goed opgeleid). Anders en à la Geert Wilders gezegd: het zijn geen “Henken en Ingrids”, het zijn nogal wereldburgers. Dat ze dus vaag-tolerante opvattingen hebben in de trant van ‘leven en laten leven’, maar ook ‘ver van m’n bed’..
En hoe de allochtone boeddhisten in Nederland (bv Chinezen en Thai) over de Islam denken, daar weet ik helemaal niets van, niemand volgens mij.
Bijna alle autochtone boeddhisten hebben zichzelf als (jong)volwassene tot boeddhist bekeerd, of tot iemand met affiniteit tot het boeddhisme zoals velen graag zeggen. Daar is wel enige religie-vergelijking aan voorafgegaan dus, moet ik aannemen, bij mij was dat in ieder geval wel zo.
Stel nou dat zo’n boeddhist de Islam puur als religie bekijkt, zou dat hem of haar aanspreken? Ik denk het niet, afgezien dan van de mystieke stromingen binnen de Islam, zoals de Soefi.
Christenen en moslims kunnen mogelijk hun religies zinvol met elkaar vergelijken, daarvoor zijn er genoeg aanknopingspunten. Maar die tussen Boeddhisme en de Islam zie ik nauwelijks.
Is dat erg? Misschien wel voor degenen die vinden dat alles één is. Niet voor wie accepteert dat er verschillen zijn die ook best als (onoverbrugbare) verschillen benoemd mogen worden.
Samenvatting en verbanden [pagina 197 van het rapport]
Op de vijf islamkritische uitingen die in dit onderzoek centraal staan, is door de BUN-leiding niet openbaar gereageerd. Zij zag dit niet als haar taak of in het belang van haar leden. Over dergelijke kwesties zijn de aangesloten boeddhistische verbanden verdeeld. Wel heeft de BUN zich in de context van het negatieve klimaat over de islam in Nederland aangesloten bij de inter-levensbeschouwelijke verbanden van de jaarlijkse Prinsjesdagviering en In Vrijheid Verbonden waarbinnen ze contact heeft met vertegenwoordigers van islamitische organisaties. Ook werkt ze graag samen met de stichting Islam & Dialoog. In naam van de BUN heeft V deelgenomen aan het Fitna-beraad van de ministers Hirsch Ballin en Vogelaar met vertegenwoordigers van een twintigtal levensbeschouwelijke en etnische organisaties. Op dat beraad kijkt hij met zeer veel tevredenheid terug.
“Met al die moslimorganisaties en ik zat er namens de boeddhisten in en iemand van het humanisme en van de katholieken en van de protestanten, gewoon om de moslims bij te staan van: hoe ga je hier nou mee om, hier in Nederland? Nou, dat is gewoon heel goed gegaan.” (Interview V)
De BUN-leiding ziet de vrijheid van godsdienst als een zeer belangrijke grondslag voor het vreedzaam samenleven van de zeer uiteenlopende levensbeschouwelijke groeperingen in Nederland. Ze hecht aan de vrijheid van meningsuiting, maar vindt tegelijkertijd dat die vrijheid niet gebruikt mag worden ten koste van anderen, bijvoorbeeld moslims. Vanwege de inhoudelijke afstand loopt de band met islamitische instellingen doorgaans via de lijn van inter-levensbeschouwelijke verbanden. V loopt warm voor interreligieuze uitwisseling en contacten. Volgens hem zijn boeddhisten geen partij in de spanningen die in interreligieuze verbanden weleens tussen organisaties van monotheïstische religies de kop opsteken en kan de BUN daarbij soms een relativerende en bemiddelende rol spelen.
Het optreden van de BUN-leiding op het terrein van islamkritiek en interreligieuze contacten is deels toe te schrijven aan de ambitie van V, als voorzitter van de BUN tussen 2007 en 2009, om het boeddhisme “maatschappelijk te verankeren” en de BUN op het terrein van de inter-levensbeschouwelijke dialoog actief te laten zijn. Dat optreden wordt ingegeven door waarden en karaktertrekken die het boeddhisme volgens V kenmerken. Volgens hem staan in het boeddhisme waarden als ‘mededogen’, ‘compassie’ en ‘respect’ centraal en is het boeddhisme een niet-dogmatische, inclusieve levensbeschouwing die andere spirituele stromingen niet uit-, maar insluit en zich daarmee gemakkelijk laat verbinden. De humoristische en relativerende rol die V de BUN toekent bij interreligieuze spanningen houdt mogelijk verband met de positie die zij in het levensbeschouwelijke veld inneemt. Het boeddhisme is een spirituele stroming in Nederland die buiten de monotheïstische godsdiensten staat. Wellicht omdat de BUN een relatief jonge en kleine organisatie is die weinig belangen te verdedigen heeft, kan zij binnen inter-levensbeschouwelijke verbanden gemakkelijk de ‘doorbrekende’ rol van een “hofnar” spelen.”
Religie, binding en polarisatie.
De reacties van de leiding van levensbeschouwelijke organisaties op islamkritische uitingen.
Het onderzoek is uitgevoerd in opdracht van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het Ministerie van Veiligheid en Justitie.
Het rapport is hier te downloaden.
Het onderzoek is overigens in de eerste helft van 2011 uitgevoerd want als voorzitter van de BUN wordt nog onbekommerd Richard de Jongh genoemd, en die was van januari tot begin augustus van dat jaar voorzitter.
Ik citeer uit het persbericht van de UvA ( hier )
“Levensbeschouwelijke organisaties in Nederland doen niet mee aan de polarisatie rond moslims en de islam. In reactie op islamkritiek en anti-islamitische uitingen hebben de mainstream islamitische, christelijke en joodse organisaties de banden aangehaald. ... Vellenga en Wiegers onderzochten hoe de leiding van levensbeschouwelijke organisaties reageerden op islamkritische uitingen en welke factoren van invloed zijn geweest op deze reacties. Vijf islamkritische of anti-islamitische uitingen staan centraal in het onderzoek: de film Submission (2004), de Deense cartoonaffaire (2005 - 2006), de film Fitna (2008), de film An Interview with Mohammed (2008) en het Zwitserse minarettenverbod (2009). Vellenga en Wiegers deden onderzoek onder 21 landelijke levensbeschouwelijke organisaties in Nederland: tien islamitische, vijf christelijke, drie joodse, een hindoeïstische, een boeddhistische en een humanistische."
Mij interesseert uiteraard het deel van het rapport (paragraaf 5.3 op pagina 192-197) over de boeddhistische organisatie. De BUN dus.
Het blijkt dat alleen één ex-voorzitter van de BUN is geïnterviewd (“V” zal ik hem noemen omdat het me voor komt dat teveel roem niet goed voor hem of haar is) is die van 2007 tot begin 2009 voorzitter was en aan het eind van die periode ambtenaar bij het ministerie van Justitie werd.
De missie van die voorzitter was het om – naar eigen zeggen - het boeddhisme “maatschappelijk te verankeren.” (pagina 192) Zo hoor je nog eens wat.
Op basis van citaten van V wordt een kenschets gegeven van wat het (Westerse) boeddhisme is, een nogal persoonlijke selectie, vind ik.
Dat geldt ook de analyse. Ik heb de verslagen van de ledenvergaderingen van de BUN uit de betreffende periode gelezen, en hun Nieuwsbrieven, ze bevatten slechts summiere informatie over deze maatschappelijke verankering en over het met minister Hirsch Ballin aan de tafel zitten van de BUN-leider in 2008. Als het rapport dus zegt “Er zijn geen aanwijzingen in het interview met V voor de stelling dat er van binnenuit of van buitenaf (sterke) druk op de leiding van de BUN is uitgeoefend om op een bepaalde manier te reageren op de betreffende islamkritische uitingen” (pagina 196), dan denk ik: logisch, vrijwel geen boeddhist wist dat de leiding van de BUN met het thema Islamkritiek bezig was.
Ook wordt meegedeeld: “Hoewel de BUN-leiding niet gereageerd heeft op de geselecteerde uitingen van islamkritiek, heeft V daarover wel een opvatting."(pagina 195) En dan volgt een serie persoonlijke opvattingen zoals “... de moeite met het “gesloten wereldbeeld” zoals dat onder bijvoorbeeld orthodox-gereformeerden in Nederland aantreft” (pagina 196).
Volgens mij is het onjuist dat deze ex-voorzitter, toen al Justitie-ambtenaar, deze persoonlijke opvattingen ter berde bracht in het interview.
Hieronder geef ik de samenvatting (door de onderzoekers) van het hoofdstuk 5.3 over de BUN
Op dit rapport wil ik enig kommentaar geven
(1) In zekere zin wordt achteraf door de voormalige ‘leiding van de BUN’ verantwoording afgelegd over dit beleid. Grote problemen heb ik er niet mee. Gezien de haatgevoelens van de film ‘Fitna’ en de heftige reacties die ze opriep in 2008, kan ik me de vredestichtende rol van de BUN wel voorstellen.
(2) De eerste zinnen van de samenvatting vind ik te kort door de bocht. We weten helemaal niet of de “de aangesloten boeddhistische verbanden verdeeld” waren of zouden zijn geweest over bedoelde “islamkritische uitingen”; in het openbaar reageren is had m.i. het BUN-bestuur best kunnen doen. Raar vind ik ook dat dat de ex-voorzitter openbaarheid niet in het belang van de BUN-leden achtte.
(3) Het hele hoofdstuk (dat is: het interview) bevestigt de populaire visie dat het boeddhisme buitengewoon tolerant is ten opzichte van andere religies en ook buitengewoon vredelievend en vredestichtend is.
Het is fijn als boeddhist om zo waargenomen te worden. Maar klopt het ook?
Die vraag moet ik op twee niveaus beantwoorden:
(a) Op het niveau van de leer, de Dharma.
In alle boeddhistische tradities wordt – voorzover ik weet – vredelievendheid en non-agressie gepreekt.
Maar tolerantie ten aanzien van andere religies of zelfs ten aanzien van andere boeddhistische tradities is toch maar beperkt. De Boeddha bestrijdt (zeker in de Pali Canon) onjuiste visies met grote stelligheid en duidelijkheid want die brengen degene die daarin gelooft, niet tot ‘Ontwaken’. En sommige Mahayana-teksten zijn soms ronduit beledigend voor wat ze Hinayana noemen. Ook hoor ik wel eens over het elkaar bestrijden van Tibetaans-boeddhistische scholen.
(b) Op het niveau van de politiek.
In het Westen en zeker in Nederland is het boeddhisme geen politieke factor van enige betekenis. Maar in Aziatische landen wel en daar wordt wel degelijk machtspolitiek gevoerd door boeddhistische regimes die bepaald niet (alleen) gebaseerd zijn op principes als vredelievendheid en tolerantie. Soms met expliciete steun van monniken, zoals in Sri Lanka. Een ander voorbeeld: Bhutan.
En zelfs in en om onze eigen Nederlandse BUN is er wel machtsstrijd: niets menselijk is ons (boeddhisten) vreemd.
(4) Wat vindt het Boeddhisme (liever gezegd: ‘een boeddhist') eigenlijk van de Islam? Los dus van de politieke en soms gewapende strijd in landen als Thailand (met een islamitische minderheid in het zuiden van het land), puur als religie dus?
Mijn indruk is dat de meeste autochtone boeddhisten in Nederland er eenvoudigweg geen mening over hebben, of hoogstens vaag dezelfde mening als vergelijkbare niet-boeddhisten uit dezelfde maatschappelijke en culturele klasse (blank, goed opgeleid). Anders en à la Geert Wilders gezegd: het zijn geen “Henken en Ingrids”, het zijn nogal wereldburgers. Dat ze dus vaag-tolerante opvattingen hebben in de trant van ‘leven en laten leven’, maar ook ‘ver van m’n bed’..
En hoe de allochtone boeddhisten in Nederland (bv Chinezen en Thai) over de Islam denken, daar weet ik helemaal niets van, niemand volgens mij.
Bijna alle autochtone boeddhisten hebben zichzelf als (jong)volwassene tot boeddhist bekeerd, of tot iemand met affiniteit tot het boeddhisme zoals velen graag zeggen. Daar is wel enige religie-vergelijking aan voorafgegaan dus, moet ik aannemen, bij mij was dat in ieder geval wel zo.
Stel nou dat zo’n boeddhist de Islam puur als religie bekijkt, zou dat hem of haar aanspreken? Ik denk het niet, afgezien dan van de mystieke stromingen binnen de Islam, zoals de Soefi.
Christenen en moslims kunnen mogelijk hun religies zinvol met elkaar vergelijken, daarvoor zijn er genoeg aanknopingspunten. Maar die tussen Boeddhisme en de Islam zie ik nauwelijks.
Is dat erg? Misschien wel voor degenen die vinden dat alles één is. Niet voor wie accepteert dat er verschillen zijn die ook best als (onoverbrugbare) verschillen benoemd mogen worden.
Samenvatting en verbanden [pagina 197 van het rapport]
Op de vijf islamkritische uitingen die in dit onderzoek centraal staan, is door de BUN-leiding niet openbaar gereageerd. Zij zag dit niet als haar taak of in het belang van haar leden. Over dergelijke kwesties zijn de aangesloten boeddhistische verbanden verdeeld. Wel heeft de BUN zich in de context van het negatieve klimaat over de islam in Nederland aangesloten bij de inter-levensbeschouwelijke verbanden van de jaarlijkse Prinsjesdagviering en In Vrijheid Verbonden waarbinnen ze contact heeft met vertegenwoordigers van islamitische organisaties. Ook werkt ze graag samen met de stichting Islam & Dialoog. In naam van de BUN heeft V deelgenomen aan het Fitna-beraad van de ministers Hirsch Ballin en Vogelaar met vertegenwoordigers van een twintigtal levensbeschouwelijke en etnische organisaties. Op dat beraad kijkt hij met zeer veel tevredenheid terug.
“Met al die moslimorganisaties en ik zat er namens de boeddhisten in en iemand van het humanisme en van de katholieken en van de protestanten, gewoon om de moslims bij te staan van: hoe ga je hier nou mee om, hier in Nederland? Nou, dat is gewoon heel goed gegaan.” (Interview V)
De BUN-leiding ziet de vrijheid van godsdienst als een zeer belangrijke grondslag voor het vreedzaam samenleven van de zeer uiteenlopende levensbeschouwelijke groeperingen in Nederland. Ze hecht aan de vrijheid van meningsuiting, maar vindt tegelijkertijd dat die vrijheid niet gebruikt mag worden ten koste van anderen, bijvoorbeeld moslims. Vanwege de inhoudelijke afstand loopt de band met islamitische instellingen doorgaans via de lijn van inter-levensbeschouwelijke verbanden. V loopt warm voor interreligieuze uitwisseling en contacten. Volgens hem zijn boeddhisten geen partij in de spanningen die in interreligieuze verbanden weleens tussen organisaties van monotheïstische religies de kop opsteken en kan de BUN daarbij soms een relativerende en bemiddelende rol spelen.
Het optreden van de BUN-leiding op het terrein van islamkritiek en interreligieuze contacten is deels toe te schrijven aan de ambitie van V, als voorzitter van de BUN tussen 2007 en 2009, om het boeddhisme “maatschappelijk te verankeren” en de BUN op het terrein van de inter-levensbeschouwelijke dialoog actief te laten zijn. Dat optreden wordt ingegeven door waarden en karaktertrekken die het boeddhisme volgens V kenmerken. Volgens hem staan in het boeddhisme waarden als ‘mededogen’, ‘compassie’ en ‘respect’ centraal en is het boeddhisme een niet-dogmatische, inclusieve levensbeschouwing die andere spirituele stromingen niet uit-, maar insluit en zich daarmee gemakkelijk laat verbinden. De humoristische en relativerende rol die V de BUN toekent bij interreligieuze spanningen houdt mogelijk verband met de positie die zij in het levensbeschouwelijke veld inneemt. Het boeddhisme is een spirituele stroming in Nederland die buiten de monotheïstische godsdiensten staat. Wellicht omdat de BUN een relatief jonge en kleine organisatie is die weinig belangen te verdedigen heeft, kan zij binnen inter-levensbeschouwelijke verbanden gemakkelijk de ‘doorbrekende’ rol van een “hofnar” spelen.”
woensdag 14 december 2011
God is niet één (en Boeddha ook niet); deel 1 - Prothero’s kritiek op ‘Een gevaarlijk geloof’
Een beschouwing naar aanleiding van het boek ´God is niet één´ van Stephen Prothero.
De Nederlandse uitgever (Bert Bakker) geeft de volgende samenvatting van dit een jaar geleden uitgekomen boek:
In het controversiële boek God is niet één laat Stephen Prothero zien dat de grootste godsdiensten van de wereld verschillende vragen stellen, andere doelen nastreven en voor uiteenlopende problemen komen te staan. Wereldgodsdiensten bewandelen dus niet verschillende paden met dezelfde bestemming, zoals veel mensen denken. Prothero geeft met dit ingenieuze boek inzicht in elke grote wereldreligie. Hij begint met de omstreden islam en gaat vervolgens verder in op christendom, confucianisme, boeddhisme, hindoeïsme, jodendom, Yoruba-religie en taoïsme. Hij wijst op de unieke aspecten van deze religies en pleit zowel voor het behoud als voor de afzonderlijke goden en doelen van deze religies.
God is niet één geeft de lezer een hedendaags inzicht in de grootste religies die nog steeds het spirituele leven van miljarden mensen over de hele wereld bepalen, en hun uitwerking hebben op de politiek en economie.
Deze samenvatting – waar ik niet zo gelukkig mee ben - zie ik steeds terug, bijvoorbeeld op de website van de Bruggenbouwers, één van de bastions van de beweging in Nederland die de eenheid van alle godsdiensten benadrukt en de actieve rol speelt in de interreligieuze dialoog (zie hier )
‘Niet gelukkig’ met de term ‘controversieël’ een sensatie bevorderende marketing-benadering van de uitgever maar zeer subjectief als gebruikt door de eenheids-promotoren. Want dan betekent het:
dit vinden wij niet leuk want dit boek bederft onze eenheidsillusie.
Ook het in een ´samenvatting´ de Islam ‘omstreden’ te noemen vind ik ook niet fijn en zeker niet Prothero samenvattend.
Wellicht overbodig, maar toch, ter voorkoming van misverstand: het is onjuist het boeddhisme een godsdienst te noemen, het kent niet een god in de zin van een Schepper en zeker niet een persoonlijke God. Uiteraard is de historische Boeddha - genoemd Gotauma door Theravadins en Shakyamuni door Mahayanisten - geen god; en andere boeddha´s dan de historische zijn mythologische figuren.
In de kop van deze blog spreek ik van ‘Een gevaarlijk geloof‘ als ik het heb over de opvatting dat alle religies in wezen hetzelfde verkondigen. Zelf vind ik niet zo snel iets gevaarlijk; mijn motto is nog steeds: boeddhisme is niet voor bange mensen.
De kop is de titel van een samenvattend artikel van Prothero zelf: A Dangerous Belief (hier)
Een paar citaten uit dit artikel, vertaald; deels ook voorkomend in het (vertaalde) boek:
‘Geloof in één God is de hoeksteen van alle religies’, stelt Ghandi; elk religieus mens klimt dus naar deze ene God. Maar op het gebied van het goddelijke beperken niet alle religies zich tot het getal één.
De dalai lama verkondigt (ook) de boodschap dat alle religies in essentie op elkaar lijken. Van dit perspectief, gepopulariseerd door de filosofen van de Eeuwige Wijsheid (perennial philosophers) zoals Aldous Huxley, zijn alle religies prachtig en zijn ze ook alle waar.
In de meest gebruikte beeldspraak worden de grote wereldreligies voorgesteld als verschillende paden naar de top van dezelfde berg. ‘het is mogelijk om de berg van het leven langs verschillende flanken te beklimmen, maar bij het bereiken van de top komen de paden samen´, schrijft godsdienstfilosoof Huston Smith. Dit is een verleidelijk idee in een wereld waarin religieus geweld alomtegenwoordig lijk te zijn; maar het is gevaarlijk, respectloos en onwaar.
De rivaliserende wereldreligies komen samen op het vlak van de ethiek, maar lopen juist scherp uiteen op het gebied van leer, rituelen, mythologie, ervaring en wet. Voor mystici of godsdienstfilosofen zijn de verschillen wellicht niet van belang, maar voor gewone gelovigen ligt dat heel anders. Moslims vinden helemaal niet dat de bedevaart naar Mekka niet van essentieel belang is. Integendeel, zij rekenen die bedevaart juist tot de vijf zuilen van de islam. Katholieken zijn absoluut niet van mening dat het doopsel niet van wezenlijk gewicht is: zij rekenen het juist tot de zeven sacramenten. Religieuze verschillen zijn niet alleen voor gelovigen van belang: ze hebben ook serieuze gevolgen in de werkelijkheid. Vanwege die verschillen weigeren sommige mensen te trouwen met een moslim of een hindoe. In sommige gevallen gaan gelovigen vanwege die verschillen met elkaar op de vuist, waarbij dodelijke slachtoffers kunnen vallen.
...
Hoewel ik niet geloof dat we getuige zijn van een ´botsing tussen beschavingen´, tussen christendom en islam, is het wel degelijk pure fantasie om je in te beelden dat de twee grootste wereldreligies op enige zinvolle manier aan elkaar gelijkgesteld kunnen worden of dat een interreligieuze dialoog op magische wijze den kloof zou kunnen overbruggen. Elk van de grote religies geeft een eigen diagnose van het menselijk tekort en z´n eigen voorschriften voor genezing; en elk biedt z´n eigen technieken om het religieuze doel te bereiken,
Je zou vermoeden dat aanhangers van het multiculturalisme deze stand van zaken liefdevol zouden verwelkomen, verrukt over de grote diversiteit binnen religieuze tradities, en dwars daardoorheen. Maar zelfs onder multiculturalisten overheerst de neiging om voor te wenden dat de verschillen tussen bijvoorbeeld christendom en islam eerder op schijn dan op werkelijkheid berusten, en dat de verschillen binnen de religieuze tradities geen rechtvaardiging vormen voor de voortdurende ophef daarover onder de beoefenaren.
...
Om eerlijk te zijn, degenen die staande houden dat de wereldreligies één en hetzelfde zijn, ontkennen uiteraard geenszins het onweerlegbare feit dat ze op onderdelen verschillen. Christenen gaan niet op bedevaart naar Mekka en moslims kennen geen doop. De religieuze paden lopen uiteen, zoals Huston Smith toegeeft, in de ´voetheuvels´ van dogma´s, rituelen en instellingen. Wie staande houdt dat alle religies één en hetzelfde zijn, ontkent dus niet de verschillen tussen een boeddhist, die in geen enkele god gelooft, de jood die in één God gelooft en de hindoe die in vele goden gelooft, maar beweert alleen maar dat de wiskunde van het goddelijke een zaak van voetheuvels is.
... Zoals de hindoeleraar Swami Sivananda schrijft: ´De fundamentele of essentiële eigenschappen van alle religies zijn hetzelfde. Het verschil betreft slechts niet-essentiële eigenschappen.´
Hoe nobel dit gevoel ook mag zijn, het is tevens gevaarlijk, respectloos en onwaar. Meer dan een generatie lang zijn we in het voetspoor van een stoet van geleerden en wijzen een konijnentunnel in gekropen die uitmondt in een fantasiewereld waar alle goden hetzelfde zijn. De redenen voor het succes van dit wensdenken berusten deels op de begrijpelijke verwerping van het standpunt dat hemel of paradijs exclusief zijn weggelegd voor mensen die precies zo zijn als jijzelf: een standpunt dat dient om zieltjes te winnen. Tijdens het grootste deel van de wereldgeschiedenis zagen de mensen hun rivalen op religieus gebied als minderwaardig aan zichzelf, als lieden die zich overgaven aan zinloze rituelen, nepwonderen verrichtten of mythologische verzinsels de wereld inhielpen. Tijdens de periode van Verlichting, in de achttiende eeuw, begon het ideaal van religieuze tolerantie zich te verbreiden en dat is zonder twijfel een gunstige ontwikkeling geweest. Maar de opvatting van de eenheid van alle religies berust op wensdenken en heeft de wereld niet tot een veiliger plaats gemaakt. Het is in feite een vorm van theologisch groepsdenken - noem het Godthink – dat de wereld juist gevaarlijker heeft gemaakt door ons het zich te ontnemen op de botsingen tuassen religies die een wereldwijde bedreiging vormen. Het is tijd om naar buiten te klauteren uit ons konijnenhol en de werkelijkheid weer onder ogen te zien.
....
Ook ik hoop op een wereld waarin mensen goed kunnen opschieten met hun religieuze rivalen. Maar ik ben er ook van overtuigd dat we nieuwe middelen moeten inzetten om dit doel te bereiken. Eerder dan alle manieren om over God na te denken bij elkaar te vegen – of dat nu in een vuilnisbak is of in een schatkist – moeten we beginnen met het verwerven van een helder inzicht in de fundamentele verschillen tussen islam, christendom, confucianisme en hindoeisme, zowel op het gebied van de geloofsleer als de geloofspraktijk.
Sommige mensen zijn er zeker van dat de enige mogelijke grondslag voor een interreligieuze beschaving gezocht moet worden in het dogma dat alle religies één zijn. Tot die mensen behoor ik niet.
... Wie is nog zo naïef om aan te nemen dat een goede relatie alleen mogelijk is als de partners sterk op elkaar lijken? Zijn verschillen juist niet dem krenten in de pap? Een vereiste voor elke relatie is om te weten wie de ander werkelijk is. En dat vereiste wordt alleen maar gefrustreerd door de naïeve hoop dat jij en je partner op een of andere magische manier aan elkaar identiek zijn. Zowel in relaties als tussen religies is het ontkennen van de verschillen een recept voor rampen. Wat wel goed werkt is het begrijpen van de verschillen om die vervolgens te leren aanvaarden – en misschien zelfs van te leren genieten. Je kunt pas berusten in het bestaan van meningsverschillen als je weet wat die verschillen zijn.
...
Er is een beroemd volksverhaal over een groep blinde mensen die een olifant bevoelt ...Een groep blinden is in dit verhaal bezig een olifant te onderzoeken. De ene voelt aan de slurf en zegt dat het een slang is. Een ander voelt aan de staart en zegt dat het een touw is. Anderen komen tot de conclusie dat de olifant een muur is, een zuil, een speer of een waaier, afhankelijk van de plek waar ze het dier aanraken. Iedereen blijft vasthouden aan het eigen gelijk, dus loopt het uit op een fikse ruzie.
Onder de ware gelovigen van de filosofie van de Eewige Waarheden geldt dit verhaal zo’n beetje als hun evangelie. In hun ogen staat de olifant voor God en zijn de blinde mensen de christenen, de moslims en de joden die hun eenzijdige visie op het goddelijke abusievelijk aanzien voor de enige werkelijkheid van het goddelijke. Omdat God zich onttrekt aan het menselijke voorstellingsvermogen, blijven we wat God betreft altijd in het duister tasten. Het is dwaasheid om te stellen dat alleen je eigen religie waar is, terwijl alle andere religies vals zijn. Niemand heeft de hele waarheid in pacht, maar iedereen raakt een stukje van de olifant aan. Dus concludeert de hindoeleraar Ramakrishna: ‘door alle religies kan men tot besef komen van God.’
... Voor mij is dit verhaal geen verwijzing naar de eenheid van alle wereldreligies (zoals de filosofen van de Eeuwige Waarheden ons willen doen geloven) of naar hun gedeelde stompzinnigheid (zoals de Nieuwe Atheïsten betogen), maar gaat het hier over de begrenzing van de menselijke kennis ... Eén functie van trancendentie is juist om ons nederig te houden, om ons te laten beseffen dat onze gedachten niet de gedachten van God zijn of van de grote Moedergodin – om ons ervan te doordringen dat we door donker matglas staren.
Tot zover dit citaat. Prothero noemt grootheden als Gandhi, de Dalai Lama en Huston Smith als voorbeelden van de (z.i. onjuiste en gevaarlijke) stelling `dat de essentiële boodschap van alle religies in grote mate dezelfde is´.
Naast het geloof in één God wordt vaak de boodschap van Karin Armstrong genoemd: compassie.
Ook de (Faculteit der Godgeleerdheid van de) Vrije Universiteit benadrukt deze boodschap. Een van de argumenten dat juist de VU een hoogleraar boeddhistische filosofie gaat krijgen (in de persoon van André van der Braak) is: ‘De leerstoel levert zo een belangrijke bijdrage aan de ontwikkeling van de VU tot een centrum van nationale en internationale interreligieuze dialoog.‘
In de openingsbijeenkomst 2011-2012 eind augustus van de faculteit stond Armstrong´s `Handvest voor Compassie´ centraal. (zie hier ) Nu heb ik niets tegen compassie (wie wel?) maar wel tegen reductie van religies daartoe, in ieder geval wat betreft het boeddhisme vind ik dat onjuist, wat de Dalai Lama ook zegt. Bv in zijn nieuwste boek 'Beyond Religion: Ethics for a Whole World'
Over die dialoog bij de VU heb ik al eens geschreven, zie hier.
Dit is geen boekbespreking maar ik moet wel zeggen dat het boek van Prothero maar voor een klein deel over het zogenaamd `controversiële´thema gaat. Van de bijna 380 pagina´s van de Nederlandse vertaling gaan een kleine 40 (in Inleiding plus Conclusie) er over. In de rest worden behoorlijk feitelijk acht religies beschreven.
En een ´Korte coda over het atheïsme´; te kort en ook bepaald niet evenwichtig omdat hij vooral boze atheïsten zoals Dawkins bespreekt. Ik vind dat erg jammer, ook voor mij persoonlijk omdat ik de relatie boeddhisme – atheïsme interessanter vind dan de relatie met bijvoorbeeld het christendom.
Het hoofdstuk over het Boeddhisme (met als ondertitel ´De weg van het ontwaken´, pag 201-237) is correct, evenwichtig maar tamelijk vlak. De diverse tradities binnen het boeddhisme worden wel benoemd en kort beschreven maar het thema is niet ´Boeddha is niet één´. D.w.z. de vraag of er wel van HET boeddhisme gesproken mag worden is niet waar het in dit hoofdstuk om gaat.
Dat komt nog.
Over een week of zo wil ik een vervolg op deze blog publiceren, met als titel (God is niet één) en Boeddha ook niet; deel 2 - Chapman’s kritiek op het 'Consensus-boeddhisme’
De (Amerikaanse Tibetaanse-boeddhistische) David Chapman heeft het afgelopen half jaar een fascinerende serie artikelen gepubliceerd over wat hij (afkeurend) het consensus-boeddhisme noemt
Wie niet kan wachten op mijn blog, kan Chapman ook zelf in het Engels lezen (zie hiervan de rechter kolom).
Chapman en mijn samenvatting van hem zijn niet alleen kritisch-beschrijvend, ik ga er ook een poging in wagen mijn centrale 2012-thema in een soort kerstboodschap weer te geven: laten de Nederlandse boeddhisten eens gaan proberen met elkaar in discussie te gaan, ook over de verschillen tussen hun boeddhismen (meervoud).
Zoals ik onlangs op de website van Bodhitv schreef:
“Sommige vormen van boeddhisme hebben die aanname (van het bestaan van het ´onbenoembare´) in sterke mate, andere vormen (tradities) veel minder.
Dat komt goed uit: leve de verschillen! "
De Nederlandse uitgever (Bert Bakker) geeft de volgende samenvatting van dit een jaar geleden uitgekomen boek:
In het controversiële boek God is niet één laat Stephen Prothero zien dat de grootste godsdiensten van de wereld verschillende vragen stellen, andere doelen nastreven en voor uiteenlopende problemen komen te staan. Wereldgodsdiensten bewandelen dus niet verschillende paden met dezelfde bestemming, zoals veel mensen denken. Prothero geeft met dit ingenieuze boek inzicht in elke grote wereldreligie. Hij begint met de omstreden islam en gaat vervolgens verder in op christendom, confucianisme, boeddhisme, hindoeïsme, jodendom, Yoruba-religie en taoïsme. Hij wijst op de unieke aspecten van deze religies en pleit zowel voor het behoud als voor de afzonderlijke goden en doelen van deze religies.
God is niet één geeft de lezer een hedendaags inzicht in de grootste religies die nog steeds het spirituele leven van miljarden mensen over de hele wereld bepalen, en hun uitwerking hebben op de politiek en economie.
Deze samenvatting – waar ik niet zo gelukkig mee ben - zie ik steeds terug, bijvoorbeeld op de website van de Bruggenbouwers, één van de bastions van de beweging in Nederland die de eenheid van alle godsdiensten benadrukt en de actieve rol speelt in de interreligieuze dialoog (zie hier )
‘Niet gelukkig’ met de term ‘controversieël’ een sensatie bevorderende marketing-benadering van de uitgever maar zeer subjectief als gebruikt door de eenheids-promotoren. Want dan betekent het:
dit vinden wij niet leuk want dit boek bederft onze eenheidsillusie.
Ook het in een ´samenvatting´ de Islam ‘omstreden’ te noemen vind ik ook niet fijn en zeker niet Prothero samenvattend.
Wellicht overbodig, maar toch, ter voorkoming van misverstand: het is onjuist het boeddhisme een godsdienst te noemen, het kent niet een god in de zin van een Schepper en zeker niet een persoonlijke God. Uiteraard is de historische Boeddha - genoemd Gotauma door Theravadins en Shakyamuni door Mahayanisten - geen god; en andere boeddha´s dan de historische zijn mythologische figuren.
In de kop van deze blog spreek ik van ‘Een gevaarlijk geloof‘ als ik het heb over de opvatting dat alle religies in wezen hetzelfde verkondigen. Zelf vind ik niet zo snel iets gevaarlijk; mijn motto is nog steeds: boeddhisme is niet voor bange mensen.
De kop is de titel van een samenvattend artikel van Prothero zelf: A Dangerous Belief (hier)
Een paar citaten uit dit artikel, vertaald; deels ook voorkomend in het (vertaalde) boek:
‘Geloof in één God is de hoeksteen van alle religies’, stelt Ghandi; elk religieus mens klimt dus naar deze ene God. Maar op het gebied van het goddelijke beperken niet alle religies zich tot het getal één.
De dalai lama verkondigt (ook) de boodschap dat alle religies in essentie op elkaar lijken. Van dit perspectief, gepopulariseerd door de filosofen van de Eeuwige Wijsheid (perennial philosophers) zoals Aldous Huxley, zijn alle religies prachtig en zijn ze ook alle waar.
In de meest gebruikte beeldspraak worden de grote wereldreligies voorgesteld als verschillende paden naar de top van dezelfde berg. ‘het is mogelijk om de berg van het leven langs verschillende flanken te beklimmen, maar bij het bereiken van de top komen de paden samen´, schrijft godsdienstfilosoof Huston Smith. Dit is een verleidelijk idee in een wereld waarin religieus geweld alomtegenwoordig lijk te zijn; maar het is gevaarlijk, respectloos en onwaar.
De rivaliserende wereldreligies komen samen op het vlak van de ethiek, maar lopen juist scherp uiteen op het gebied van leer, rituelen, mythologie, ervaring en wet. Voor mystici of godsdienstfilosofen zijn de verschillen wellicht niet van belang, maar voor gewone gelovigen ligt dat heel anders. Moslims vinden helemaal niet dat de bedevaart naar Mekka niet van essentieel belang is. Integendeel, zij rekenen die bedevaart juist tot de vijf zuilen van de islam. Katholieken zijn absoluut niet van mening dat het doopsel niet van wezenlijk gewicht is: zij rekenen het juist tot de zeven sacramenten. Religieuze verschillen zijn niet alleen voor gelovigen van belang: ze hebben ook serieuze gevolgen in de werkelijkheid. Vanwege die verschillen weigeren sommige mensen te trouwen met een moslim of een hindoe. In sommige gevallen gaan gelovigen vanwege die verschillen met elkaar op de vuist, waarbij dodelijke slachtoffers kunnen vallen.
...
Hoewel ik niet geloof dat we getuige zijn van een ´botsing tussen beschavingen´, tussen christendom en islam, is het wel degelijk pure fantasie om je in te beelden dat de twee grootste wereldreligies op enige zinvolle manier aan elkaar gelijkgesteld kunnen worden of dat een interreligieuze dialoog op magische wijze den kloof zou kunnen overbruggen. Elk van de grote religies geeft een eigen diagnose van het menselijk tekort en z´n eigen voorschriften voor genezing; en elk biedt z´n eigen technieken om het religieuze doel te bereiken,
Je zou vermoeden dat aanhangers van het multiculturalisme deze stand van zaken liefdevol zouden verwelkomen, verrukt over de grote diversiteit binnen religieuze tradities, en dwars daardoorheen. Maar zelfs onder multiculturalisten overheerst de neiging om voor te wenden dat de verschillen tussen bijvoorbeeld christendom en islam eerder op schijn dan op werkelijkheid berusten, en dat de verschillen binnen de religieuze tradities geen rechtvaardiging vormen voor de voortdurende ophef daarover onder de beoefenaren.
...
Om eerlijk te zijn, degenen die staande houden dat de wereldreligies één en hetzelfde zijn, ontkennen uiteraard geenszins het onweerlegbare feit dat ze op onderdelen verschillen. Christenen gaan niet op bedevaart naar Mekka en moslims kennen geen doop. De religieuze paden lopen uiteen, zoals Huston Smith toegeeft, in de ´voetheuvels´ van dogma´s, rituelen en instellingen. Wie staande houdt dat alle religies één en hetzelfde zijn, ontkent dus niet de verschillen tussen een boeddhist, die in geen enkele god gelooft, de jood die in één God gelooft en de hindoe die in vele goden gelooft, maar beweert alleen maar dat de wiskunde van het goddelijke een zaak van voetheuvels is.
... Zoals de hindoeleraar Swami Sivananda schrijft: ´De fundamentele of essentiële eigenschappen van alle religies zijn hetzelfde. Het verschil betreft slechts niet-essentiële eigenschappen.´
Hoe nobel dit gevoel ook mag zijn, het is tevens gevaarlijk, respectloos en onwaar. Meer dan een generatie lang zijn we in het voetspoor van een stoet van geleerden en wijzen een konijnentunnel in gekropen die uitmondt in een fantasiewereld waar alle goden hetzelfde zijn. De redenen voor het succes van dit wensdenken berusten deels op de begrijpelijke verwerping van het standpunt dat hemel of paradijs exclusief zijn weggelegd voor mensen die precies zo zijn als jijzelf: een standpunt dat dient om zieltjes te winnen. Tijdens het grootste deel van de wereldgeschiedenis zagen de mensen hun rivalen op religieus gebied als minderwaardig aan zichzelf, als lieden die zich overgaven aan zinloze rituelen, nepwonderen verrichtten of mythologische verzinsels de wereld inhielpen. Tijdens de periode van Verlichting, in de achttiende eeuw, begon het ideaal van religieuze tolerantie zich te verbreiden en dat is zonder twijfel een gunstige ontwikkeling geweest. Maar de opvatting van de eenheid van alle religies berust op wensdenken en heeft de wereld niet tot een veiliger plaats gemaakt. Het is in feite een vorm van theologisch groepsdenken - noem het Godthink – dat de wereld juist gevaarlijker heeft gemaakt door ons het zich te ontnemen op de botsingen tuassen religies die een wereldwijde bedreiging vormen. Het is tijd om naar buiten te klauteren uit ons konijnenhol en de werkelijkheid weer onder ogen te zien.
....
Ook ik hoop op een wereld waarin mensen goed kunnen opschieten met hun religieuze rivalen. Maar ik ben er ook van overtuigd dat we nieuwe middelen moeten inzetten om dit doel te bereiken. Eerder dan alle manieren om over God na te denken bij elkaar te vegen – of dat nu in een vuilnisbak is of in een schatkist – moeten we beginnen met het verwerven van een helder inzicht in de fundamentele verschillen tussen islam, christendom, confucianisme en hindoeisme, zowel op het gebied van de geloofsleer als de geloofspraktijk.
Sommige mensen zijn er zeker van dat de enige mogelijke grondslag voor een interreligieuze beschaving gezocht moet worden in het dogma dat alle religies één zijn. Tot die mensen behoor ik niet.
... Wie is nog zo naïef om aan te nemen dat een goede relatie alleen mogelijk is als de partners sterk op elkaar lijken? Zijn verschillen juist niet dem krenten in de pap? Een vereiste voor elke relatie is om te weten wie de ander werkelijk is. En dat vereiste wordt alleen maar gefrustreerd door de naïeve hoop dat jij en je partner op een of andere magische manier aan elkaar identiek zijn. Zowel in relaties als tussen religies is het ontkennen van de verschillen een recept voor rampen. Wat wel goed werkt is het begrijpen van de verschillen om die vervolgens te leren aanvaarden – en misschien zelfs van te leren genieten. Je kunt pas berusten in het bestaan van meningsverschillen als je weet wat die verschillen zijn.
...
Er is een beroemd volksverhaal over een groep blinde mensen die een olifant bevoelt ...Een groep blinden is in dit verhaal bezig een olifant te onderzoeken. De ene voelt aan de slurf en zegt dat het een slang is. Een ander voelt aan de staart en zegt dat het een touw is. Anderen komen tot de conclusie dat de olifant een muur is, een zuil, een speer of een waaier, afhankelijk van de plek waar ze het dier aanraken. Iedereen blijft vasthouden aan het eigen gelijk, dus loopt het uit op een fikse ruzie.
Onder de ware gelovigen van de filosofie van de Eewige Waarheden geldt dit verhaal zo’n beetje als hun evangelie. In hun ogen staat de olifant voor God en zijn de blinde mensen de christenen, de moslims en de joden die hun eenzijdige visie op het goddelijke abusievelijk aanzien voor de enige werkelijkheid van het goddelijke. Omdat God zich onttrekt aan het menselijke voorstellingsvermogen, blijven we wat God betreft altijd in het duister tasten. Het is dwaasheid om te stellen dat alleen je eigen religie waar is, terwijl alle andere religies vals zijn. Niemand heeft de hele waarheid in pacht, maar iedereen raakt een stukje van de olifant aan. Dus concludeert de hindoeleraar Ramakrishna: ‘door alle religies kan men tot besef komen van God.’
... Voor mij is dit verhaal geen verwijzing naar de eenheid van alle wereldreligies (zoals de filosofen van de Eeuwige Waarheden ons willen doen geloven) of naar hun gedeelde stompzinnigheid (zoals de Nieuwe Atheïsten betogen), maar gaat het hier over de begrenzing van de menselijke kennis ... Eén functie van trancendentie is juist om ons nederig te houden, om ons te laten beseffen dat onze gedachten niet de gedachten van God zijn of van de grote Moedergodin – om ons ervan te doordringen dat we door donker matglas staren.
Tot zover dit citaat. Prothero noemt grootheden als Gandhi, de Dalai Lama en Huston Smith als voorbeelden van de (z.i. onjuiste en gevaarlijke) stelling `dat de essentiële boodschap van alle religies in grote mate dezelfde is´.
Naast het geloof in één God wordt vaak de boodschap van Karin Armstrong genoemd: compassie.
Ook de (Faculteit der Godgeleerdheid van de) Vrije Universiteit benadrukt deze boodschap. Een van de argumenten dat juist de VU een hoogleraar boeddhistische filosofie gaat krijgen (in de persoon van André van der Braak) is: ‘De leerstoel levert zo een belangrijke bijdrage aan de ontwikkeling van de VU tot een centrum van nationale en internationale interreligieuze dialoog.‘
In de openingsbijeenkomst 2011-2012 eind augustus van de faculteit stond Armstrong´s `Handvest voor Compassie´ centraal. (zie hier ) Nu heb ik niets tegen compassie (wie wel?) maar wel tegen reductie van religies daartoe, in ieder geval wat betreft het boeddhisme vind ik dat onjuist, wat de Dalai Lama ook zegt. Bv in zijn nieuwste boek 'Beyond Religion: Ethics for a Whole World'
Over die dialoog bij de VU heb ik al eens geschreven, zie hier.
Dit is geen boekbespreking maar ik moet wel zeggen dat het boek van Prothero maar voor een klein deel over het zogenaamd `controversiële´thema gaat. Van de bijna 380 pagina´s van de Nederlandse vertaling gaan een kleine 40 (in Inleiding plus Conclusie) er over. In de rest worden behoorlijk feitelijk acht religies beschreven.
En een ´Korte coda over het atheïsme´; te kort en ook bepaald niet evenwichtig omdat hij vooral boze atheïsten zoals Dawkins bespreekt. Ik vind dat erg jammer, ook voor mij persoonlijk omdat ik de relatie boeddhisme – atheïsme interessanter vind dan de relatie met bijvoorbeeld het christendom.
Het hoofdstuk over het Boeddhisme (met als ondertitel ´De weg van het ontwaken´, pag 201-237) is correct, evenwichtig maar tamelijk vlak. De diverse tradities binnen het boeddhisme worden wel benoemd en kort beschreven maar het thema is niet ´Boeddha is niet één´. D.w.z. de vraag of er wel van HET boeddhisme gesproken mag worden is niet waar het in dit hoofdstuk om gaat.
Dat komt nog.
Over een week of zo wil ik een vervolg op deze blog publiceren, met als titel (God is niet één) en Boeddha ook niet; deel 2 - Chapman’s kritiek op het 'Consensus-boeddhisme’
De (Amerikaanse Tibetaanse-boeddhistische) David Chapman heeft het afgelopen half jaar een fascinerende serie artikelen gepubliceerd over wat hij (afkeurend) het consensus-boeddhisme noemt
Wie niet kan wachten op mijn blog, kan Chapman ook zelf in het Engels lezen (zie hiervan de rechter kolom).
Chapman en mijn samenvatting van hem zijn niet alleen kritisch-beschrijvend, ik ga er ook een poging in wagen mijn centrale 2012-thema in een soort kerstboodschap weer te geven: laten de Nederlandse boeddhisten eens gaan proberen met elkaar in discussie te gaan, ook over de verschillen tussen hun boeddhismen (meervoud).
Zoals ik onlangs op de website van Bodhitv schreef:
“Sommige vormen van boeddhisme hebben die aanname (van het bestaan van het ´onbenoembare´) in sterke mate, andere vormen (tradities) veel minder.
Dat komt goed uit: leve de verschillen! "
Abonneren op:
Posts (Atom)